Oekraïne Magazine - Artikelen

Oekraïne Magazine najaar 2004

Oekraïne Magazine zomer 2004

Oekraïne Magazine voorjaar 2004

Oekraïne Magazine winter 2003

Oekraïne Magazine najaar 2003

Oekraïne Magazine zomer 2003

Oekraïne Magazine voorjaar 2003

 

De Sovjet-Oekraïense film: poëzie en verzet

Uit: Oekraïne Magazine Najaar 2004.

Sergej Paradzjanov en de vuurpaarden

Hoe Paradzjanov in 1964 de poëtische cinema in Oekraïne vestigde - en hoe het Sovjetgezag hem daarop kapotmaakte.

Joeri Iljenko en de verfilmde filmkunst

Paradzjanovs cameraman Iljenko zette de lijn van de nationaal-poëtische film voort. Daarin verweefde hij de Oekraïense cultuur en geschiedenis, tot ongenoegen van de communistische autoriteiten.

Vuil spel met de kiezers

Uit: Oekraïne Magazine Najaar 2004.

Grand tour Oekraïne

Uit: Oekraïne Magazine Najaar 2004.

Oekraïne als studie-object voor geschiedenisstudenten van de Universiteit van Amsterdam.

Aids-problematiek vraagt om verantwoordelijkheid

Uit: Oekraïne Magazine Najaar 2004.

In een open brief vraagt Piet Spijkers om meer aandacht voor de aidscrisis in Oekraïne - ook van de lokale autoriteiten.

Een toekomst voor Oekraïense hoogbouwflats?

Uit: Oekraïne Magazine Zomer 2004.

Oekraïne kampt nog steeds met enorme huisvestingsproblemen. Uit de Sovjet-tijd erfde het een grote voorraad slecht gebouwde woningen, vooral hoogbouwflats, terwijl de overheid na de val van het communisme geen geld heeft voor renovatie of nieuwbouw.

Onstuimige groei economie

Uit: Oekraïne Magazine Zomer 2004.

De Oekraïense economie groeit voor het vierde achtereenvolgende jaar, maar de Oost-Europabank zet kritische kanttekeningen.

Polen-Oekraïne: De dertigjarige oorlog, 1918-1948

Uit: Oekraïne Magazine Zomer 2004.

Deel 3 (slot): Het verleden slaat terug. Begraafplaatsen en herdenkingen, 1919-2004

  • Polen: Oekraïne's beste vriend?

    Al onder het communistische bewind waren er dissidenten die pleitten voor verzoening met Polen. De democratische regeringen in Warschau hebben deze lijn na 1989 voortgezet.

  • Strijd om een kerkhof, 1919 / 2002

    Polen en Oekraïners ruzieën over een begraafplaats in Lviv uit de onderlinge oorlog van 1919.

  • Zuiveringen vs. Deportaties, 1943 / 1947 / 2003

    De moeizame verwerking van het bloedige verleden: de etnische zuiveringen van 1943 en de deportaties in Polen van 1947.

Terugkeer van de Koenigs-collectie

Uit: Oekraïne Magazine Zomer 2004.

Hoe Nederland 139 teruggevonden tekeningen uit de omstreden Koenigs-collectie terugkreeg van Oekraïne. Het overleg over restitutie verliep met Kiev een stuk soepeler dan met Moskou, dat nog steeds stukken uit de verzameling vasthoudt.

Doopsgezinden aan de Dnjepr

Uit: Oekraïne Magazine Voorjaar 2004.

Het vergeten verleden van Nederland in Oekraïne

Tot 1945 woonden er duizenden Nederlanders in Oekraïne in het zuidoostelijke Zaporizjia. Zij kwamen er vanaf het eind van de 18e eeuw met hun huifkarren en vee en brachten het land in snel tempo tot bloei met grote boerderijen en fabrieken. Mede dankzij hen kreeg Oekraïne in de 19e eeuw de bijnaam "de graanschuur van Rusland".
Wie waren die Nederlanders? Waarom emigreerden zij naar Oekraïne en waar zijn ze gebleven? Daar gaat het onderstaande artikel over.


Het verhaal begint in 1525 in Zwitserland en Zuid-Duitsland met de opkomst van het anabaptisme, een religieuze stroming die zich zeer kritisch opstelde tegenover het gezag van Kerk en Staat en die het gebruik van wapens ten strengste verbood. Het anabaptisme vond snel veel aanhangers, ook in Oostenrijk en de Zuidelijke Nederlanden. In de Noordelijke Nederlanden werden ze aanvankelijk wederdopers genoemd en vanaf 1535 vooral doopsgezinden - in Polen en Noord-Amerika heeft men het meestal over mennonieten, naar de Friese leider Menno Simonsz. uit Witmarsum.
De anabaptisten waren zeer sociaalvoelend, leefden uiterst spaarzaam, werkten hard en gunden zichzelf nauwelijks enige luxe. Ze waren zeer 'modern' georganiseerd: ze kenden een onderlinge brandverzekering, zorgden voor hun weduwen en wezen, en stelden boetes in op luiheid, slordigheid en onverzorgdheid. Hun kinderen werden niet gedoopt, want men vond dat slechts een volgroeid mens over zijn geloof mocht beslissen.

Hoe vredelievend ze ook waren, de lokale en landelijke gezagsdragers zagen een groot gevaar in dit geloof. Mede daarom voerde keizer Karel V ook in de Nederlanden de Inquisitie in, en in 1525 werd de eerste 'ketter' in het centrum van Den Haag verbrand. Honderden anderen werden levend verdronken of opgehangen.

Dat was het sein voor een massale uittocht. Vanuit de Zuiderzeehavens vluchtten bijna 50.000 gelovigen richting Koningsbergen (nu het Russische Kaliningrad aan de Oostzee) en de havenstad Dantzig (Gdansk) in het toen zeer verdraagzame Poolse koninkrijk.
In en rond Gdansk ontstonden talloze vestigingen en dorpen van Nederlandse mennonieten. In de loop der tijd sloten zich ook doopsgezinden uit Zuid-Duitsland, de Palts en Zwitserland bij hen aan. Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog in 1568 en de instelling van Alva's Bloedraad vertrok een nieuwe golf mennonieten en andere protestanten naar Polen. Omdat de mennonieten hun grondbezit uitsluitend aan de oudste zoon nalieten, trokken de andere zoons naar nieuwe gebieden aan de oevers van de Wisla (Weichsel). In 1629 arriveerden zij voor Warschau, waar ze aan de overzijde van de rivier een klein omheind kamp bouwden dat nu de mooie voorstadswijk Saska Kepa (Saksenkamp) is.

Na een relatief rustige en voorspoedige periode van tweeëneenhalve eeuw in het Poolse koninkrijk werd het leven van de doopsgezinden moeilijker toen de koning van Pruisen in 1772 Noord-Polen inlijfde. De koning riep de doopsgezinde jongemannen op voor de dienstplicht, hetgeen in strijd was met hun geloofsvoorschriften. Ook verbood hij de verdere verkoop van land aan deze gelovigen.

Grensland

In dezelfde tijd had de Russische keizerin Catharina de Grote de Tataren en Turken naar de Krim weten terug te dringen en het zuiden van Oekraïne veroverd. De ontvolkte steppegebieden van het 'grensland' ("U-krajna", ofwel Oekraïne) wilde zij herbevolken met niet-katholieke, hardwerkende en capabele boeren van Nederlandse afkomst. Zij herinnerde zich de bewondering van haar voorganger Peter de Grote voor alles wat Nederlands was. Zo kwam haar speciale afgezant op 7 augustus 1786 bij de doopsgezinden in Dantzig op bezoek met het voorstel om zich in de Zuid-Oekraïense steppen te vestigen, waarbij hun gemeenschappen zelfbestuur zouden krijgen.

Nog geen twee jaar later, in 1788, trokken de eerste 152 families met hun huifkarren en vee naar Zuid-Oekraïne, waar zij zich op het eiland Chortietza in de Dnjepr en in het naburige gebied Zaporizjia vestigden. Deze groep was inmiddels niet meer 100% Nederlands, want in de loop der eeuwen waren zij af en toe ook met Poolse en Duitse doopsgezinden getrouwd. Bovendien waren de Nederlandse namen nogal eens verduitst onder invloed van de Duits-lutherse kerken en scholen in Noord-Polen. Zo werd in 1780 het tot dan toe Nederlandse Doopsgezinde Gezangenboek in Dantzig vervangen door een Hoogduits.

Na hun aankomst in Oekraïne leefden de Nederlandse families aanvankelijk in hutten en holen langs de steile oevers van de rivier. Maar al snel konden zij die vervangen door stenen huizen die in een van te voren ontworpen dorpsplattegrond moesten passen.

Daar zij zeer gedisciplineerd en ijverig waren, hadden de doopsgezinden spoedig succes. Ze begonnen met het telen van schapen, spinnen, weven, en het produceren en verven van zijde. In snel tempo hadden ze er fraaie boerderijen neergezet, met boomgaarden, bloementuinen en weiden vol gezond vee. Door de systematische aanplant van miljoenen bomen kregen de of te warme of te koude steppenwinden minder kans de oogsten te beschadigen.

Door het werk van de doopsgezinde boeren kreeg Oekraïne de bijnaam van "graanschuur van Rusland". Ook brachten ze vele industrieën tot ontwikkeling, ondermeer van landbouwmachines en papier. Zij bouwden scholen, weeshuizen en ziekenhuizen, legden moerassen droog, bouwden dijken en sluizen en zetten water- en korenmolens neer.

In 1803 en 1804 kwamen kort na elkaar nog eens 400 families uit Pruisisch Polen naar Oekraïne. Ze vestigden zich langs de rivier de Molotsjnaja, waar ze achttien dorpen bouwden. Onderweg vanuit Polen streken sommige families neer in Volhynië in West-Oekraïne, waar zich al eerder doopsgezinden en andere vervolgde protestanten uit Zwitserland en de Palts hadden gevestigd.

De eerste donkere wolken doemden op in 1874. In dat jaar werd in Rusland de algemene dienstplicht ingesteld, en men wilde geen uitzondering maken voor de doopsgezinden. Het Keizerlijke Privilege van 1800, dat de doopsgezinden vrijstelde van belastingen en van militaire dienst, werd ingetrokken. Met veel moeite kon tenslotte de dienstplicht worden vervangen door bos-arbeidsdienst.

Toch zagen 15.000 doopsgezinden de toekomst somber in en emigreerden naar de Verenigde Staten en Canada. De toekomst zou hen gelijk geven. Anderen kochten grond in het Samara-gebied aan de Wolga, vestigden dorpen op de Krim of trokken naar de rivier de Koeban ten noorden van de Kaukasus, of naar Oefa en Omsk of nog verder weg in Siberië en Kazachstan.

Argwaan

Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, meldden doopsgezinden zich massaal als vrijwilliger bij het Rode Kruis. Hoewel zij hun Russische en Oekraïense buren hielpen zoveel zij konden, groeide bij de lokale bewoners - daartoe aangezet door de bolsjewieken - de argwaan tegen de rijke vreemdelingen met hun onbegrijpelijke taal. Waarom hoefden die eigenlijk niet in dienst? Hoe kwamen ze aan zoveel geld? Waren het soms spionnen?

Na de Februari-revolutie van 1917 werden de doopsgezinden aangeduid als "parasieten", "buitenlandse vijanden" of "Duitse kolonisten". Er kwam een verordening die bepaalde dat ze hun moedertaal, het Platdietsch, niet meer mochten spreken. En vlak voor zijn gedwongen troonsafstand ondertekende de tsaar de zogenoemde Liquidatiewetten, waarbij het grondbezit van buitenlanders werd onteigend.

