Humanitair - Artikelen

bijgewerkt 12 oktober 2005

"Met de complimenten van Gorbatsjov" - over projecten van Jan Ebeltjes

Door Karel Platje
Bron: De Twentsche Courant Tubantia van 14 september 2005. Overgenomen met toestemming

Nijverdal - Een compliment van voormalig Sovjetpresident Michael Gorbatsjov krijg je niet alle dagen. Nijverdaller Jan Ebeltjes kreeg het zaterdagavond. Het KidsRights-gala in de Rotterdamse Laurenskerk was toch al bijzonder voor hem. Dat leverde namelijk 256.000 euro op voor twee hulpprojecten in Oekraïne.

Hoe komt iemand aan een complimentje van de man die samen met de Amerikaanse president Ronald Reagan een einde maakte aan de Koude Oorlog? Niet dat Ebeltjes de laatste leider van de Sovjet-Unie ooit persoonlijk heeft ontmoet, maar die blijkt wél weet te hebben van het goede werk dat de Nijverdaller verricht in wat best z'n tweede vaderland mag heten.

Ebeltjes werkt voor de Fred Foundation, een door de Hilversumse projectontwikkelaar Fred Matser opgerichte stichting die probeert het leven van kinderen en jongeren in onder meer Oekraïne, Bosnië en Rusland op projectmatige basis te verbeteren. En Fred Matser - 'een geweldige, inspirerende man' - is bevriend met Michael Gorbatsjov. De Rus is met z'n eigen Gorbatsjov Foundation ook actief op charitatief gebied en hij is erg te spreken over de projectmatige aanpak van Matser en Ebeltjes. Geen kledingtransporten of voedselhulp, Fred Foundation kiest voor structurele oplossingen, een bemand crisiscentrum in de Oekraïense grensstad Uzhgorod, renovatie van scholen, huisvestingsprojecten voor straatkinderen en hulp aan psychiatrische inrichtingen. Kortom, teveel om op te noemen.

'Wonderful people', noemt Gorbatsjov de twee in een brief aan de organisatoren van het KidsRights-gala. Maar het ging Jan Ebeltjes zaterdagavond natuurlijk vooral om de opbrengst, die 256.000 euro voor twee hulpprojecten waarmee de Fred Foundation straks het leven van honderden kinderen en tieners in het westen van Oekraïne kan veraangenamen.

Het internaat in Perechyn, op zo'n 25 kilometer van de grens met Slowakije, krijgt er een vleugel bij. In de 60'er jaren gebouwd voor tachtig kinderen, wonen in het internaat nu driehonderd kinderen. Hun klaslokaal is ook meteen de woonkamer, slapen doen ze met z'n zessen op een zaaltje. Van enige privacy voor de kinderen is geen sprake, maar in de nieuwe vleugel moeten échte huiskamers komen. Het fundament voor de nieuwbouw ligt er al jaren, maar de Oekraïense overheid heeft het geld niet om het karwei af te maken.

Ronduit ambitieus is het plan om een flat in de stad Mukachevo op te knappen en daarin onderdak te bieden aan 400 tieners. Tot hun vijftiende kunnen in de steek gelaten kinderen in een weeshuis of internaat terecht, daarna brengt de overheid ze onder in armoedige flatgebouwen, vaak zonder verwarming en sanitair. En zijn ze op zichzelf aangewezen.

Schoolverlaters

Ebeltjes kwam daar enkele jaren geleden bij toeval achter. Hij ging kijken hoe het de schoolverlaters uit het internaat in Perechyn na enkele maanden verging in het nabijgelegen Uzhgorod. En raakte totaal van de kaart door de ellende die hij te zien kreeg in 'flat nummer zes'. Een haveloos gebouw in een achterafbuurt, waar tientallen 'studenten' zich probeerden te warmen aan straalkacheltjes - of gewoonweg kou leden.

De Nijverdaller wilde er wel wat aan doen, maar hoe? De stichting CHOE waarvan hij voorzitter is, heeft weliswaar een grote achterban. Maar die zou niet in staat zijn zo'n immens probleem aan te pakken. En ook voor de Fred Foundation was dit bovenop de al lopende projecten te hoog gegrepen, totdat KidsRights zich meldde. Deze organisatie houdt eens in het jaar een gala-avond om geld in te zamelen voor goede doelen. Afrika, Zuid-Amerika en nu dus Oekraïne.

idsRights, de Wilde Ganzen en ICCO zorgen voor het geld, de Fred Foundation voor de uitvoering. De geheel uit vrijwilligers bestaande stichting CHOE krijgt ook nog een rol in het geheel toebedeeld: de honderd tweekamerappartementen in Mukachevo moeten na de renovatie worden ingericht en dat valt buiten het renovatiebudget.

Het flatgebouw is een cadeau van de Oekraïense overheid aan de Fred Foundation. Gouverneur Viktor Baloga van de Karpaten-provincie - half zo groot als Nederland - bleek verguld met het initiatief en hij zegde alle medewerking toe, ook voor de uitbreiding van het internaat in Perechyn.

'De komende maanden moeten we alle papieren in orde maken en in het voorjaar beginnen we dan met de werkzaamheden', verwacht Ebeltjes. Het flatgebouw wordt niet ineens aangepakt, maar in gedeeltes. De eerste 25 tweekamerappartementen - voor honderd jongeren, vier per appartement - moeten komende zomer gereed zijn.

'Motor' van CHOE

Nijverdal - Jan Ebeltjes is de 'motor' van de stichting CHOE. Elf jaar geleden belandde hij via Poolse vrienden met een hulptransport in Oekraïne. Hij trok zich het lot aan van weeskinderen en door hun ouders in de steek gelaten kinderen. Oekraïne telt rond de honderdduizend van zulke kinderen en het land is straatarm, zodat ze veel tekort komen. De Nijverdaller 'adopteerde' achtereenvolgens kindertehuizen in Cinadiewo en Perregrestya, en een internaat in Perechyn. En hij bleef naar Oekraïne reizen, telkens een retourtje van 3000 kilometer.

Vijf jaar geleden schoot Fred Matser hem te hulp met een baan bij de Fred Foundation. Sindsdien zit Ebeltjes om de maand in Oekraïne.