In november 1917 grepen de bolsjewieken de macht in het Russische rijk. Oekraïne werd in april 1918 door de Duitsers bezet, en velen ervoeren dat als een opluchting. De Nederduits-Platdietsch sprekende doopsgezinden werden door het bezettingsleger correct behandeld en vele niet-communisten waardeerden de rust en orde die eindelijk weer terugkeerden. Maar met het einde van de Eerste Wereldoorlog in november 1918 trokken de bezetters zich terug, en meteen brak een periode aan van onbeschrijflijk lijden. Losgeslagen benden onder leiding van de ex-crimineel Nestor Machno trokken rovend, vernielend en verkrachtend langs de ooit zo goed verzorgde en welvarende boerderijen in het Chortietza- en Molotsjnaja-gebied. De anarchistische "Machnovtsi" zagen alle doopsgezinden, maar ook de lutherse en roomse vreemdelingen, als "vrienden van de Duitsers'. Ze werden massaal op vaak gruwelijke wijze afgeslacht. In maart 1919 probeerden honderden mensen met volgeladen huifkarren naar de Krim te vluchten, waar het nog relatief rustig was door de aanwezigheid van ex-tsaristische troepen. Naast honger, ziekte en dood traden ook nog epidemieën van vlektyfus en pokken op en het kan een wonder genoemd worden dat er nog mensen overleefden.

Na de komst van de reguliere Sovjet-troepen in januari 1920 trokken de Machno-benden zich terug. Maar herstel van de economie bleef uit en honger en ziekten duurden voort. Overlevende doopsgezinden heropenden ziekenhuizen en probeerden hulp van elders te organiseren. Amerikaanse geloofsgenoten openden een hulpcentrum in Constantinopel.

Ook in Nederland kwamen de doopsgezinden in actie: ze vormden een Commissie voor Buitenlandse Noden en ontvingen een delegatie uit Oekraïne die hen vertelde van de verschrikkingen die ze te verduren hadden. De doopsgezinde theoloog T.O. Hylkema uit Giethoorn was diep geschokt door alles wat hij hoorde en legde hun ervaringen in 1920 vast in een boekje, waarmee hij steun voor de Russische geloofsgenoten poogde te werven.


"De Machnowzen hadden het laatste masker afgeworpen. Openlijk zeiden zij, dat het hun doel was de kolonisten uit te roeien. Alle ruwheid en barbaarschheid, die een mensch maar doen kan, deden zij. Ieder sidderde onder hun zwart schrikbewind.

Als wilde dieren traden zij in de huizen en roofden niet alleen paarden en wagens, maar ook al het andere, wat maar mogelijk was: kleeren, pelzen, ondergoed, bedden, kussens, eten, mantels.
Onder bedreiging met den dood werden de bewoners gedwongen hun laatste geld af te geven. De menschen werden op straat beroofd, zelfs beambten en arbeiders, ja zelfs bedelaars!"
Brief van twee broeders uit Halbstadt, oktober 1919, geciteerd in: T.O. Hylkema, De geschiedenis van de doopsgezinde gemeenten in Rusland in de oorlogs- en revolutiejaren 1914 tot 1920 (Steenwijk, zonder jaar).


Het werd alle betrokkenen duidelijk dat de doopsgezinden weg moesten uit Oekraïne, maar hoe? De communisten wilden alleen uitreisvisa verstrekken aan mensen die hun Nederlandse (en niet-Duitse) afkomst konden bewijzen. De cruciale vraag vanaf die tijd, die de hele 20e eeuw zou blijven opspelen, was: Zijn de doopsgezinden in Oekraïne en Rusland van Nederlandse of van Duitse origine?

Vele Nederlandse en Duitse specialisten hebben zich in verhitte debatten gestort over deze vraag en andere, soortgelijke discussies. Is de taal van de mennonieten - het Platdietsch - een Nederlands/Fries of een Duits dialect? Hebben de doopsgezinden zich na 1918 uit pure overlevingsdrang "Nederlanders" genoemd of zijn ze inderdaad Nederlanders? In 1920 besloot men het in Nederland gepubliceerde proefschrift van de Poolse Felicia Szper uit 1913 als uitgangspunt te nemen, en met name de daarin vermelde Nederlandse mennonietennamen. Twintigduizend mensen mochten zo naar Canada overkomen waar hun geloofsgenoten hen gastvrij ontvingen.

Omstreeks 1929 leefden er nog ongeveer 80.000 doopsgezinden in de Sovjet-Unie. In dat jaar verbood Stalin verdere emigratie. Spoedig volgde de gedwongen collectivisatie van de landbouw die een dramatische hongersnood en de dood van miljoenen mensen veroorzaakte (zie Oekraïne Magazine 2002/4). Vervolgens zijn nog vele duizenden gedeporteerd of geëxecuteerd onder de Stalin-terreur van de late jaren '30.


"Het afgelopen jaar zijn ze uit hun huizen verjaagd, opgesloten en in elkaar geslagen. Toen werden ze naakt naar het kerkhof gebracht. Vandaar moesten ze naar de kerk kruipen met twee mannen die op hun rug zaten. Op de trappen van de kerk moesten ze knielen en bidden. Men zegt dat ze het lijk van de oude Eisenbeis aan een boom hebben opgehangen nadat ze hem hadden gedood. Zo heeft hij dit leven moeten verlaten...

We zijn al blij als we iets te eten hebben. Er is geen graan, geen zonnebloemzaden, geen maïs, niets - we hebben het allemaal moeten afgeven, en nog steeds moeten we voor 120 poed graan aan belasting leveren."
(Brief van 30 december 1930 van een Duits-mennonitisch gezin in Oekraïne ten tijde van de acties tegen de koelakken, gericht aan familie in North Dakota, VS.)


Toen in 1941 de Duitsers de Sovjet-Unie binnenvielen, werden zij door velen, onder wie doopsgezinden, islamitische Tataren en Oekraïners, als bevrijders binnengehaald. Deze bevolkingsgroepen kregen even rust en konden hun kerken, moskeeën en scholen weer openen. Maar die rust duurde niet lang.

De doopsgezinden werden wegens hun "Germaanse" afkomst voorgetrokken door de Duitse bezetters, die hen erkenden als "Volksdeutsche". Nederlandse NSB'ers zagen hen als hun eigen volksstamgenoten. Zo bezocht een delegatie van de Nederlandsche Oost-Compagnie, die het land met Nederlandse boeren wilde koloniseren, tijdens een werkbezoek aan de bezette gebieden een mennonitische boerderij. De eigenaar, boer Klaassen, kende zelfs nog een paar woorden Nederlands. "In de buurt van het dorp troffen wij overal blonde, Germaansch uitziende kinderen, die evenzoo goed van een Nederlandsche hofstede konden zijn weggelopen!", aldus NSB-leider Rost van Tonningen. (zie Oekraïne Magazine 2001/1)

Toen het Rode Leger oprukte, vluchtten vele doopsgezinden met de terugtrekkende Duitsers mee naar het westen. Na de oorlog in 1945 eiste Stalin de terugkeer van alle "bevrijde Sovjetburgers", onder wie ook de etnische Duitsers uit Sovjetgebied. Dat leidde in de westelijke bezettingszones van Duitsland, waar vele verdrevenen hun toevlucht hadden gevonden, tot dramatische taferelen, want de meeste van deze 'Sovjetburgers' wilden absoluut niet terug. Zij wisten of vermoedden wat een ieder die met de Westerse democratie had kennisgemaakt bij terugkeer te wachten stond: executie of Siberië.

In doopsgezinde kringen rees wederom de vraag wie er van Nederlandse en wie er van Duitse origine was. Iedereen wilde naar de Verenigde Staten emigreren - de Geallieerden registreerden 20600 namen - maar de Amerikanen wilden geen ex-nazi's toelaten. De uit Polen afkomstige Duitssprekende mennonieten werden als zodanig beschouwd, omdat zij in 1772 niet naar Oekraïne waren gevlucht en zich - tegen hun geloofsregels in - aan de Pruisische regels hadden aangepast. Zij bleven jarenlang in vluchtelingenkampen in Denemarken, totdat zij tenslotte naar Zuid-Amerika, Canada en West-Duitsland mochten vertrekken. De Geallieerden besloten in 1945 voorrang te verlenen aan het vertrek van de Sovjet-mennonieten naar de Verenigde Staten als die konden aantonen van Nederlandse afkomst te zijn.

Toeristen

Thans, anno 2004, woont er zowel in Polen als Oekraïne nog slechts een enkele doopsgezinde, meestal hoogbejaard. Wel zijn in die landen nog vele gebouwen te zien waar ooit mennonieten hebben gewoond en gewerkt. Meestal hebben deze panden in het Sovjet-tijdperk een geheel andere bestemming gekregen. Zo wordt een fabrieksgebouw van het machinebedrijf Lepp-Wallman in Zaporizjia tegenwoordig benut om Koreaanse Daewoo-auto's te bouwen. Verscheidene kerken en gebouwen zijn weer hersteld met steun van geloofsgenoten uit Duitsland, Nederland en Noord-Amerika, die nu in groten getale terugkeren als toerist of voor geestelijk werk en hulpverlening.

Geschat wordt dat er vandaag de dag nog maar een kleine 5000 mennonieten in de voormalige Sovjet-Unie zijn, voornamelijk in het Aziatische deel. De meesten zijn na de val van het communisme naar Duitsland getrokken - in 1992 waren dat er al 90.000. Volgens Duitse krantenberichten verloopt de aanpassing aan het leven in Duitsland uiterst moeizaam en spreekt de jeugd nog slechts Russisch.

Nadat eerder in de eeuw de Nederlandse afkomst als 'laissez-passer' fungeerde, was het nu profijtelijker zich als Duitser te profileren. Voor zover de auteur bekend, heeft de Nederlandse regering zich nooit bekommerd om de oud-landgenoten in de Sovjet-Unie.

Zo ongeveer de enige overlevende doopsgezinde in Polen is vandaag de dag de drieënnegentigjarige Irma Martens in Warschau. Zij is geboren in het Koeban-gebied bij de Zee van Azov en studeerde Duits en Russisch in Odessa. Na de oorlog kwam zij met haar dochtertje Anna German vanuit Tasjkent naar Wroclaw in Polen, waar Anna zich ontwikkelde tot een van de populairste zangeressen in de voormalige Sovjet-Unie. (zie Oekraïne Magazine 2002/4). Het door Irma gesproken oud-Nederlands, dat zij van haar moeder Anna Friesen leerde, kon de auteur van dit artikel zonder veel moeite begrijpen.

Lucia Thijssen

Lucia Thijssen is kunsthistorica en auteur van het boek Duizend jaar Polen en Nederland (1992) en Polska i Niderlandy: 1000 lat kontaktów (vertaling, 2003).

Polen-Oekraïne : de dertigjarige oorlog, 1918-1948

Uit: Oekraïne Magazine Voorjaar 2004.

Deel 2: Etnische zuiveringen en massa-deportaties, 1943-1947

Oekraïners en Polen waren van de ene wereldoorlog naar de volgende gestruikeld in een klimaat van vijandschap. Al in 1918 raakten de twee partijen slaags in Galicië toen ze allebei na de val van het Habsburgse rijk een onafhankelijke staat wilden vestigen. De Polen kregen de overhand en rolden na zware gevechten in de zomer van 1919 de West-Oekraïense Nationale Republiek (ZUNR) op.
Op de vredesconferentie van Versailles had Polen de Geallieerden beloofd autonomie te zullen verlenen aan de ruim vijf miljoen Oekraïners in Galicië en Volhynië, dat nu Oost-Polen was geworden. Maar daar kwam niets van terecht. De Oekraïners voelden zich verdrukt en gekoloniseerd en keerden zich af van de Poolse staat. Enkele extremisten onder hen, verenigd in de Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OUN), namen hun toevlucht tot terrorisme tegen het Poolse gezag.
Het begin van de Tweede Wereldoorlog betekende het einde van Polen. Terwijl nazi-Duitsland het westen van het land binnenviel, bezette de Sovjet-Unie het oosten. Galicië en Volhynië werden "herenigd" met Sovjet-Oekraïne. In sommige Oekraïense dorpen werd het Rode Leger als bevrijders binnengehaald, maar al snel deed de Stalin-terreur zijn intrede die net zo goed Oekraïners als Polen en joden trof. In de zomer van 1941 maakte de nazi-invasie een einde aan de Sovjetbezetting, maar niet aan de Pools-Oekraïense vete.
(over de Pools-Oekraïense conflicten gedurende 1918-1941, zie het eerste deel van deze serie in Oekraïne Magazine 2003/4.)

5. Bloedbad in Volhynië, 1943-1944

Paradoxaal genoeg hadden de verschrikkingen van de Sovjet- en de nazi-bezettingen Polen en Oekraïners niet nader tot elkaar gebracht. Integendeel zelfs.
De OUN verwachtte dat, net als in 1918, zowel Duitsland als Rusland ineen zouden storten, waarop de weg naar onafhankelijkheid voor de Oekraïners vrij zou zijn. Volgens de OUN-ideologie van "integraal nationalisme" was vrijheid voor de Oekraïners alleen mogelijk in een etnisch homogene staat, dus moesten alle Polen weg. En de omstandigheden om dat te bewerkstelligen waren uiterst gunstig: Polen was verzwakt door de vernietiging van de staat en de deportatie van de Poolse elites in Oost-Polen naar Siberië, terwijl West- en Oost-Oekraïners nu onder één - weliswaar nog Duits - gezag verenigd waren.
Van hun kant waren de Polen erop uit hun vooroorlogse grenzen herstellen. Daarbij was geen plaats voor een zelfstandig Oekraïne, zeker niet nu door de Sovjet-bezetting het - onterechte - beeld was blijven hangen van Oekraïense "collaboratie" met de Sovjets (zie hierover deel 1 van deze serie in Oekraïne Magazine 2003/4). In Londen voorzag de Poolse regering in ballingschap al een conflict met de Oekraïners, net als in 1918 tegen de ZUNR.
De OUN verkoos niet te wachten tot Polen weer zou herrijzen en besloot meteen in actie te komen. Dit opende de weg voor gruwelijke etnische zuiveringen over en weer in Volhynië. Van Oekraïense zijde waren die vooral het werk van de OUN-factie rond Stepan Bandera, een radicale groep die zich had afgesplitst van de oudere OUN-generatie rond Andri Melnik. De partizanen van de OUN-Bandera vormden begin 1943 het Oekraïense Opstandelingenleger (UPA) om te strijden tegen de Duitsers en de Sovjets - die zich tegen een onafhankelijk Oekraïne verzetten - en om de Polen uit Oekraïne te verdrijven.
De OUN-Bandera schakelde in Volhynië eerst zijn rivalen van de OUN-Melnik en andere Oekraïense verzetsgroepen uit. Vervolgens liepen op bevel van de UPA alle 5000 Oekraïners die in Duitse politiedienst waren met hun wapens over naar de nationalistische partizanen.

Bloedbaden

In het voorjaar van 1943 beheerste de UPA het platteland, en begonnen de bloedbaden. De Oekraïense partizanen vielen Poolse dorpen en vestigingen van Poolse kolonisten aan, in gemengde dorpen werden de Polen eruit gepikt en op gruwelijke wijze vermoord : doodgeschoten, opgehangen, levend verbrand in hun huizen en kerken, met zeisen en ander landbouwtuig omgebracht. Bij een gemengd huwelijk van een Pool met een Oekraïense werden de vader en de zonen vermoord, en de moeder en dochters gespaard. In een dorp in het district Doebniv werd zelfs een oud-kolonel van de Oekraïense Nationale Republiek met zijn zonen doodgeschoten, enkel omdat hij van Poolse afkomst was. Op 11 juli 1943 vielen UPA-strijders op één enkele dag 167 dorpen en vestigingen aan, waarbij naar schatting 10.000 Polen werden omgebracht.
De Poolse burgers, een minderheid in het gebied, stonden machteloos: voor de oorlog vormden zij slechts 16% van de bevolking, na vier jaar oorlog en bezetting nog maar 8%. De belangrijkste Poolse verzetsgroep, het Thuisleger (AK), begon zich met andere Poolse groepen te wapenen tegen de UPA. Daarmee brak een ware burgeroorlog uit in Oost-Polen van Oekraïense tegen Poolse partizanen - met Duitsers tegen beide en Sovjet-partizanen tegen allen.

De Poolse strijders, woedend over de Oekraïense misdaden, betaalden met gelijke munt terug, aldus de Poolse partizaan Waldemar Lotnik. "Wanner we een Oekraïens dorp innamen, pikten we de mannen van militaire leeftijd eruit om ze neer te schieten. We lieten ze veertig passen rennen en schoten ze dan in de rug neer. Dat vonden we de meest humane methode. Anderen van ons namen echter op verschrikkelijke wijze wraak, en niemand hield ze tegen. Ik heb weliswaar nooit gezien hoe de onzen een kind of baby met hun bajonet oppikten en in het vuur wierpen, maar ik zag wel de verkoolde lijken van Poolse baby's die zo zijn omgebracht. Dat is wellicht de enige gruweldaad die wijzelf niet hebben verricht."

De Duitse bezetters lieten de Poolse en Oekraïners begaan, en deden hun best om de onderlinge haat aan te wakkeren. "We willen dat een Pool een Oekraïner wil vermoorden zodra hij er een tegenkomt, en ook dat een Oekraïner een Pool wil vermoorden", aldus Erich Koch, de nazi-Gauleiter in het gebied. De Duitsers zetten met opzet Poolse politievrijwilligers in tegen de UPA - dit bevestigde voor de Oekraïners het beeld dat alle Polen nazi-collaborateurs waren. Volgens sommige Oekraïense partizanen hebben de Duitsers zelfs verkleed als UPA-strijders Poolse dorpen aangevallen.
De etnische zuiveringen van de UPA in Volhynië gedurende 1943, en vanaf begin 1944 ook in Galicië, hebben naar schatting 60.000 tot 100.000 Polen het leven gekost. Bij tegenacties van Poolse partizanen kwamen nog eens 15.000 tot 30.000 Oekraïners om. De bloedbaden waren mede mogelijk geworden door de verwrongen situatie die door oorlog en bezetting was onstaan. De intelligentsia, zowel de Poolse als de Oekraïense, was vermoord of gedeporteerd, en in West-Oekraïne waren gematigde krachten met enig moreel gezag zoals de vooroorlogse UNDO-partij en de grieks-katholieke kerk waren weg of monddood. Daardoor hadden de radicalen van de OUN-Bandera vrij spel. En dit alles tegen een achtergrond van geweld en willekeur, van Sovjetdeportaties en nazi-holocaust (tegen de zomer van 1943 hadden de Duitsers 150.000 joden in Volhynië vermoord).
Het anti-Poolse geweld had niet de steun van de meerderheid van de Oekraïense bevolking, maar Oekraïense boeren - en soms zelfs geestelijken - deden mee aan het moorden. Anderzijds namen ook Oekraïners het op voor hun Poolse buren, hetgeen ze vaak met de dood moesten bekopen. Volgens sommige historici heeft de UPA evenveel Polen vermoord als mede-Oekraïners (burgers of rivaliserende partizanen).
Uiteindelijk werd de burgeroorlog tussen Polen en Oekraïners ingehaald door de wereldoorlog: in juli 1944 heroverde het Rode Leger Oost-Polen. De strijd tussen Polen en de UPA zou echter voortduren, maar dan in een geheel andere constellatie.

Diederik Kramers

Overzicht :

Polen-Oekraïne - de dertigjarige oorlog, 1918-1948
Deel 1 (Oekraïne Magazine 2003/4)

  • 1. POLEN-Oekraïne door de eeuwen heen Kort overzicht van de nauwe maar moeizame betrekkingen tussen Polen en Oekraïners van de Middeleeuwen tot het begin van de 20e eeuw.
    (zie op deze site onder Oekraïne Magazine 2003/4)

  • 2. Polen vs. West-Oekraïne, november 1918-juni 1919
    Na de val van het Habsburgse rijk brak een korte maar hevige oorlog tussen twee jonge republieken.
    (zie op deze site onder Oekraïne Magazine 2003/4)

  • 3. West-Oekraïne onder Pools gezag, 1919-1939
    De Oekraïense minderheid voelde zich onderdrukt onder de Poolse republiek. Het antwoord van radicale Oekraïense nationalisten was: terrorisme.

  • 4. De Sovjetbezetting van 1939-1941
    Recensie van Revolution from abroad. The Soviet conquest of Poland's Western Ukraine and Western Belorussia, door Jan T. Gross.

Deel 2 (Oekraïne Magazine 2004/1)

  • 5. Bloedbad in Volhynië, 1943-1944

  • 6. Akcja Wisla en de verdrijving van de Oekraïners, 1944-1947
    Nadat de nazi's uit Polen zijn verjaagd, besluit Stalin het "Oekraïense probleem" definitief op te lossen. Eerst schuift hij de Poolse grenzen naar het Westen, daarna deporteert het Poolse leger de overgebleven Oekraïners naar de nieuwe gebieden in het noorden en westen die Polen op Duitsland heeft geannexeerd.

  • www.polen.oekraïne
    Een overzicht van websites die ingaan op de moeizame verhoudingen tussen Polen en Oekraïners in de 20e eeuw. (zie op deze site onder Oekraïne Magazine 2004/1)

Polen-Oekraïne: De dertigjarige oorlog, 1918-1948

1. Polen-Oekraïne door de eeuwen heen

De band tussen Polen en Oekraïne gaat eeuwen ver terug. Het begon nadat de Tataren het middeleeuwse rijk van Kiev-Roes, de bakermat van het huidige Oekraïne, ten val hadden gebracht. In de loop van de 14e eeuw werd het grondgebied van Kiev-Roes ingelijfd door het koninkrijk Polen en vooral het groothertogdom Litouwen. Geleidelijk smolten deze twee landen samen tot één staat, en kwam heel het vroegere Kiev-Roes uiteindelijk onder het gezag van het Pools-Litouwse Gemenebest.

De Roetheense (Oekraïense) elite was erop gebrand toe te treden tot de machtige Poolse adel, en velen namen de Poolse taal en cultuur en het rooms-katholieke geloof aan. Een stuk moeizamer was de relatie met de kozakken, wilde vrijbuiters in de Zuid-Oekraïense steppen. Formeel waren zij onderdanen van de Poolse koning, die hen vaak inhuurde om oorlog te voeren. Maar de kozakken eisten grotere zelfstandigheid en vrijheid voor het orthodoxe geloof. Dit leidde geregeld tot opstanden tegen het Poolse gezag.