De stichting CHOE haalde zes jaar geleden kinderen uit het internaat in Perechyn naar Nijverdal. Jaar na jaar werden het er meer: afgelopen zomer zelfs al 67 kinderen die voor drie maanden bij gastgezinnen worden ondergebracht. Want, hoe slecht ze het materieel ook hebben, emotioneel komen deze kinderen toch wel het meest tekort. Bij de Nederlandse gastgezinnen, inmiddels over heel Twente en Salland verspreid, vinden deze kinderen de ouderliefde waarnaar ze allemaal hunkeren.

Meer over Stichting CHOE, zie www.choe.nl.

Zoektocht naar kinderleed

Door Tonny van der Mee
Bron: Rotterdams Dagblad, zaterdag 8 januari 2005. Overgenomen met toestemming

Spartaanse lobby in Oekraïne: cadeautjes, vragende ogen en wodka met de loco

Sinds het ijzeren gordijn is weggetrokken, wordt het verborgen leed in het voormalige Oostblok langzaam zichtbaar. Armoede, werkloosheid en veel zwerfkinderen, dat is het lot van Oekraïne. De Stichting Breath en de Oekraïense Sparta-speler Jevgeni Levtsjenko trotseerden de elementen om de kinderen te helpen. 'De hulpeloosheid druipt er van af.'

Joesjstjenko, Janoekovitsj; oranje, blauw; goed, fout. Aan de Russisch-Oekraïense spraakwaterval van de taxichauffeur komt pas een eind als hij ons heeft afgezet bij het hotel. De man ziet zijn kans schoon. Buitenlanders in Donetsk, die moeten hier zijn voor de presidentsverkiezingen!

Toch niet. Waar heel Oekraïne in de week voor kerst steggelt over de toekomstige koersbepaling van het land, daar maakt een driekoppige delegatie uit Nederland zich op voor een heel andere missie: zwerfkinderen helpen.

Even voorstellen. Nico de Borst uit Capelle aan den IJssel, Sparta-adept en voorzitter van de Stichting Breath. Michael Poolman, registeraccountant uit Rozenburg en penningmeester van Breath. En Jevgeni Levtsjenko, profvoetballer bij Sparta Rotterdam, geboren in Oekraïne.

Het pact was snel gesloten. Levtsjenko, afkomstig uit de regio Donetsk, wil iets doen voor de weeskinderen in zijn geboortestreek. De Stichting Breath zamelt al tien jaar geld in waarmee in Roemenië het Sparta Rotterdam Kinderdorp is gebouwd. Samen wordt gekeken of een soortgelijk ook in Donetsk kan worden opgezet.

Ze beginnen met een schone lei, ook Levtsjenko. "Ik heb geen idee wat we hier zullen aantreffen. Ik heb hier wel eerder kinderen op straat gezien, echt heel treurig. Toen ik nog bij Vitesse speelde bracht ik ook schoenen en ballen naar de voetbalclub in mijn geboortestad. En ik heb hier wel eens voetbaltoernooitjes georganiseerd."

De zoektocht naar het kinderleed begint in het imposante regionale overheidsgebouw in hartje Donetsk. De moeder van Levtsjenko heeft een afspraak geregeld Lyudmilla Kuzminova, hoofdverantwoordelijke van alle kindertehuizen in de regio Donetsk. In haar piepklein kantoortje verkoopt De Borst zijn verhaal. Hij vertelt over zijn stichting, de inzamelingsacties en het Sparta Rotterdam Kinderdorp.

In het Roemeense Techirghiol aan de Zwarte Zee, ten zuiden van de Rotterdamse zusterstad Constanza, heeft Breath drie kindertehuizen voor (lichamelijk en verstandelijk) gehandicapte weeskinderen gebouwd. Deze zomer wordt het dorp uitgebreid met een medisch centrum, waarvan de foto's trots over de tafel gaan. "We willen lucht geven aan kinderen die het nodig hebben," legt De Borst uit.

Tijdens het enthousiaste verhaal van De Borst blijft Lyudmilla's gelaatsuitdrukking neutraal. Van binnen brandt ze echter van enthousiasme, want ze is erg begaan met het lot van de kinderen. Lyudmilla is weduwe: haar man is bij een ongeluk in de mijn om het leven gekomen. Dat lot treft veel vrouwen in Oekraïne, vooral in Donetsk. Jaarlijks komen veel gezinshoofden om bij ongelukken in de onveilige mijnen. Moeders blijven gedesillusioneerd achter met de kinderen; ze vervallen in alcoholverslaving en verwaarlozen en mishandelen hun kinderen.

Strijd

Bij Lyudmilla is het zover niet gekomen. Zij voert een andere strijd: zwerfkinderen die op hun beurt in verkeerde circuits terechtkomen van de straat plukken en onderbrengen in kindertehuizen. Officieel telt Oekraïne 100.000 dakloze kinderen, maar waarschijnlijk is dat slechts het topje van de ijsberg. Bovendien nekt de armoede in het land veel kindertehuizen. Overheidssteun is minimaal, de tehuizen zijn voor een groot deel afhankelijk van sponsors.

Er is maar één manier om de nood onder ogen te zien: zelf kijken. "Maar ik wil niet alleen de goede dingen zien, maar vooral ook de slechte," geeft De Borst haar mee voor we in het busje stappen voor een reis naar de buitengebieden van Donetsk. "We willen iets betekenen voor de kinderen die het minste hebben." Zoeken dus.

De eerste tussenstop is een tehuis in Kramatorsk, waar 45 kinderen van 3 tot 16 jaar wonen. Dat het gebouw er zo goed bij ligt, komt vooral dankzij de financiële steun van een zakenman uit de omgeving. De nood in het tehuis is niet zo acuut. De kinderen hebben dan ook een bescheiden wens: voetballen en een trapveldje.