De bloedigste revolte was in 1647, toen kozakkenhetman Bohdan Chmelnitski het Poolse rijk in vlam en as zette. Chmelnitski koos in 1654 met het verdrag van Perejaslav voor Moskou door trouw te zweren aan de tsaar. Enkele Oekraïense edelen stuurden nog aan op een Oekraïens hertogdom dat een unie met Polen-Litouwen zou vormen, maar het mocht niet baten. De kozakken kwamen onder Russisch gezag, maar Polen behield het Oekraïense land ten westen van de Dnjepr. De Polen kregen daar nog geregeld te maken met opstanden van de Hajdamaken, een mengeling van sociaal protest en banditisme door kozakken en verarmde boeren.

Toen Polen eind 18e eeuw werd opgedeeld door Rusland, Pruisen en Oostenrijk, kwam het West-Oekraïense Galicië onder Habsburgs gezag. In de loop van de 19e eeuw wonnen de Oekraïners hier meer vrijheden en ontstond vanaf de jaren 1860 een nationale beweging voor zelfstandigheid. Zij stuitten echter op de Poolse magnaten, die in het gebied de lakens uitdeelden. Aan het begin van de 20e eeuw leidde dit tot toenemende spanningen tussen de twee bevolkingsgroepen, hetgeen uitmondde in studentenprotesten en boerenopstanden tegen de Poolse machthebbers.

Ondanks deze geschiedenis van conflicten waren er ook nauwe banden ontstaan. Veel Poolse edelen waren van Oekraïense afkomst, en Poolse romantici in de 19e eeuw zagen in het geïdealiseerde wilde Oekraïne de wederopstanding gloren van het Poolse rijk. Maar ook de Oekraïners, met name in Galicië, maakten zich sterk voor een eigen staat. Een botsing tussen deze twee rivaliserende nationalismen kon niet uitblijven.

2. Polen vs. West-Oekraïne, november 1918-juni 1919

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog zagen Oekraïense politici in het Habsburgse rijk de onzekere toekomst met enig optimisme tegemoet. In het buurland Rusland was na de val van de tsaar in februari 1917 een autonoom Oekraïne ontstaan. Wellicht zou hetzelfde in Oostenrijk-Hongarije mogelijk zijn? De Galicische Oekraïners voelden zich gesterkt door het 14-puntenprogramma van de Amerikaanse president Wilson, dat zelfstandigheid voor alle volkeren in het Habsburgse rijk voorzag.

In de laatste weken van de oorlog was de ineenstorting van het Habsburgse rijk niet meer te vermijden. De Galicische Oekraïners riepen in Lviv de "West-Oekraïense Nationale Republiek" uit (Oekraïense afkorting: ZUNR), die op 1 november het gezag van de Habsburgse onderkoning in het gebied overnam. De republiek had een eigen troepenmacht die opgebouwd was rond de ervaren Sitsj-fuseliers, een Oekraïens regiment van het Oostenrijks-Hongaarse leger.

Helaas voor de Oekraïners waren zij niet de enigen die hun zinnen op het gebied hadden gezet. Na 125 jaar vreemde overheersing waren de Polen erop gebrand een onafhankelijke staat te herstellen. De geallieerden hadden ingestemd met een Poolse republiek, en daar werden Lviv en omstreken bijgerekend. Hoewel de omgeving overwegend Oekraïens was, vormden de Polen in Lviv een kleine meerderheid, met de joden als grootste minderheid.

Nog in november wisten de Polen de ZUNR en haar president Jevhen Petroesjevitsj uit Lviv te verdrijven. Er woedden felle gevechten: het leger van de ZUNR bracht de Poolse troepen in januari enkele zware slagen toe en wist zelfs Lviv te belegeren, maar het had een schrijnend gebrek aan officieren, wapens en voorraden.

Toen in april 1919 de ervaren Poolse troepen van generaal Józef Haller uit Frankrijk terugkeerden om zich in de strijd te werpen, was het snel bekeken. Begin juni joeg een tegenoffensief van 8000 West-Oekraïense troepen bij Tsjertkiv de Polen nog op de vlucht, maar dat kon de Poolse overwinning niet tegenhouden.

In juli 1919 waren de West-Oekraïners naar het voorheen Russische Dnjepr-Oekraïne verdreven, waar de toestand al even hopeloos was. De "Oekraïense Nationale Republiek" (UNR) in Kiev werd in het noorden bedreigd door de bolsjewieken, en in het zuiden door de tsaristische "Witten" die een Russisch rijk mét Oekraïne wilden herstellen.

Theoretisch hadden de twee Oekraïense republieken, de ZUNR en de UNR, zich tot één staat verenigd met de "Verklaring van Oekraïense Eenheid" van januari 1919. Maar in de praktijk waren ze tot op het bot verdeeld. UNR-leider Simon Petljoera rekende op Poolse hulp tegen de bolsjevieken, maar Petroesjevitsj wilde daar niets van weten. De West-Oekraïense troepenmacht sloot zich juist aan bij de Witten van de Russische generaal Denikin, en na diens nederlaag liepen sommige ZUNR-soldaten over naar de bolsjewieken - allebei doodsvijanden van de UNR!

Eind 1919 was Petljoera voor het Rode Leger naar Polen gevlucht. Hij sloot in april 1920 een verbond met Warschau waarbij hij de Poolse heerschappij over Galicië erkende. Daarmee was de breuk tussen Oost- en West-Oekraïners definitief. Een verbitterde Petroesjevitsj zette een anti-Poolse ZUNR-regering in ballingschap op in Praag, terwijl Petljoera zich bij de Poolse maarschalk Pilsudski voegde voor een offensief tegen de Sovjets. Pilsudski droomde ervan het oude Pools-Litouwse Gemenebest nieuw leven in te blazen, in de vorm van een confederatie met Oekraïne, Litouwen en Wit-Rusland onder Poolse leiding.

De gezamenlijke Pools-Oekraïense troepenmacht nam Kiev in, maar werd al snel teruggedreven tot aan de poorten van Warschau (zie hierover in Oekraïne Magazine Najaar 2003 de recensies van Isaak Babel en van De Vergeten Oorlog. Polen-Rusland 1920). Polen sloeg de aanval af en sloot snel de vrede van Riga met het Kremlin, waarbij het Galicië behield en ook nog Volhynië kreeg, een gebied dat voorheen tot het Russische rijk behoorde. De Polen lieten hun Oekraïense bondgenoten als een oude schoen vallen.

Op het diplomatieke front hadden de Oekraïners evenmin succes. Op de vredesconferentie van Versailles vonden ze bij de Geallieerden absoluut geen gehoor voor een onafhankelijke staat. Met name de Fransen waren erop gebrand een dam op te werpen tegen het bolsjevisme door ruimschoots steun te verlenen aan Polen en de Russische Witten.

De ondergang van de ZUNR zou bepalend zijn voor de verstandhouding van de West-Oekraïners tegenover Polen. De West-Oekraïense leiders wilden in 1918 een liberale republiek stichten die vrijheden aan de Poolse, joodse en Duitse minderheden in het vooruitzicht stelde. Maar hun aanhangers raakten verbitterd door de nederlaag en werden allengs radicaler. In hun ogen was Polen de voornaamste vijand van het Oekraïense onafhankelijkheidsstreven.

Diederik Kramers,
Oekraïne Magazine

Touwtrekken om een pijplijn

uit Oekraïne Magazine winter 2003

Hoe zal de olie tussen Odessa en Brodi vloeien?

Zowel voor zijn gas- en olievoorziening als voor de doorvoer van olie naar het Westen is Oekraïne nog altijd met handen en voeten aan Rusland gebonden. Een nieuwe pijplijn moet dit doorbreken en heeft zelfs de volmondige steun van de EU en de VS. Maar het Kremlin doet er alles aan om het project tegen te houden.

Energie is de Oekraïense achilleshiel. Kiev is bijna geheel afhankelijk van Russische olie en gas, en Moskou acht het essentieel om de doorvoer van zijn olie naar het Westen door Oekraïne te verzekeren, zonder concurrentie. (zie ook Oekraïne Magazine 2000/4).
Om onder de druk van de oosterbuur uit te komen, heeft Kiev een pijplijn van 667 kilometer aangelegd van de Zwarte-Zeehaven van Odessa naar Brodi in Noordwest-Oekraïne, nabij de grens met Polen, om Kaspische olie uit Kazachstan en Azerbeidzjan naar Europa te pompen. De olie moet eerst per pijplijn naar de Georgische kust gaan en vervolgens per tanker naar Odessa. Vanaf Brodi kan de olie via de bestaande Sovjetpijplijn "Droezjba" verder naar Midden-Europa worden gepompt.
De leiding moet worden doorgetrokken naar Plotsk in Polen, waar een grote raffinaderij en een knooppunt van pijpleidingen verder naar West-Europa ligt. Odessa-Brodi kan 9 tot 14 miljoen ton olie per jaar doorvoeren, maar de capaciteit kan met compressoren nog worden opgevoerd.
Met deze zogeheten "Euraziatische Olie Transport Corridor" (EAOTC) ziet Kiev kans om Rusland letterlijk te omzeilen, en zich als aanbieder van Kaspische olie op de markt neer te zetten. Tot dusver gaat alle Kaspische olie over Russisch gebied naar Novorossiisk aan de Zwarte Zee, vanwaar het verder per tanker wordt vervoerd.

UkrTransNafta, het Oekraïense staatsbedrijf voor de oliedoorvoer, voltooide de pijpleiding naar Brodi op eigen houtje in 2001, maar slaagde er in eerste instantie niet in om olie-aanbieders en afnemers te vinden. Pas begin 2003 kwam er iets door de pijplijn: geen Kaspische olie naar Brodi, maar... Russische olie naar Odessa. Om de lijn niet helemaal onbenut te laten, pompte UkrTransNafta over een lengte van 52 kilometer een kleine hoeveelheid olie van de Russische oliefirma TNK naar een tanker in de terminal van Odessa.
President Leonid Koetsjma gebruikte de eenmalige "omkering" van Odessa-Brodi naar de richting Brodi-Odessa om druk op het Westen uit te oefenen: als jullie niet met ons willen meedoen, dan kunnen we ons altijd tot Rusland wenden.

De doorbraak kwam in mei 2003 op een conferentie in Brussel over het Odessa-Brodi-Plotsk project, waar de Europese Commissie zich volledig achter de EAOTC schaarde en het project zelfs "van Europees belang" verklaarde. De EU ziet haar olieconsumptie toenemen, terwijl het steeds huiveriger wordt voor vervoer per tanker sinds de ramp met het schip de Prestige vorig jaar voor de Spaanse kust.
De hoogwaardige Kaspische olie bevat bovendien weinig zwavel en is daarmee vergelijkbaar met de Noordzee-olie, waarvan de voorraden in snel tempo slinken. Ook de Amerikanen - bij monde van vice-president Dick Cheney - zijn voor het EAOTC-plan omdat het Oekraïne's afhankelijkheid van Rusland zou verminderen.
Met de zegen van Brussel en Washington stootte het project vooruit. Warschau sloot een akkoord met Kiev over de bouw van de lijn naar Plotsk, Azerbeidzjan, Kazachstan en het Amerikaanse concern Chevron-Texaco - dat een van de grootste olievelden in Kazachstan beheert - lieten weten dat ze meer olie zullen produceren en die via Odessa-Brodi willen doorvoeren.
Raffinaderijen in West-Oekraïne, Polen, Tsjechië, Oostenrijk en Duitsland hebben al Kaspische olie besteld. UkrTransNafta voorziet 7 miljoen ton olie te leveren, hetgeen opgevoerd zal worden tot 19 miljoen ton. Dat kan Oekraïne de eerste vijf jaar al 600 miljoen dollar opleveren.

"Omkering"

Moskou is fel tegen het hele Oekraïense plan gekant. Het vreest de concurrentie van de lichte Kaspische olie, die tot dusver enkel over Rusland naar de afnemers kan. Maar bovenal wil het niet dat Oekraïne een te onafhankelijke koers - lees : naar Europa en weg van Moskou - gaat voeren. Het wil een onafhankelijke olietoevoer door Oekraïne in de kiem smoren en het pijpleidingennetwerk nog sterker aan dat van Rusland vastketenen.
Moskou en de Russische oliebedrijven, TNK uit Tjoemen voorop, hebben daarom de druk op Kiev opgevoerd om de pijplijn "om te keren" en te gebruiken om zware Russische olie uit de Oeral naar Odessa te pompen, en vandaar per tanker door de Bosporus te sturen. Dit is echter veel duurder dan de bestaande doorvoerroutes. Vandaar het vermoeden dat de omkering enkel bedoeld is om de EAOTC te blokkeren.
In Russische en ook Oekraïense media en in het Oekraïense parlement is een felle PR-campagne ingezet om het hele EAOTC-plan in diskrediet te brengen. Na twee jaar liggen de oliebuizen nu nog steeds te rotten zonder dat er een druppel Kaspische olie in zicht is, zo luidt het argument, dus kan Kiev beter kiezen voor de Russische omkeer-optie: Europa zit toch niet te wachten op Oekraïne en zijn pijplijn.
Moskou voerde de druk op Kiev op door een akkoord over de levering van Russische olie op ijs te zetten, zolang Kiev Brodi-Odessa niet vrijgeeft voor Russische oliebedrijven. Van hun kant waarschuwden de Europese leiders Kiev tijdens hun top in Jalta (zie hierover artikel in dit nummer) dat "omkering" de betrekkingen met de Unie zou schaden.
Zelfs UkrTransNafta is intern verdeeld over de "olierichtingenstrijd". Zo sloot de raad van toezicht van het bedrijf buiten zijn eigen directeur om een omstreden contract met TNK, waardoor er drie jaar lang alleen maar Russische olie van Brodi naar Odessa zou vloeien - en niets anders. Maar de regering verklaarde de afspraak onwettig met de mededeling dat alleen zij bevoegd was om zo'n strategisch belangrijke beslissing te nemen.

Hoewel de betrokken Oekraïense ministers zich verbonden hebben aan de Odessa-Brodi pijplijn, heeft de regering formeel nog geen definitief besluit genomen: dat gebeurt pas in januari. Het wordt een cruciale beslissing voor Oekraïne. Als het vóór Rusland en tegen opening naar het Westen kiest, dan heeft Kiev zich voorgoed geblameerd in de ogen van zijn partners bij de EU, NAVO en bevriende Westerse staten.

D.K.

Pantomime tegen vrouwenhandel

Uit: Oekraïne Magazine Winter 2003

School waarschuwt jongeren voor gevaren van migratie

Verslonden worden ze, de personeelsadvertenties in de diverse bladen in Kiev. Vooral een baan in het buitenland trekt de aandacht, met name van jongeren. Maar eenmaal ver van huis, verzeilen sommigen diep in de problemen. Eén school in Kiev wil de jeugd waarschuwen en vooral zelfvertrouwen schenken voor een toekomst thuis.

"De verleiding om te reizen en de wereld te zien is groot. Geen wonder dat zij ieder aanbod om in het buitenland aan de slag te gaan met beide handen aangrijpen." Maria Jakibovskaja kan zich de dromen van de Oekraïense jongeren goed voorstellen. Maar als docente in Kiev hamert ze op de gevaren die daaraan kleven.
"Natuurlijk kun je geluk hebben en inderdaad een baan aan de receptie of achter de bar in een hotel krijgen. Maar ook kun je gedwongen worden klanten mee te nemen naar een aparte kamer", waarschuwt zij. Talloze jongeren eindigen op die manier in de seksindustrie, en dat zijn lang niet alleen maar meisjes, onderstreept zij.
Hoe komen ze daar dan nog uit? Niet zelden worden het paspoort ingenomen, en sommigen worden letterlijk opgesloten. "Dat wordt dan een hels karwei om te ontsnappen", vertelt Jakibovskaja. In dergelijke gevallen raadt zij de slachtoffers aan naar de ambassade te stappen. "Ook al hebben de Oekraïense ambassades dikwijls geen geld om voor hen een ticket naar huis te betalen, ze kunnen vaak wel helpen met de noodzakelijke documenten."
Maar de docente hamert vooral op een goede voorbereiding van de reis naar het buitenland. Regel één: altijd familie vrienden en kennissen in Oekraïne zoveel mogelijk op de hoogte stellen van de plannen. Waar gaan ze heen, met wie, wanneer zijn ze op welke plaatsen. Regel twee: namen en telefoonnummers meenemen van hulporganisaties.

Pantomime

Deze boodschap probeert zij samen met haar collega's over te brengen op de Kiev School for Equal Opportunities (KSEO), die les geeft in het weekeinde. Als vorm hebben ze gekozen voor theater, vooral pantomime-voorstellingen. Dat blijkt voortreffelijk te werken, aldus Jakibovskaja, projectmanager Vrouwenhandel. Inmiddels zijn de pantomime-voorstellen van het stuk Instead of Paradise buiten Kiev in zeker nog tien steden overgenomen.
Bij het publiek slaan de voorstellingen vooral aan omdat de spelers, van 14 tot 18 jaar, van dezelfde leeftijd of nog jonger zijn dan de toeschouwers. Jeugdige toeschouwers die staan te trappelen om de wereld in te trekken, laten zich makkelijker door leeftijdsgenoten overtuigen van de risico's dan door ouderen. "Theater is de beste vorm om effectief informatie over te brengen. De jeugd neemt dit beter in zich op", vertelt Roman Kolomjets, een van de trainers. Bovendien beklijft de boodschap beter als de spelers na de voorstelling ook nog een-op-een gesprekken met de ontnuchterde toeschouwer houdt.

Toekomst

Waarschuwen is één, de jongeren over hun leven in Oekraïne aan het denken zetten is twee. "Veel meisjes denken dat ze hier geen mogelijkheden hebben. Onzin! Wij willen hen ervan overtuigen dat ze in hun eigen land ook een toekomst hebben. Weliswaar een heel andere dan die zij zelf in gedachte hadden, maar ze gaan erover nadenken. Wij moedigen hen aan in hun eigen woonplaats zelf initiatieven te ondernemen."
Ook probeert de KSEO jongeren de eerste stappen in het zakenleven bij te brengen, zoals het schrijven van een ondernemingsplan, het communiceren met andere bedrijven en het in elkaar draaien van advertenties. Dat moet hen een hoopvol perspectief geven, aldus Jakibovskaja.
"Alleen in ons eigen land kunnen we ons persoonlijk ontwikkelen tot het hoogste niveau dat we in ons hebben. Hier kennen we immers de situatie, kunnen we ons uitdrukken in onze moedertaal en hebben we familie en vrienden om ons heen. Jongeren moeten beseffen dat ze dat allemaal achterlaten als ze naar het buitenland trekken."

Klaas Hoeneveld
Oekraïne Magazine

De staat van het milieu

(uit: Oekraïne Magazine najaar 2003)

In 1992, kort na de onafhankelijkheid, stelde de Verchovna Rada (parlement) in een unaniem aangenomen verklaring vast dat heel Oekraïne eigenlijk een ecologisch rampgebied is. Elf jaar later kampt het land nog altijd met enorme milieuproblemen.

Tsjernobyl

De zwaarste milieuramp die Oekraïne in zijn moderne geschiedenis te verduren had is wel de ontploffing van de kerncentrale van Tsjernobyl. De grootste nucleaire catastrofe aller tijden vond in 1986 op Oekraïens grondgebied plaats, maar tastte ook de buurlanden Wit-Rusland en Rusland aan. De gezondheid van mensen die in en om het besmette gebied (thans nog steeds een "verboden zone") wonen of hebben gewoond, is zeer slecht: leukemie, schildklierkanker en geboorte-afwijkingen komen ongewoon vaak voor.
Als gevolg van de ramp en de opruimwerkzaamheden die daarop volgden is de omgeving radioactief besmet en vervuild door stof en water. De betonnen "sarcofaag" die om de beschadigde blokken van de centrale is gebouwd om de straling binnen te houden, moet dringend vervangen worden.
Na zware internationale druk ging Tsjernobyl in 2000 definitief dicht. In ruil eist Kiev echter financiële steun om twee kerncentrales in Rivne en Chmelnitski af te bouwen. Milieu-organisaties als Greenpeace waarschuwen echter dat deze centrales, naar een Sovjet-ontwerp uit de jaren zeventig, niet veilig genoeg zullen zijn. (zie ook Oekraïne Magazine zomer 2000 en kwartaalkroniek in dit nummer.)
Kiev weet ook niet goed wat het aan moet met het nucleaire afval uit zijn vijf kerncentrales, twee uraniummijnen en verwerkende industrie. In de Sovjettijd werd het naar Rusland afgevoerd, maar nu wordt het gewoon nabij de centrales bewaard.

Vervuiling

Hoewel de industriële productie als gevolg van de economische crisis sinds de val van de Sovjet-Unie aanzienlijk is verminderd, brengen de verouderde Sovjet-installaties nog veel schade aan lucht, water en grond toe. Grondvervuiling, ondermeer door zware metalen als lood en cadmium, wordt vooral veroorzaakt door industriële processen. Door de petrochemische bedrijven en de oliepijpleidingen raakt de grond doordrenkt met olie.
De staalindustrie en de kolenmijnen zijn de hoofdoorzaken van vervuild water. Jaarlijks wordt er circa elf miljard kubieke meter afvalwater geloosd, waarvan slechts een vijfde naar behoren is gezuiverd. Rioleringen en waterpijpen zijn verouderd, waardoor er vaak lekkages ontstaan. Opslagplaatsen voor vervuild water ( « sliklagunes » ) zijn overvol en verwaarloosd. Ze liggen nabij grote steden en vormen een ecologische tijdbom.

De vervuiling brengt ook de voorziening van drinkwater in gevaar, dat voor 80% van oppervlaktewaterbronnen komt (rivieren, meren en reservoirs). Deze bronnen zijn haast allemaal vervuild - vooral in het Donetsk-bassin en in de Dnjepr-rivier, die het gros van al het drinkwater levert. De rest van het drinkwater komt van het grondwater, dat ook is aangetast door vervuiling. De slechte waterkwaliteit kan allerlei kwalen veroorzaken, zoals cholera, geelzucht en huidziektes.

De luchtvervuiling veroorzaakt door de uitstoot van kooldioxide is fors gedaald sinds de onafhankelijkheid, doordat de fabrieken minder hard draaien en dus minder kolen verbruiken. Maar het land blijft sterk afhankelijk van kolen voor zijn energievoorziening, en de stroomcentrales - die doorgaans in de buurt van bewoonde centra gelegen zijn - zorgen nog altijd voor veel luchtvervuiling. Een andere oorzaak van luchtverontreiniging is het toenemend aantal auto's, waarvan de meeste niet op katalysators of loodvrije benzine rijden.