De directrice is er alles aan gelegen om de ontvangst zo koninklijk mogelijk te maken. Naar goed Oekraïns gebruik staat in een van de kleine kamers de tafel voor de buitenlandse gasten rijkelijk gedekt. De gastvrouwen weten wie ze moeten paaien: hier is een westerling met een denkbeeldige zak geld! In ruil voor de afgedankte Sparta-mutsen voor de jongens en een handtekening van Levtsjenko, krijgt De Borst op zijn beurt een cadeautje van het tehuis. Een kunstwerkje van een van de jongens wordt van de muur gehaald en plechtig overhandigd.

De Borst is het wel gewend, er zullen nog vele cadeautjes volgen tijdens de zoektocht. Maar de Nederlandse delegatie is niet overtuigd van de nood in het bezochte kindertehuizen. Het zag er allemaal erg gelikt uit, is de conclusie. Penningmeester Poolman: "Maar als je hier langer moet zitten, heb je het ook slecht."

Drie maanden

Toch kampen alle tehuizen wel met eenzelfde groot probleem. Kinderen mogen er niet langer dan drie maanden blijven. Dan moeten ze naar een pleeggezin, naar een ander tehuis of terug naar hun eigen ouders. De minst wenselijke optie is het internaat, waar de kinderen 'verzuipen' tussen honderden andere kinderen. De individuele begeleiding die in de kleinschalige kindertehuizen nog enigszins wordt geboden, is dan helemaal weg.

Lyudmilla zucht diep; de verfoeide drie maanden. "We zijn bezig met een wet om die termijn langer te maken." Ze boort al haar contacten in het Oekraïense parlement aan om dat voor elkaar te krijgen. Ze speelt het hard. "Geloof me, ik heb vaak ruzie met de regering, maar ik zet door," zegt ze strijdlustig. In het busje, als we naar het volgende tehuis rijden, wordt duidelijk dat we hier de juiste persoon met het juiste hart voor de missie hebben.

Naarmate we verder van Donetsk rijden, worden het weer slechter en de wegen onbegaanbaarder. De sneeuw valt met bakken uit de hemel. De chauffeur heeft moeite om op de bevroren wegen het stuur recht te houden, maar zijn rechtervoet op het pedaal wil van geen verlichting weten.

Op de brug over de grote rivier Donets gaat het mis. Tijdens een heftige conversatie met Lyudmilla verliest de chauffeur de macht over het stuur. Na een slippartij die het busje over twee weghelften drie keer tegen een vangrail slingert, komen we tot stilstand. De Oekraïense passagiers lijken er minder van onder de indruk dan de Nederlandse. "Ik heb dit al zo vaak eerder meegemaakt," vertelt Levtsjenko stoïcijns. De chauffeur stapt uit, controleert het busje, trekt er de gehavende rechtervoorkant in één keer van af en legt het gedeukte blik in het busje.

Een blauwe plek en hoofdpijn rijker en een stukje busje armer, komen we tegen het vallen van de duisternis aan in Krasnyi Lyman (31 kinderen). We zijn net te laat voor de viering van Sint Nicolaas, maar de jonge bewoners zijn vervuld met het bezoek. In de meidenkamer laten sommigen trots horen dat ze een Engelse woordje kennen. In een andere ruimte krijgen de jongens les over Oekraïne.

Het tehuis houdt zich staande, maar met moeite. Hier is geen weldoener actief, vrijwilligers hebben het gebouw zelf verbouwd en opgeknapt. Soms verstoppen ze de kinderen, om ze toch langer dan drie maanden te kunnen houden. Poolman schudt het hoofd. "Het is niet goed voor de kinderen als ze steeds moeten verhuizen."

Als De Borst vanuit de armoedige ruimte die voor gymzaal moet doorgaan over het terrein uitkijkt, krijgt hij opeens een lumineus plan waarmee het 'drie maanden probleem' kan worden omzeild. Waarom niet een paar verschillende wooneenheden op het terrein bouwen waar vier tot zes kinderen per unit bij elkaar wonen onder begeleiding van pleegouders, om een soort gezinssituatie te creëren? En dat gekoppeld aan een crisisopvang voor kinderen die van de straat worden geplukt.

Op het kleine kantoortje van de directie ontspint zich een heftige discussie over dit plan. De Borst: "Je moet de mazen van de wet zoeken. Ik zie hier ontzettend veel mogelijkheden, meer nog dan met gehandicapten. Het zou prachtig zijn als we hier een voorbeeldproject voor heel Oekraïne kunnen neerzetten. In dit tehuis druipt de hulpeloosheid ervan af."

Hier geen tafel vol lekkernijen, maar simpel thee, koffie en een paar gebakjes. Ze blijven echter onaangeroerd, omdat een nieuwe gastheer de ruimte binnenstormt. Nikolaï Odienko, loco-burgemeester van Krasnyi Lyman. De kleine man met de goed gevulde buik weet zichzelf goed te verkopen. Eerst maakt hij een rondje door het tehuis om de kinderen gedag te zeggen. "Ik ben gek op de kinderen," zegt hij.

De wil van Odienko is wet. We worden geacht in allerijl afscheid te nemen van het tehuis en rijden in zijn wagen naar zijn buitenverblijf, afgelegen in de bossen. Hier eten en slapen we. Beter gezegd: hier drinken we. Odienko maakt geen geheim van zijn politieke voorkeur. Blauw is zijn kleur, Janoekovitsj de man en Lenin zijn grote voorbeeld, getuige de borstbeelden en communistische kleden in zijn huis.

Lobbyen in het voormalige Oostblok vereist creativiteit. En in Oekraïne betekent dat een avond en nacht doorzakken met de loco, tot hij onder de tafel ligt. Beleefd luisteren naar zijn verhalen over zijn jachtprestaties, schildertalent en de vrouwen die hij ons kan leveren, en de wodka en zelf gevangen vis rijkelijk door de keel laten vloeien.

Hier zit geen kleine man. Vroeger generaal-majoor bij de kozakken, een album met foto's van bevriende bobo's, onder wie kosmonaut Yuri Gagarin, samengewerkt met Janoekovitsj, en in Krasnyi Lyman de man die met een simpel telefoontje of een handtekening alle deuren voor je kan openen. Die heb je nodig als je bij het tehuis je plan wil verwerkelijken.