Energie

Het energieverbruik mag dan gedurende de jaren negentig zijn afgenomen, de « energie-intensiteit » (de verhouding tussen de energieconsumptie en het bruto nationaal produkt) is in Oekraïne nog altijd torenhoog - zelfs hoger dan in alle andere ex-Sovjetrepublieken. Oekraïne is een van de minst energie-efficiënte landen ter wereld. De energie-intensiteit is de laatste jaren zelfs aan het groeien, hetgeen weer tot een hogere uitstoot van kooldioxide zal leiden.
Het land blijft enorme hoeveelheden energie opslokken, al zijn de bronnen onzeker: afhankelijkheid van Russisch gas en olie, verouderde kolenmijnen, en gevaarlijke kerncentrales. Slechts tien procent van alle energie komt van waterkrachtcentrales.
Daarenboven zijn bedrijven en bevolking gewend geraakt om spilziek om te gaan met gas, stroom, licht, enz. In de winter draaien alle radiatoren in appartementen op volle toeren, omdat de warmteregulatie in de flatgebouwen doorgaans centraal wordt geregeld. Er is dus volop ruimte voor een zuiniger energiegebruik.

Afval

Voor het industriële en huishoudelijke afval ontbreekt het aan beleid en aan opslag- en verwerkingscapaciteit. De bestaande stortplaatsen zijn nagenoeg vol en hebben amper voorzieningen om het afval te behandelen. Slechts tien procent van het afval wordt gerecycled.
Het aandeel van huishoudelijk afval is klein, maar groeit gestaag. Vuilnisophaaldiensten in de steden werken slecht, in de dorpen ontbreken ze vaak en wordt er illegaal afval gedumpt.

Oekraïne brengt nog steeds een enorme hoeveelheid gevaarlijk en giftig afval voort: 77,5 miljoen ton in 2001, dat is per capita zeven maal meer dan de koploper binnen de EU (België). Ook hier is de opslag ontoereikend en gevaarlijk - soms wordt het afval gewoon gedumpt op een lap grond of in een mijnschacht. Als men verschillende soorten giftige stoffen op één hoop gooit, kan dit ongecontroleerde chemische reacties veroorzaken.
90% van het gevaarlijke afval komt van de mijnen in de regio's Tsjernihiv, Donetsk en Dnipropetrovsk. Door de jaren heen is een massa van 2,5 miljard ton afval uit de mijnen opgestapeld. De hoeveelheid is weliswaar afgenomen sinds de onafhankelijkheid, maar veel minder dan de produktie. Kortom, de Oekraïense mijnen produceren minder, maar vervuilen relatief meer.

Een andere bron van giftig afval vormen de militaire opslagplaatsen voor wapens en raketten. Sommige Sovjet-legerplaatsen zijn gewoon achtergelaten zonder grondige schoonmaak. Defensie heeft geen geld om al deze plaatsen ecologisch veilig te maken.
Met name de resten vloeibare brandstof van raketten leveren gevaar op voor milieu en volksgezondheid. Toen Oekraïne medio jaren negentig instemde met de ontmanteling van zijn kernwapens uit de Sovjettijd, zijn vervuilde resten en onderdelen met brandstof afgebroken of gewoon onder een laagje aarde weggemoffeld.

Nog een vergiftigde erfenis uit de Sovjettijd is de intensieve landbouw, waarvoor veel pesticiden gebruikt werden. Er zijn circa 4000 opslagplaatsen met nog zo'n 15.000 ton verdelgingsmiddelen en kunstmest: produkten die inmiddels verboden, verlopen of zelfs onbekend zijn.
De intensieve verbouwing heeft ook een kwalijk effect op de landbouwgrond: naar schatting 40 procent van het areaal is aangetast door wind- of watererosie.

Natuurbeheer

Oekraïne kent een zeer rijke flora en fauna, vooral in het Karpatengebergte en op de Krim. In de loop der jaren is veel gedaan om de natuur te beschermen, ondermeer door de instelling van nationale parken en reservaten. Deze bijzondere ecosystemen worden echter aangetast door de vervuiling. De ontbossing - vooral in de Karpaten, de groene long van het dichtbevolkte West-Oekraïne - neemt toe als gevolg van industriële luchtvervuiling, erosie, bosbranden en boomziektes.
In de verboden zone rond Tsjernobyl heeft de natuur zich intensief kunnen ontwikkelen als gevolg van het ontbreken van enige menselijke activiteit. Maar de effecten van de radioactieve straling op dieren en planten zijn nog amper te overzien. (zie Oekraïne Magazine zomer 2003 over het veranderde paringsgedrag van wormen in de zone.)

Beleid

Het politieke vermogen om iets aan deze problemen te doen wordt gehinderd door een aantal factoren, aldus het Deense DANCEE-rapport. Hoewel er verscheidene nationale wetten zijn aangenomen en internationale overeenkomsten zijn onderschreven, ontbreekt het de Oekraïense milieu-instanties aan bestuurlijke en financiële middelen om de nodige beleidsinstrumenten in werking te stellen. Bovendien hebben ze moeite om om prioriteiten te stellen, en neigen ze ertoe alle ecologische problemen even belangrijk te vinden.
Vanuit de samenleving is er evenmin veel aanzet om veranderingen door te voeren. De non-gouvernementele sector is zwak, en het publieke bewustzijn over milieukwesties is laag - veel lager dan tien jaar geleden, omdat het dagelijkse leven nu veel zwaarder is geworden.

D.K.

bronnen:

Danish Cooperation for Environment in Eastern Europe, Ministry of the Environment (DANCEE):
Environment in Ukraine - Problems and challenges. Kopenhagen, 2003.
http://www.mst.dk/udgiv/publications/2003/87-7972-725-5/html/default_eng.htm

United Nations Economic Commission for Europe, Committe on Environmental Policy:
Environmental performance review of Ukraine, September 1999.
http://www.unece.org/env/epr/studies/ukraine/contents.html

United States Energy Information Administration:
Ukraine: Environmental issues, januari 2000.
http://www.eia.doe.gov/emeu/cabs/ukrenv.htm

Een veertigtal Oekraïnse NGO's hebben voor de "Kyiv 2003"-milieuconferentie het rapport "Public Evaluation of Environmental Policy in Ukraine" opgesteld. Dit verslag met veel feiten en praktijkvoorbeelden is binnenkort beschikbaar op de website van Milieukontakt: http://www.milieukontakt.nl

Acties NGO's overtuigen bevolking en overheid

Milieu-organisaties in Oekraïne vormen zelf de basis voor de successen van hun campagnes in de Oekraïense samenleving. Met dat uitgangspunt voor ogen heeft Milieukontakt Oost-Europa actiegroepen de laatste jaren geholpen om uiteenlopende projecten op te zetten: over volksgezondheid, milieujournalistiek, bosbeleid, handhaving van milieuwetgeving, milieu-educatie, enz. Drie voorbeelden uit de Oekraïense praktijk vanuit de basis.

Ecotoerisme

Tien jaar geleden begon een groep jongeren in Tsjernivtsi, aan de voet van het Karpaten-gebergte in West-Oekraïne, zich in te zetten voor ecotoerisme. De kern van de groep bestaat uit vijftig actieve leden die kunnen rekenen op hand- en spandiensten van nog eens ruim vierhonderd vrijwilligers.
De vrijwilligers van het plaatsje Boekvitsa zien graag toeristen naar de Karpaten komen, want dat stimuleert de bedrijvigheid in de regio. Maar ze willen hen op kleine schaal opvangen, en niet in pompeuze vakantieverblijven.
Daarom hebben de vrijwilligers plaatselijke boeren geholpen om natuurliefhebbers te onthalen en rond te leiden. In de afgelopen twee jaar zijn twaalf cursussen gehouden, mede betaald door de regionale overheid. De gekwalificeerde boeren zijn in een bestand opgenomen, waar ze snel te vinden zijn voor regionale reisbureau's die zich op ecotoeristen richten.
Daarnaast hebben de vrijwilligers van Boekvitsa de afgelopen drie jaar ongeveer 12.000 jonge struiken geplant in de Boekovina-bossen, en zo de open plekken opgevuld die waren veroorzaakt door illegale houtkap. Het ecotoerisme moet de lokale economie zodanig bevorderen, dat de inwoners niet meer uit financiële nood bomen hoeven te rooien.

Kwikmijn

In de zomer van 2001 konden de inwoners van het stadje Gorlivka in de Donbas-regio hun ogen niet geloven. Op de bodem van de lokale kwikmijn vond een heus circusoptreden plaats, georganiseerd door vrijwilligers uit Oekraïne, Moldavië, Zweden en de VS. Zij wilden hiermee de inwoners wijzen op de schade die de kwikfabriek aan hun gezondheid toebrengt.
De Nikitovka kwikfabriek in Gorlivka werd opgericht in 1879, negen jaar na de ontdekking van lokale kwikreserves. De afgravingen vonden midden in het stadje plaats. Maar in 1996 ging het bedrijf failliet en werd de productie stilgelegd. Geld om de fabriek op te ruimen was er niet, zodat ook nu nog steeds een open kwikmijn in het hart van de stad ligt.
De acties trokken de aandacht van lokale media, overheid en bevolking. Eindelijk kwam het vraagstuk van de kwikvervuiling op de agenda terecht en werd er gesproken over bodemsanering in de stad en omgeving.

Schoon drinkwater

De mijnstreek rond de Zuid-Oekraïense stad Krivi Rih kampt al tijden met watervervuiling: een probleem dat alle inwoners treft, of ze nu op het waterleidingnet zijn aangesloten of hun drinkwater uit natuurlijke waterbronnen halen. Een structurele oplossing vergt grote investeringen in waterleidingen en purificatiesystemen. Daarom is steun én druk vanuit de bevolking noodzakelijk.
De milieugroepering EcoCentre-K begon de inwoners twee jaar geleden bewust te maken van de gevolgen voor de volksgezondheid. Zij moesten vooral een goed beeld krijgen van veilige waterbronnen en de manieren om kraanwater drinkbaar te maken.
Vrijwilligers van EcoCentre-K onderzochten ruim twintig lokale natuurlijke waterbronnen op radioactiviteit, chemische en bacteriologische vervuiling. Afgaande op de bacteriologische samenstelling konden maar twee bronnen als drinkbaar worden gekwalificeerd. Drie andere bronnen werden pas na een grondige schoonmaak aangemerkt als drinkbaar.
Ook is bekeken hoe de kwaliteit van kraanwater met behulp van een filter kon worden verbeterd. Kraanwater is weliswaar niet bacteriologisch vervuild, maar om het bruikbaar te maken wordt veel chloor toegevoegd, hetgeen ook niet echt gezond is.
Ook hier besteedden de lokale media veel aandacht aan de actie. Daardoor kregen ook de overheid en de bevolking belangstelling voor de watervervuiling. Veel inwoners belden EcoCentre-K om te vragen of het water in de dichtstbijzijnde bron wel veilig was. De milieuactivisten hadden zo laten zien dat ze de bevolking met hun actie konden bereiken en ook daadwerkelijk hulp bieden. Dat was nieuw in Oekraïne, zowel voor de overheid als voor de bevolking.

Suzanne Bakker, Project Coördinator Oekraïne, Milieukontakt Oost-Europa

Wie volgt Koetsjma op?