De Borst: "Hij is een echte communist, dat is zijn keus, dat interesseert ons niet. Als hij ons wil volstoppen met cadeautjes en we geven hem de volgende keer eens een cadeautje terug, prima. Maar wij willen niks te maken hebben met politiek, geloof of ras. Wij willen alleen weten waar de kinderen mee gebaat zijn."

Dat het plan goed is, daar zijn ze van overtuigd. En dat ze wat gaan doen in Oekraïne is zeker. Lyudmilla kijkt of een Stichting Breath Oekraïne kan worden opgericht. Haar wordt gevraagd een Stichting Breath Oekraïne op te richten. En de zus van Levtsjenko is gevraagd om te zoeken naar Oekraïense jongeren die willen meedoen en redelijk Engels praten.

Gastvrijheid

Dat laatste is een groot probleem in Donetsk. De enige buitenlander die we die dagen tegenkomen is een imposante Nigeriaanse zakenman luisterend naar de naam Inocent in het vliegtuig. Niemand spreekt een woord Engels, wat overigens niets zegt over de gastvrijheid. "Mensen hebben ook een norse uitstraling, maar als je ze aanspreekt zijn er erg vriendelijk," merkt De Borst.

De psychologen in het kindertehuis in Slovians'k, dat we de volgende ochtend bezoeken, staan te springen van enthousiasme als ze horen over het kleinschalige model. Ze willen graag, maar hebben geen geld. En daar draait het allemaal om. Oekraïne heeft geen geld.

De reis terug naar Donetsk legt het de uiterlijke schoonheden van het land bloot, maar tegelijk ook de pijnplekken. Tegenliggers waarschuwen met lichtsignalen dat op de volgende straathoek gevaar loert: politieagenten die aan de lopende band voor elk wissewasje bekeuringen uitdelen. Koplamp doet het gewoon? Dan maken ze 'm wel kapot. Het geld steken ze in eigen zak. Zo vlak voor de feestdagen zijn ze actiever dan ooit.

Het besneeuwde landschap met prachtige meren, heuvels en valleien kent enkele rotte kiezen. Immense fabriekscomplexen die leeg staan. Ooit waren ze verantwoordelijk voor het onderhoud van complete dorpen, nu staan ze erbij als geschikt decor voor een horrorfilm.

En alles is oud, alsof de tijd stilstaat. Of het de bussen uit de jaren vijftig zijn, de vele auto's die met open motorkap langs de weg staan of de oude Antonov (jongste bouwjaar 1966) die zijn beste tijd heeft gehad maar ons zonder kleerscheuren naar Donetsk heeft gevlogen.

Econoom

Wie trekt dit land uit het slop, is rond de kerst de hamvraag. De pro-Westers Joeskjtsjenko of de pro-Russische Janoekovitsj? Onze chauffeur ooit profvoetballer van Shahtar Donetsk en Maccabi Tel Aviv weet het wel. "Als Joesjtsjenko wint, gaat dit land kapot. Hij is een econoom, geen man van de praktijk."

We rijden op 747 kilometer van Kiev, waar Joesjtsjenko enkele dagen later zijn overwinning viert. In Donetsk, volgens de inwoners de kurk waarop Oekraïne drijft, voelen ze de pijn. Hier zit de grote industrie, de mijnen. Hier wordt het geld van Oekraïne verdiend. Maar de dure winkels in de grote stad zijn voor het gros van de bevolking onbetaalbaar. Een ambtenaar verdient tachtig euro per maand, een mijnwerker een slordige 700 euro. Maar laatstgenoemde wordt gemiddeld dan ook niet ouder dan een jaar of vijftig. De macht is in handen van een kleine elite; er is geen middenklasse.

Levtsjenko zucht als we door zijn geboortestad Konstiantynivka rijden, gelegen in een van de meest vervuilde gebieden. Hij ziet de werkloosheid en de armoede, en weet dat veel leeftijdgenoten verslaafd zijn aan alcohol en drugs. "Het doet pijn om te zien. Janoekovitsj heeft de mijnen open gehouden, hij heeft banen gegeven, dat geeft hoop. Een man zonder baan voelt zich nutteloos. Werk is zijn trots. De mensen interesseren zich niet zo voor politiek, ze willen hun gezin onderhouden."

De Borst: "Je ziet veel verborgen leed, vooral onder kinderen. We gaan hier iets doen, dat is zeker."

Oekraïne voelt zich rijk met oud spul uit Nederland
'Ik hoop dat we ooit op een dag jullie hulp niet meer nodig hebben'

Door Tonny van der Mee
Bron: Rotterdams Dagblad, vrijdag 31 december 2004. Overgenomen met toestemming

Schoolmeubilair, kleding, schoenen en computers. Jaarlijks krijgen tienduizenden afgedankte spullen uit Nederland, ingezameld door de Vlaardingse stichting Spoetnik, een tweede leven in Oekraïne. Er wordt dankbaar gebruik van gemaakt, maar er is nog zoveel meer nodig.

Tatyana Revyakina verontschuldigt zich voor de rommel in de loods. Er is net een grote wagen geweest om spullen in te laden en ze heeft geen gelegenheid gehad om de boel enigszins te fatsoeneren. Zou ook een schier onmogelijke klus zijn, gezien de opeenstapeling van vuilniszakken, meubels en verhuisdozen. Kleding, schoenen, medicijnen, speelgoed, meubels, computers, maaltijden, het is slechts een greep uit het omvangrijke aanbod. "Hier liggen meer dan 50.000 hulpgoederen.''

We zijn in de opslagplaats van People for People, een Oekraïense humanitaire organisatie die nauw samenwerkt met de stichting Spoetnik. Hier worden hulpgoederen uit Nederland verzameld en verspreid. Veel kindertehuizen, bejaardentehuizen, ziekenhuizen en scholen in Oekraïne maken dankbaar gebruik van de spullen uit Nederland. Soms komen vier keer per dag wagens bij de loods om hulpgoederen in te laden. Tatyana: "Ze komen niet alleen uit deze regio, maar uit het hele land. Maar mensen moeten wel zelf het vervoer betalen en voor velen is dat een probleem.''

De humanitaire organisatie is op zoek naar een andere opslagplaats, die beter beveiligd is dan de drie hangsloten die nu de deur vergrendelen. "Maar zo'n opslagplaats is duur. We hebben daar niet genoeg geld voor,'' zegt Tatyana, vice-voorzitter van People for People.

En 'geld' is juist het toverwoord in Oekraïne. De grote steden hebben wat dat betreft niet veel te klagen, maar de regio's daarbuiten blijven vaak verstoken van financiële steun van de overheid. Waar in de buitenwijken van Kiev bombastische flatgebouwen in rap tempo uit de grond worden gestampt, daar is in de kleine dorpen niet eens geld om een school te bouwen.

Ambulance

"Hier wonen veel arme mensen," zucht Tatyana als we door Browary (85.000 inwoners) even buiten Kiev rijden. Veel inwoners zitten zonder werk en ouderen kunnen niet rondkomen van hun minieme pensioen. Het sobere plaatsje heeft al vaak gebruik gemaakt van de hulp uit Nederland. Zo kreeg het lokale ziekenhuis vorig jaar een ambulance van het Rode Kruis in het Gelderse Voorst voor het vervoer van zieken en invaliden. Andere hulpgoederen van People for People vinden hun weg via de plaatselijke kerk, waar veel armlastigen voor hulp aankloppen.

Tatyana vertelt trots over een inzamelingactie voor een van de jonge inwoners van het stadje. De 13-jarige Svetlana, die aan kanker leed, doorstond met succes enige chemokuren. Dankzij een inzameling van haar school en giften via Spoetnik in Nederland kon voor Svetlana een reis naar Cuba worden gefinancierd, waar artsen gratis een haarimplementatie-operatie hebben uitgevoerd.

De armoede buiten Kiev wordt pas goed zichtbaar wanneer we na een rit van zo'n 150 kilometer aankomen in Zamhlai, een klein afgelegen dorpje waar het aantal auto's op één hand te tellen is. Langs de hobbelige en spekgladde weg naar Zamhlai staan ruïnes van wat ooit fabrieken waren, de enige bron van inkomsten voor de meeste gezinnen.

Doel van ons bezoek is het plaatselijke kindertehuis. Daar wonen 124 verstandelijk gehandicapte meisje, van wie de ouders niet in staat zijn om de zorg voor ze op te nemen; ze zijn zelf gehandicapt of zijn eenvoudigweg te arm. In het kindertehuis krijgen de meisjes een halve dag onderwijs. Soms gaan ze naar een internaat in de buurt, waar ze tussen 'gewone' kinderen les krijgen. Andersom komen schoolkinderen uit de buurt naar het tehuis voor opvoeringen met dans en muziek.

De bewoonsters van het tehuis besteden de rest van de tijd aan verschillende activiteiten: naaien, breien, borduren en kartonnen doosjes maken. Met de verkoop van zelfgemaakte producten wordt geprobeerd geld binnen te halen voor de aanschaf van spullen.

Via People for People heeft het tehuis al hulp uit Nederland gekregen. De bank in de entreehal en de schooltafels in de kamer van de psychologe zijn het bewijs. "We zijn erg dankbaar voor de hulp," zegt de directrice. " We krijgen wel een beetje steun van de overheid, maar dat is lang niet voldoende. We hebben nu vooral schriften en ander schoolmateriaal nodig."

Het grootste probleem is het onderkomen: een oud blokken gebouw waarvan het kindertehuis al 36 jaar gebruik maakt. Toiletten en douches zijn niet meer van deze tijd. Aan elke muur in het tehuis hangen creatieve uitspattingen van de jonge bewoonsters. De kunstwerkjes zorgen voor de enige sfeer in het gebouw, dat verder aan geen enkele kwaliteitsnorm voldoet. "We hebben een speciale kamer nodig voor psychische hulp aan kinderen en we willen een kamer waar de meisjes kunnen koken," somt de directrice op. "Maar het liefst hebben we een nieuw gebouw."

Gedateerd

Het is een veel gehoorde noodkreet, weet Vladimir Sidorenko, bestuurder in het district Chernigiv. Veel gebouwen zijn gedateerd en de sociale problemen in zijn gebied zijn groot. "Er wordt hier en daar wel iets bij gebouwd maar het gaat erg langzaam," zegt hij. "De regering geeft elk jaar wel meer geld, maar het is niet genoeg. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de economische situatie al slecht. Nu Oekraïne zelfstandig is, staan we er alleen voor."

Sidorenko kan geen positieve boodschap meegeven. Chernigiv leunt op het enthousiasme en de toewijding van mensen bij lokale humanitaire organisaties die zich inzetten voor het welzijn van hun landgenoten. Zijn district is erg afhankelijk van hulp uit het buitenland. In het dorpje Gmilnitske staan in de gloednieuwe school Rodina Jaroslawna tientallen Nederlandse schooltafels en -stoelen. Ze zijn een verademing vergeleken bij de oude houten Oekraïense schoolbanken. Het is voor scholen onbetaalbaar om zelf nieuw meubilair te kopen, maar de afgedankte tafels en stoelen uit Nederland vinden gretig aftrek.

Het grootste deel van de hulpgoederen is afkomstig van de stichting Spoetnik in Vlaardingen. Dit jaar zijn ruim twintig vrachtwagens vol goederen naar Oekraïne gereden. Daarbij wordt samengewerkt met zeven humanitaire organisaties in Oekraïne, die door de Commissie Humanitaire zaken in Kiev zijn gemachtigd om de hulpgoederen te ontvangen en distribueren. De vrijwilligersorganisatie controleert zelf enkele keren per jaar of de goederen wel op de juiste plaats zijn terechtgekomen.

Oleg, van de stichting Medicine Development waarmee Spoetnik samenwerkt, laat dossiermappen zien met alle mogelijke documenten en lijsten als bewijs waar alle hulpgoederen naar toe zijn gegaan. "We houden alles precies bij, zodat mensen in Nederland ook weten dat alles op een goede plek terechtkomt."

Oleg leidt ons langs enkele projecten aan de rand van Kiev. Als we over de snelweg buiten de hoofdstad rijden, wijst hij hoofdschuddend uit het raam. Rechts van de weg staan hoge, grauwe flatgebouwen waar het gewone volk woont, links luxe, vrolijk beschilderde optrekjes van de rijken. "Het is goed verdeeld," schampert hij.