Regels presidentsverkiezingen 2004 staan nog niet vast

(uit: Oekraïne Magazine najaar 2003)

In oktober 2004 moet Oekraïne een nieuwe president kiezen - of niet? De huidige president, die geen derde ambtstermijn mag vervullen, probeert nog gauw de regels van het spel te wijzigen.
Het is nog volstrekt onduidelijk wat er op verkiezingsdag te kiezen valt. Van de kant van de oppositie wil de liberaal Viktor Joesjtsjenko zeker president worden. Hij staat met 21% ruim aan kop van alle peilingen, gevolgd door de eeuwige communistische kandidaat Petro Simonenko op 10%.
Koetsjma hoopt op een opvolger die hem na zijn aftreden zal vrijwaren van gerechtelijke vervolgingen na alle schandalen die de laatste jaren zijn bewind overschaduwen: de moord op journalist Georgi Gongadze, de levering van radarsystemen aan Saddam Hussein, corruptie, intimidatie van critici en politieke tegenstanders, verkiezingsfraude, enzovoorts. Maar hij heeft nog steeds geen kroonprins aangewezen, want dit zou zijn verdeel-en-heersspelletje tussen de verscheidene oligarchen en clans rond de president uit balans brengen.
Wordt het wellicht de huidige premier, Viktor Janoekovitsj? Die wordt nog teveel als de leenheer van Donetsk gezien en niet als een nationale leider. Viktor Medvedtsjoek, de machtige baas van de presidentiële administratie? Die heeft op teveel tenen van andere oligarchen en clans getrapt. Serhi Tihipko dan, de president van de Nationale Bank? Hij komt dan wel net als Koetsjma uit Dnipropetrovsk, maar is absoluut onbekend bij het grote publiek. Geen van hen komt boven de 6% in de peilingen.

De oppositie vreest dat de opvolger van Koetsjma wel eens Koetsjma zelf zou kunnen worden, ook al mag hij krachtens de grondwet niet meer dan twee ambtstermijnen van vijf jaar uitzitten. De president wil een grondwetsherziening erdoor drukken om het politieke systeem te "rationaliseren", bijvoorbeeld door de presidents- en parlementsverkiezingen te laten samenvallen. Maar wannéér die verkiezingen dan zullen plaatsvinden is nog onduidelijk: wellicht in 2006, wanneer een nieuw parlement moet worden gekozen. In dat geval blijft Koetsjma, president sinds 1994, nog twee jaar langer zitten. En daarna zal hij zich misschien alsnog verkiesbaar stellen, met het argument dat hij onder de huidige grondwet van 1996 nog maar één volledige ambtstermijn heeft uitgezeten, namelijk toen hij in 1999 voor vijf jaar werd herkozen...
Koetsjma zweert bij hoog en bij laag dat hij geen kandidaat is in 2004 en niet van plan is zijn ambtstermijn te rekken. Hij wil er zelfs een gokje op wagen: "Als een van jullie er iets over vindt in mijn wetsvoorstel (over hervormingen), dan betaal ik hem een fles drank", hield hij de leden van het parlement, de Verchovna Rada, voor.
Maar de Rada vertrouwt het niet. Op 10 juli schoof het zowel de plannen van Koetsjma als haar eigen voorstel voor hervormingen door naar het Constitutionele Hof. Daarmee is de discussie tot in het najaar uitgesteld. "Het parlement heeft geen haast, in tegenstelling tot de president", aldus een waarnemer.
Koetsjma noemde de uitkomst een nederlaag die slechts tijdelijk zal zijn, "want er zijn andere manieren om uit de crisis te geraken". De oppositie is er niet gerust op dat Koetsjma niet nog een greep uit de politieke trukendoos zal halen - bijvoorbeeld door een referendum te houden.

D.K.

De koning van de Oekraïense tango

"Pierre Lechtchenko": Oekraïner, Roemeen, Rus of kosmopoliet?

(uit: Oekraïne Magazine najaar 2003)

In mijn Leidse jaren (1958-'68) gaf een vriendin me een grammofoonplaat cadeau die ze zojuist in Parijs had gekocht: "Russische Zigeunerliederen", gezongen door Pierre Lechtchenko. Vanaf het eerste moment was ik in de ban van de meeslepende muziek en de warme baritonstem. "Wie is die man?", vroeg ik mij af. "Waar komt hij vandaan? Waar woont hij?" Op die vragen kreeg ik echter nooit antwoord en ik ontmoette niemand die deze zanger had gehoord. De grammofoonplaat bleef een trouw metgezel en staat nog altijd in mijn kast.

Een jaar geleden liep ik in de Haagse Javastraat weer eens het gezellige nostalgische winkeltje binnen van vooroorlogse en jaren vijftig-zestig muziek, op zoek naar oud-Hollandse kinderliedjes voor een Poolse vriend. Al bladerend door de cd-hoezen stuitte ik plotseling op "Pjotr Leshchenko, 1931; Gipsy songs & other Passions". "Dit moet hem zijn, de lang gezochte!", schoot het door me heen. En ja, bij thuiskomst herkende ik meteen de romantische muziek en de prachtige stem. Sindsdien heb ik al drie cd's van hem en bijna dagelijks begeleidt de meeslepende tangomuziek mijn huiselijke werkzaamheden.

Wie was deze Pierre Lechtchenko, zoals zijn Franse naam luidt? Hij werd op 2 juni 1898 als Pjotr Lesjtsjenko van een onbekende vader geboren in het dorpje Isavaja bij Odessa. Met zijn moeder en haar nieuwe vriend verhuisde hij naar Kisjinjov in het Russische Bessarabië (tegenwoordig Moldavië). Al op de lagere school vielen zijn muzikale talenten op, vooral zijn gitaarspel dat hij zichzelf had aangeleerd.
In 1918 werd zijn woonplaats plotseling Roemeens en werd Lesjtsjenko opeens een Roemeense staatsburger. Met zijn gitaar onder de arm begon hij te reizen en op te treden daar waar men naar hem wilde luisteren. Zo belandde hij in de Letse hoofdstad Riga, waar hij bezweek voor de bekoorlijkheden van het danseresje Zinaïde. Met zijn combinatie van zang, dans en folkloristische muziek maakte het jonge, romantisch ogende en temperamentvolle paar, spoedig furore in deftige restaurants, exclusieve clubs en theaters, en ook thuis bij de adel en de verdere high society. Pjotr en Zinaïde traden ook regelmatig op in Russische restaurants in Berlijn.
Toen Zinaïde enige tijd in Riga bij haar ouders verbleef na de geboorte van hun eerste kind, begon Pjotr met succes solo op te treden met zang en dans. Al snel ontwikkelde hij een enorm repertoire. Russische zigeunerliederen zong hij in zijn warme bariton gekleed in een van zijn fraaie folkloristische kostuums, zijn meeslepende tango's op veelal zelfgeschreven teksten bracht hij in een perfect gesneden rokkostuum met strak naar achteren gepommadeerde haren..
Zo oogstte hij successen in Joegoslavië, Wenen, Parijs en Londen. In 1935, op het hoogtepunt van zijn succes, opende hij het restaurant "Chez Lechtchenko" in Boekarest, waar hij avond aan avond met een groepje topmusici de Midden-Europese elite in vervoering bracht.

Wat de oorlogsjaren betekenden voor Pjotr en zijn restaurant, vermelden de hoesteksten van de cd's helaas niet. Wel dat hij in 1942 "gewoon" voor volle zalen optrad in zijn geliefde Odessa,dat inmiddels was bezet door het Roemeense leger, die aan de kant van de nazi's tegen de Sovjet-Unie vochten. Daar ontmoette hij zijn tweede echtgenote Vera. Waar Zinaïde en hun kind gebleven waren, vermeldt de geschiedenis niet.
Het restaurant in Boekarest bleef draaien, ook nadat de stad in 1944 in handen van het Rode Leger viel. De Sovjet-bezetters bleken zijn muziek te kennen en met name generaal Boelganin was er dol op. "Chez Lechtchenko" werd wederom een trefpunt, ditmaal van hoge Sovjet-officieren en hun dames. Ze zongen de weemoedige zigeunerliederen uit volle borst mee en dansten tot diep in de nacht op zijn tango's.
Maar in het voorjaar van 1951 sloeg het noodlot toe. Generaal Boelganin viel uit de gratie bij Stalin en verdween uit Boekarest. Kort erna werd Lesjtsjenko tijdens een optreden in zijn eigen restaurant bruut gearresteerd en afgevoerd naar een concentratiekamp buiten de stad. Daar overleed de Koning van de Oekraïense tango op 16 juli 1954, 56 jaar oud.

Na zijn arrestatie werd het stil rond Lesjtsjenko. Zijn muziek was in de Sovjet-Unie taboe. In het geheim circuleerden zijn oude grammofoonplaten en af en toe verschenen nieuwe versies van oude opnamen in kringen van emigranten in het Westen. Pas na 1989 zond Radio Moskou zijn stem weer eens de ether in en verschenen er enkele nieuwe opnamen van oude platen. In Oekraïne kwam zijn eerste biografie uit.

Begin jaren negentig kwam een armoedige student uit Oost-Europa een winkel in tweedehands grammofoonplaten in Berlijn binnen. "Is dit iets voor u?", vroeg hij, en hij legde een stapeltje beduimelde oude platen op de toonbank. De eigenaar van de zaak legde er onverschillig een op de draaitafel. "Wat, Carlos Cardel?", dacht hij, "maar die zong toch niet in het Russisch?" De Berlijner was enthousiast en kocht meteen de hele stapel. Toen hij zijn aanwinsten aan zijn vrienden liet horen, besloten enkelen de muziek op cd te zetten. Zo kwam Pjotr Lesjtsjenko terug in West-Europa.
Doch ook in Oost-Europa maakt hij zijn rentree. Omstreeks 1995 huurt de zojuist opgerichte Club van Vrienden van Lesjtsjenko in Moskou een zaaltje. Zodra alle stoelen bezet zijn, gaan de lichten uit en ziet men tegen de achtergrond van een zwartfluwelen gordijn een grote, goedverlichte foto van Lesjtsjenko. Op een stoel onder de prent ligt zijn gitaar, en dan klinkt uit een oude grammofoon de vertrouwde warme stem met zijn weemoedige tangomuziek. Op de voorste rij zit een kleine, oude vrouw. Zij heeft moeite haar tranen te bedwingen. Het is Vera, zijn tweede vrouw, die nog ergens op een kamertje achteraf bleek te wonen.

Was Pjotr Lesjtsjenko nu een Oekraïner, een Rus, een Moldaviër, een Roemeen of misschien een zigeuner? Geboren in het toen nog niet officieel bestaande Oekraïne met een duidelijk Oekraïense naam, moeten we hem maar beschouwen als een kosmopolitische Europeaan uit het tijdperk tussen de twee wereldoorlogen.

Lucia Thijssen, slaviste

De cd s zijn te bestellen via email: orient@bln.de
Tel 00.49.30833.6639
00.49.30312.4027
fax 00.49.30.843.06146
http://www.oriente.de

De psychiatrie is dood

(uit: Oekraïne Magazine, zomer 2003)

Beslissende veranderingen blijven uit

Volgens de niet zeer betrouwbare statistieken van de Oekraïense overheid leven 1,2 miljoen burgers met een meer of minder ernstig psychiatrisch of psychologisch probleem. In 2002 deden 125.000 van hen een beroep op hulp.
Deze 'hulpvraag' ontstaat niet uit het grote vertrouwen van de patiënten in hun behandeling en artsen, maar veeleer uit overmacht.

De 89 Oekraïense psychiatrische ziekenhuizen blijken bepaald geen state of the art instellingen noch beschikt het personeel over uitgebreide kwalificaties, integendeel. Bovendien geldt het bezoek aan psychiater of psycholoog, net als in Nederland, als zwaar stigmatiserend. Niemand zal daarom vlug uit eigen beweging een psychiater opzoeken. De Oekraïner grijpt eerder naar de fles, want traditioneel is onmatig drankgebruik zijn beproefde therapie om levensproblemen te boven te komen.
Het recht op gratis medische verzorging, zoals verwoord in artikel 1 van de Oekraïense grondwet, bestaat nog slechts op papier. Kregen alle Sovjetburgers nog kosteloos zorg, artsen en verplegers putten nu ook uit informele bronnen, waaronder de patiënten zelf.
Voorzitter van de Oekraïense Psychiatrische Vereniging doctor Semjon Gloezman meent dat de reorganisatie van de psychiatrie nog echt moet beginnen. Hij spot met alle stagnatie. "De afwezigheid van hervormingen laat zich het best illustreren met het afnemende aantal psychiatrische ziekenhuizen. In de Sovjettijd hadden we er negentig, maar sinds de onafhankelijkheid nog maar negenentachtig."