In een van die buitenwijken staat Dofira, een opvanghuis voor kinderen (2 tot 10 jaar) van werkende ouders. De allerjongsten gaan naar de crèche, de ouderen krijgen onderwijs. Kiev telt ongeveer honderd van dit soort kinderopvangvoorzieningen. Buiten de hoofdstad zijn ze schaars.

Van overheidssteun is nauwelijks sprake. "De regering betaalt alleen de helft van de maaltijden. De rest betalen de ouders zelf,'' zegt de directrice. Bovendien hebben ouders grotendeels zelf gezorgd voor de inrichting van het gebouw. Als de burgemeester van Kiev een gulle bui heeft, schenkt hij de school nog wel eens iets, zoals de computer in de directiekamer. Verder moet Dofira het vooral hebben van tweedehands spullen uit Nederland - vooral veel speelgoed, tafels en stoelen - die met open armen worden ontvangen.

Computers

"Er is nu vooral veel behoefte aan computers op scholen," vertelt Viktor Kostyna, hoofd van het district Kievo-Svjatoschinski. "Momenteel hebben we hier tachtig computers op acht scholen. Maar in het hele district zijn veertig scholen. Negentien daarvan hebben een aanvraag voor computers ingediend."

Kostyna leidt ons rond op de school waar hij in de jaren tachtig als directeur en docent werkzaam was. Het meubilair is deels Nederlands, deels Oekraïens. "Ga voor de gein maar eens op een Oekraïense stoel zitten,'' lacht Kostyna. "Voel je wat het verschil is?''

In het informaticalokaal staan langs de muur keurig elf Siemens-computers opgesteld. De computers worden gebruikt door leerlingen vanaf 12 jaar. Kostyna: "Omdat er van de overheid geen geld komt, zitten veel scholen zonder computers. Computers zijn belangrijk voor de ontwikkelingen. Kinderen willen graag verder studeren op de universiteit. Slimme kinderen zijn goed voor de toekomst van ons land."

Oleg zucht eens diep na het bezoek aan de projecten van de stichting Spoetnik. "Ik hoop dat Oekraïne ooit op een dag geen hulp meer nodig heeft. Dat we hier als gewoon als vrienden met elkaar kunnen eten en drinken, zonder dat we gelijk hoeven vragen of ze ons kunnen helpen. Dat we gewoon zelfstandig zijn.''

Sparta-mutsen in Oekraïense kindertehuizen

Door Tonny van der Mee
Bron: Rotterdams Dagblad, woensdag 22 december 2004. Overgenomen met toestemming

Volgens officiële cijfers zijn in Oekraïne 100.000 kinderen dakloos. In werkelijkheid zijn het er veel meer, want niet elk zwerfkind heeft een plekje in een van de kindertehuizen. Sparta-voetballer Jevgeni Levtsjenko is samen met de stichting Breath in zijn vaderland om de weeskinderen te helpen.

Nico de Borst ontvangt werkstuk van kind (achtergrond: Yevgeni Levchenko en leidster) Krashnylymna - Slechts zestien jaar oud en al een moord gepleegd. De psychologe van het kindertehuis in Kramatorsk weet niet wat ze met de weesjongen aan moet. "Hij wil alleen dat we hem eten geven, voor de rest mogen we ons niet met zijn leven bemoeien."

Kindertehuizen in Oekraïne zitten er mee vol mee: weeskinderen en kinderen van ouders die niet voor ze kunnen zorgen. Kinderen die letterlijk van de straat zijn geplukt, kinderen zonder enig toekomstperspectief, zonder zelfvertrouwen.

Voor Sparta-speler Jevgeni Levtsjenko is het de eerste confrontatie met deze problematiek in zijn vaderland. Hij was al onder de indruk geraakt van de verhalen van zijn zijn vriendin - actrice Viktoria Koblenko -, die onlangs een bezoek bracht aan jonge aidspatiëntjes in Odessa. Deze dagen wil de voetballer met eigen ogen zien hoe de situatie van de straatkinderen in zijn geboortestreek Donetsk is. "Ik ben echt benieuwd wat we aantreffen en of we hier wat kunnen doen."

Levtsjenko kreeg Sparta-supporter Nico de Borst zo ver om met hem mee te gaan. De voorzitter van de stichting Breath, die in het Roemeense Techilghiol het Sparta Rotterdam Kinderdorp (drie tehuizen voor gehandicapte weeskinderen) heeft opgezet, wil dolgraag een soortgelijk project in Oekraïne starten. Yevgeni Levchenko met kind

Want hulp is hard nodig, zo blijkt tijdens hun bezoek aan twee kindertehuizen. De jeugdige bewoners zijn het slachtoffer van de erbarmelijke sociale omstandigheden in Oekraïne. Ouders laten hun kinderen alleen achter omdat ze een baan gaan zoeken in Moskou. Andere kinderen hebben hun vader verloren door ongelukken in de mijnen; moeders blijven achter en raken verslaafd aan alcohol. De kinderen worden verwaarloosd of mishandeld; ze komen in de criminaliteit terecht of raken verslaafd aan drugs en lijm snuiven.

In het uiterste geval kan de rechter de ouders het kind afnemen en in een kindertehuis plaatsen. Dat is niet altijd makkelijk. "Voor de rechter beloven ze beterschap, maar als de kinderbescherming later opeens voor de deur staat is moeder weer dronken en heeft het kind blauwe plekken," zegt Lyudmila Kuzminova, die bij de lokale overheid verantwoordelijk is voor de kindertehuizen in de regio Donetsk.

Soms staan de ouders boos aan de deur van het tehuis om hun kind op te eisen, weet Levtsjenko. Tien dagen later staan ze weer smekend op de stoep, omdat ze het zelf toch niet aankunnen.

Het probleem is dat volgens de huidige Oekraïense wet de kinderen maximaal drie maanden in een tehuis mogen blijven. Daarna moet het kind terug naar de ouders, naar een pleeggezin of naar een ander tehuis. Kuzminova: "We oefenen druk uit op de regering om die termijn langer te maken. Ze zijn bezig met een nieuwe wet. Ik heb vaak ruzie met de regering, maar ik ben een doorzetter."

Groepsfoto met Levchenko, De Borst en Sparta-mutsjes

Verlenging van die drie maanden is voor de stichting Breath een vereiste om te investeren in Oekraïne. Desnoods wil de stichting de mazen van de wet zoeken om dit probleem te ontduiken. Soms gebeurt dat al: kinderen worden stiekem langer dan drie maanden in het tehuis gehouden. Het is immers niet goed voor het vertrouwen van de kinderen als ze elke keer moeten verhuizen.

Bovendien is er behoefte aan materiaal om het verblijf voor de kinderen aangenaner te maken. Het tehuis in Kramatorsk, dat wordt gesponsord door een vrijgevige zakenman, vragen ze slechts om een paar voetballen en een trapveldje. Nu hebben ze alleen een basketbal om mee te spelen. Eén ding krijgen de kinderen alvast toegestopt uit de tas van de delegatie uit Rotterdam: warme Sparta-mutsen. Ze zijn door de club afgedankt omdat de oude kledingsponsor erop staat. Zo moeten in Nederland ook veel afgedankte voetbalshirts beschikbaar kunnen zijn voor de kinderen in Oekraïne. "Sommige shirts zitten gewoon nog in de verpakking," weet Levtsjenko

Vijftig kilometer verderop, in het stadje Krashnylymna, is de hulpeloosheid groter. Het plaatselijke kindertehuis (31 kinderen) is sober. In de grote slaapzalen staan de bedden keurig op een rij. In een van de grote ruimtes staan slechts een paar oude houten schoolbankjes en een provisorische tafeltennistafel. De leiding van het tehuis wil er dolgraag een sportzaaltje van maken.

De grauwe gebouwen zijn opgeleukt met muurschilderingen en kleurtjes, maar het meubilair is primitief. "We hebben alles zelf verbouwd," vertelt de directeur trots. "Er waren lekkages en de verwarming ontbrak."

Na de eerste dag van zijn tweedaagse rondreis langs kindertehuizen trekt Nico de Borst zijn conclusie. Met Lyudmila Kuzminova worden voorzichtig afspraken gemaakt voor de oprichting van een Stichting Breath Oekraïne. Loco-burgemeester Nikolai Odrienko van Krashnylymna, die zeer begaan is met de straatkinderen, zegt alle medewerking toe. "Ik zie hier zoveel mogelijkheden," zegt De Borst. "Ik ben ervan overtuigd dat we hier iets moois kunnen neerzetten."

Foto's van Yevgeni Levchenko:

  • Nico de Borst ontvangt werkstuk van kind (achtergrond: Yevgeni Levchenko en leidster)
  • Yevgeni Levchenko met kind
  • Groepsfoto met Levchenko, De Borst en Sparta-mutsjes

Sparta Kinderdorp in Donetsk?

De Borst kijkt lachend toe terwijl Levchenko signeert

Door Tonny van der Mee
Bron: Rotterdams Dagblad, zaterdag 11 december 2004. Overgenomen met toestemming

Als het aan Sparta-supporter Nico de Borst ligt, krijgt Oekraïne in navolging van Roemenië een heus Sparta Rotterdam Kinderdorp. De Capellenaar, tevens voorzitter van Stichting Breath, vertrekt op 20 december voor een paar dagen naar Donetsk, in het oosten van Oekraïne. Daar bezoekt hij samen met Sparta-speler Jevgeni Levtsjenko een aantal kindertehuizen. "We gaan kijken hoe de situatie daar is, zodat we misschien eenzelfde project als in Roemenië kunnen opzetten."

De Borst heeft met zijn stichting al drie kindertehuizen in het Roemeense Techirghiol. Het Sparta Rotterdam Kinderdorp biedt onderdak aan gehandicapte weeskinderen in de leeftijd van 6 tot en met 13 jaar. Komende zomer wordt in het dorp een nieuw medisch centrum geopend. "Stichting Breath is er niet alleen voor Roemeense kinderen," zegt De Borst. "We zijn er voor alle kinderen die het moeilijk hebben. Bovendien hebben we ervaring met bouwen in het Oostblok. Dat vereist een specifieke aanpak. Je moet de de corruptie zien te omzeilen."

De Borst denkt aan een zelfde constructie als in Roemenië, waar een Roemeense tak van de Stichting Breath is opgezet met betrouwbare medewerkers. In Donetsk zou de familie van Levtsjenko, die de contacten met Oekraïense kindertehuizen heeft geregeld, een goed vertrekpunt kunnen zijn. De Borst: "Onze eerste zorg is om er een vertrouwd contact op te bouwen. Ik zit erover te denken om er een aantal communicatiemiddelen achter te laten, zodat ze kunnen faxen en mailen."

Levtsjenko zocht contact met De Borst, omdat de speler hoorde van diens inzamelinsacties voor Roemenië. De Sparta-speler was erg onder de indruk geraakt van de verhalen van zijn vriendin, actrice Victoria Koblenko, die met Carolien Tensen naar de Krim was gereisd. "Levtsjenko beleeft de situatie in Oekraïne heel intens," vertelt De Borst. "Hij kwam met schokkende voorbeelden van hoe verwaarloosd het daar is. Ik hoop dat we iets kunnen betekenen."

Juice gaat maar door

Januari 2003

Van 9 tot 29 december 2002 werden in L'viv en in Sosnitsa weer cursussen en workshops gehouden in het kader van het MATRA-project JUICE. Een 40-tal collega's uit het speciale onderwijs voor dove kinderen waren daar actief bij betrokken. Met ondersteuning van Poolse collega's, een psychologe uit Szczecin en de leiding van een Centrum voor Ondersteuning van ouders en hun dove kinderen uit Wroclaw, werd er verder vorm gegeven aan onderzoek en programma ontwikkeling. Op beide scholen zetten de teams zich in om tot interactieve, kind gerichte praktijk te komen.

De verwachtingen voor de tweede helft van 2002 waren:

  • Het evalueren van de interactieve leerling-gerichte onderwijspraktijk en het toepassen van de opgedane ervaring in de communicatie- en taalontwikkeling in de met name op kennisontwikkeling gerichte schoolvakken;
  • Deze ervaring vastleggen en ter kennis van collega's brengen;
  • Het informeren over en laten deelnemen aan de vernieuwde onderwijspraktijk van ouders en dove volwassenen;
  • Het ontwikkelen van een efficiënte onderzoeks- en testprocedure, gericht op het ontwikkelen van een effectief onderwijsprogramma;
  • Het tot stand brengen van een infocentrum met betrekking tot opvoeding en onderwijs van doven.

In de onderwijspraktijk van de deelnemende scholen uit L'viv en Sosnitsa zijn de veranderingen zichtbaar. Meer nadruk op interactief onderwijs, waarbij de belangstelling en de kennis en vaardigheden van de kinderen gebruikt worden om keuzes binnen het bestaande curriculum te maken en nieuwe functionele kennis en vaardigheden te ontwikkelen. Dit leidt tot effectiever onderricht en een meer ontspannen verhouding tussen leerling en leerkracht. Voor de deelnemers was het een herkennen van de tekst uit de World Declaration on the Survival, Protection and Development of Children, U.N.1990 §2: "...Their time should be one of joy and peace, of playing, learning and growing. Their future should be shaped in harmony and co-operation. Their lives should mature as they broaden their perspectives and gain new experiences...". Tijdens de activiteiten werd er naar aanleiding van dit fragment uitgebreid gediscussieerd over ethische aspecten van onderwijs en opvoeding van kinderen met special needs. En werden er ten behoeve van de onderwijsautoriteiten een visie met daaruit volgende aanbevelingen geformuleerd.

Het betrekken van dove volwassen in het project verloopt nog steeds moeizaam. Ouders daarentegen waren in L'viv actief en erg betrokken. Zowel voor hen als voor de deelnemende professionals was deze manier van samenwerken met de eigen kinderen nieuw en het maakte veel emoties los. Er wordt nu gezamenlijk gezocht naar manieren om de inzet en betrokkenheid structureel te maken. De Poolse gemeente Wroclaw heeft hierbij hulp toegezegd.

Op het gebied van diagnostisch onderzoek van dove kinderen leverde het programma dat Ursula Burin, Pools psychologe en gespecialiseerd in psychologisch onderzoek van dove kinderen, uitvoerde met een vijftal psychologen uit L'viv en Sosnitsa het onthutsende resultaat op dat in de huidige praktijk er geen degelijk onderzoek plaatsvindt. Het blijkt te ontbreken aan geëigende testprogramma's en men is onbekend met onderwijs- en opvoedingsgericht onderzoek.

Met het Re-trainingsinstituut Chernigiv werd uitvoerig overlegd in het kader van een op te richten Informatiecentrum. Besloten is om voorlopig uit te gaan van een virtueel infocentrum via een website. De afdeling Informatica van het instituut zal samen met de afdeling Speciaal Onderwijs een format ontwikkelen. Tegelijkertijd wordt in de cursussen speciaal onderwijs de didactische en pedagogische informatie uit het JUICE project door middel van eigen uitgaven verspreid. Met name verdienen de verslagen van de vernieuwde onderwijsactiviteiten van de collega's uit Sosnitsa vermelding; er is veel aandacht voor praktische zaken.
Ook wordt door de projectcoördinator samen met Katerina Lutshko, lector aan de Pedagogische Universiteit van Kam'janets-Podilsky en auteur van recente methodes voor het speciale dovenonderwijs, een handleiding voor interactief auditief-verbaal onderwijs voorbereid.

In de feitelijke uitvoering van JUICE lijkt de rol van beide humanitaire stichtingen, PROFORKIDS uit Loosdrecht en Stichting Humanitaire Hulp Kinderen Oekraïne uit Tilburg wat op de achtergrond, in feite is hun bijdrage in het management team wezenlijk en zijn hun eigen ondersteunende activiteiten op de scholen in L'viv en Sosnitsa in materieel opzicht van groot belang voor de uiteindelijke realisatie van de JUICE doelen.

Informatie:
Hans Rosier, project coördinator
email: hrosier@viataal.nl

JUICE is een MATRA project en wordt uitgevoerd in samenwerking met PROFORKIDS, Loosdrecht, en de Stichting Humanitaire Hulp Kinderen Oekraïne, Tilburg. En Viataal, voorheen Instituut voor Doven, Sint-Michielsgestel.
MATRA is het projectenfonds voor Maatschappelijke Transformatie in Midden- en Oost-Europa van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

 

Stichting Humanitaire Hulp Kinderen Oekraïne bestaat tien jaar

2002

In de tien jaar dat deze stichting bestaat, zijn er vele kinderen en mede daardoor: gezinnen, gelukkiger geworden in Oekraïne.
Het is tien jaar geleden dat Piet Spijkers, na de verkoop van zijn bedrijf, zich geheel ging toeleggen op kinderziekenhuizen, weeshuizen, enz. in Oekraïne.

Zijn voornaamste werkterreinen waren de oncologische kinderziekenhuizen in L’viv en Chercassi. Intussen is het ‘werkterrein’ sterk uitgebreid en is er een instituut voor doven in L’viv geopend, een project in samenwerking met het doveninstituut in Sint Michielsgestel, opvangcentrum voor zwerfjongeren in de Karpaten, staan er projecten gereed voor jeugdgevangenissen, enz. enz.
Momenteel gaan de meeste projecten in (financiële) samenwerking met “Wilde Ganzen”.

Tijdens de viering van de 10e verjaardag van de diplomatieke betrekkingen tussen Oekraïne en Nederland in Den Haag, heeft Piet Spijkers zijn tevens 10-jarige stichting gepresenteerd door middel van een zeer overzichtelijke, ongeveer 15 minuten durende, geprojecteerde computerpresentatie. Onderstaande afbeeldingen zijn uit deze presentatie geselecteerd.

Hospital Clowns
Al deze kinderen hebben een chemokuur ondergaan

Verdere inlichtingen bij de Stichting Humanitaire Hulp Kinderen Oekraïne:

de heer Piet Spijkers
tel. 013-463 79 99
e-mail: spijkers@tref.nl