Naar de inrichting

De vele kritieken ten spijt is er de laatste jaren toch wel iets bereikt. De goedkeuring van de wet op de psychiatrische zorg in 2000 vormde een mijlpaal. Dwangverpleging blijft idealiter beperkt tot die gevallen, waarin een patiënt niet langer voor zichzelf kan zorgen, een gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen, en wanneer er mogelijk ernstige gevolgen voor de gezondheid ontstaan. Vrijwillige behandeling is natuurlijk ook mogelijk, maar weinig in trek.
De overheidsbureaucratie vormt ondertussen wel een ernstige belemmering voor een goede uitvoering van de wet omdat de rechter zowel dwangopname als daaropvolgend ontslag moet goedkeuren. Vooral het vertrek uit een inrichting is problematisch. Een patiënt moet namelijk net zolang wachten totdat de rechter het fiat geeft. Een oplossing biedt de teboekstelling van een behandeling als vrijwillig om aldus de traag en kostbaar draaiende molens van de staatskolos te vermijden. Inderdaad daalde ná 2000 het aantal gedwongen opnamen sterk.

Traditionele behandelschema's

Ook rond de behandeling van patiënten vond enig omdenken plaats. De Oekraïense psychiaters 'herinnerden' zich dat zij een klinisch specialisme beoefenen en dat afwijkende, rare of antisociale mensen niet in een inrichting thuishoren. De patiënten van nu zijn meestal echt ziek en de 'sovjetzieke' zwervers moeten zich voortaan op straat zien te redden.
De standaardtherapie bestaat uit het toedienen van gangbare, goedkope medicijnen: antipsychotica, antidepressiva en verslavende angstremmers. Wie echter in een economisch zwakke regio woont moet het soms ook zonder doen. Het toedienen van medicijnen kan trouwens grote financiële voordelen opleveren, want sommige farmaceutische bedrijven geven interessante bonussen aan artsen. De afweging is dan niet: "Is dit medicijn goed voor de patiënt?" maar: "Kan de patiënt het medicijn betalen?"
Medicatie blijft ná 1989 de belangrijkste behandelwijze. De reden is vooral de gebrekkige aanpassing van de psychiatrische opleiding die bijvoorbeeld geen aandacht schenkt aan interviewen en counselen. En als artsen al therapeutische gesprekken voeren met hun patiënten, dan gaat het om een persoonlijk initiatief van een gemotiveerde psychiater. Dat is de uitzondering op de regel. Misschien is het ook teveel gevraagd, wanneer artsen rond de 50 euro per maand verdienen.

Opleidingsvacuüm

Het isolement van de wetenschappelijke ontwikkelingen in het Westen had een zeer negatieve uitwerking op de sovjetpsychiatrie. In 1989 kwam daaraan een virtueel einde, maar feitelijk veranderde er weinig. De deelname aan dubbelblind medicijnonderzoek voor farmaceutische bedrijven, waarbij arts en patiënt niet weten wie een placebo krijgt, geldt dan al vlug als een belangwekkende wetenschappelijke prestatie. Oekraïense publicaties in leidende internationale tijdschriften ontbreken.
De opleiding voor psychiaters en verplegende personeel verschilt weinig van vroeger. Wel bestaat er academische vrijheid die welwillende docenten in staat stelt om hun studenten ongestoord werkelijk hoogstaande kennis en vaardigheden aan te leren. Die onderwijsimprovisaties blijken geen overbodige luxe, want de nieuwe leerboeken zijn slecht zoniet schadelijk voor een goed begrip van de klinische praktijk. Essentiële aspecten van de moderne psychiatrische zorg - epidemiologie, MRI- en EEG-techniek en niet-medicinale hulpverlening - ontbreken. Het Ministerie van Volksgezondheid verhindert verantwoord onderwijs niet, maar stimuleert het evenmin.

Het belangrijkste, tragische probleem blijkt de personele continuïteit met de Sovjettijd. Dezelfde leidende figuren bepaalden en bepalen de smaak van de psychiatrische wetenschap in Oekraïne: het hoofd psychiatrie van het Ministerie van Volksgezondheid, een uroloog, en de leidende psychiatrisch expert van de Academie van Wetenschappen, een neuroloog. "Psychiatrie als wetenschap is dood", meent Semjon Gloezman.

Hervormingspotentieel

Farmaceutische bedrijven willen nogal eens conferenties organiseren over geestelijke gezondheid en modernisering van de gezondheidszorg, maar feitelijk staat het uitventen van het een of andere medicijn centraal. De wetenschappelijke kwaliteit van de presentaties is beroerd en de begeleidende publicaties van Oekraïense psychiaters zijn ronduit zwak. Vooral jonge psychiaters lijken het doelwit van deze reclamebijeenkomsten.
Het grootste gevaar voor toekomstige hervormingen blijft echter de slaafse navolging van de archaïsche directieven van het Ministerie van Volksgezondheid. De onwil tot verandering op dat departement bepaalt immers de gebrekkige reorganisatie van de zorg. Individuele, weldenkende zorgverschaffers blijven daarom de fakkeldragers, want markt noch staat bevorderen beslissende maatregels.

Frans Hoppenbrouwers

Deze tekst is gebaseerd op een e-mail interview met dr. Semjon Goezman en zijn assistent dr. Stanislav Kostjoetsjenko van de Oekraïense Psychiatrische Vereniging.

Volop kansen voor het bedrijfsleven

(uit: Oekraïne Magazine, zomer 2003)

Hollandse uitvoer naar Oekraïne met kwart gegroeid

De economie van Oekraïne lijkt zich verder te stabiliseren. De bruto binnenlandse productie is vorig jaar opnieuw gegroeid. Bovendien is het besteedbaar inkomen van de bevolking licht toegenomen. De uitvoer van Nederland naar Oekraïne nam met ruim een kwart toe.
In het jonge zelfstandige land aan de Dnjepr liggen dan ook volop kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Een exporteur of een investeerder komt op zijn weg weliswaar een flink aantal obstakels tegen, maar de ondernemer die zich daar goed doorheen weet te slaan, kan succes oogsten.

Dat is de boodschap van de Economische Voorlichtingsdienst (EVD). Samenwerking met mensen in Oekraïne is voor de meeste zakenlieden een vereiste. "De lokale ondernemers heb je nodig. Zij kunnen dingen regelen die wij als buitenlanders niet voor elkaar krijgen", stelt meubelmaker Guido van Engelen. Nederlanders moeten tijd inruimen om hun partners te leren kennen, is het advies van Marco Raben van het gelijknamige transportbedrijf uit Winterswijk. "Creëer een vertrouwensbasis. Als je daar als vrienden bij de mensen thuis wordt uitgenodigd, gaan de zaken makkelijker." Van de ambassaderaad Marie Florence van Es krijgen de ondernemers de tip: "Wederzijds respect en vertrouwen is de basis voor een goede zakelijke samenwerking. Dit is eigenlijk nog belangrijker dan een contract."

Zakendoen in Oekraïne begint met een zorgvuldige voorbereiding. Daarbij is het vinden van een juiste, betrouwbare partner van eminent belang. Inlichtingen inwinnen bij de EVD en de ambassade, luidt dan ook het devies. "Gebruik veel privé-contacten, je eigen netwerk en bezoek bijeenkomsten, zoals de borrels van de ambassades. Probeer ook met elkaar mee te liften", stelt Michiel van Erkel, hoofd afdeling Midden- en Oost-Europa van de EVD.
Verder is mensenkennis belangrijk, zo vult hij aan. "Maar dat is moeilijk, want in Oekraïne heerst een andere cultuur."
Die andere manier van zakendoen in de voormalige Sovjet-republiek levert bij Nederlandse ondernemers geregeld problemen op. Douaneformulieren aan de grens zijn daarvan een duidelijk voorbeeld. Evenals steekpenningen aan een ambtenaar of een anderzins invloedrijke persoon. "Wees daar voorzichtig mee", is de heersende gedachte onder Nederlandse ondernemers. "Je moet een soort Fingerspitzengefühl ontwikkelen wanneer je maar beter wel en wanneer je zeker niet moet schuiven."
Eveneens zijn de vele uren die de diverse controle- en inspectiediensten in beslag nemen, een doorn in het oog van ondernemers. Toch zijn momenteel ruim zeventig Nederlandse bedrijven gevestigd in Oekraïne - een teken dat zakendoen, ondanks de belemmeringen, succes kan opleveren.

Voor het bedrijfsleven liggen de kansen volgens de EVD in de landbouw, een traditionele sector waarin zowel Oekraïne als Nederland vanoudsher een naam hebben hoog te houden. In de tijden van de Sovjet-Unie zorgde Oekraïne voor een kwart van de landbouwproducten. Na het uiteenvallen van de USSR klapte de agrarische productie met de helft in.
Drie jaar geleden keerde het tij. Sindsdien neemt de productie weer toe. De landbouw zit op 70 procent van het niveau van voor 1991. Sterk verouderde en kapotte oogstmachines vormen een van de problemen. De vraag naar landbouwapparten zal daarom stijgen. Vooral handelaren in tweedehands machines maken goede kansen.
Verbonden met de landbouw is de voedings- en genotmiddelenindustrie. Oekraïne bracht ten tijde van de communistische planeconomie een derde van de voedingsmiddelen binnen de Sovjet-Unie voort. Maar na de politieke omwenteling schoot de omzet van de voedselverwerkende industrie omlaag. De EVD onderstreept echter de goede gronden in het land van de Zwarte Aarde. Bovendien is het klimaat gunstig waardoor Oekraïne de mogelijkeid heeft om binnen Europa uit te groeien tot een voedselproducent van formaat.

Verder is transport een van de belangrijkste sectoren. Daarin zal voorlopig echt geen verandering komen, stelt de EVD. Oekraïne ligt immers zeer strategisch: binnenkort aan de buitengrens van het Europa. Daarmee wordt de jonge staat zonder meer een doorvoerland tussen twee continenten. Het wegennet is 1.169.000 km lang, maar de kwaliteit varieert van middelmatig tot slecht.

Een andere sector waar de EVD het Nederlandse bedrijfsleven warm voor wil maken is de machine-industrie. Die tak is sinds 1860 de grootste binnen de totale industrie. De laatste jaren beleefde de machine-industrie een groei van 17 procent. Herstructurering, innovatie en productontwikkeling zijn de sleutelwoorden. Momenteel zijn 2500 ondernemingen actief met ruim anderhalf miljoen Oekraïners. Zij leveren onder meer aan de landbouw, scheepsbouw en lucht- en ruimtevaart.

Zeer fors expandeert de mobiele telefonie in Oekraïne. De explosieve groei van drie jaar geleden is inmiddels voorbij, maar het tempo ligt toch nog op 80 procent per jaar. Vorig jaar telde Oekraïne 4 miljoen mobiele bellers op een totaal aantal inwoners van ruim 48 miljoen. De sterke vraag naar mobieltjes is deels terug te voeren op de wachtlijst voor een vaste telefoonverbinding. Daar staan nog twee miljoen namen op. Die moeten nog minimaal vijf jaar geduld hebben.
Omdat op elke honderd inwoners slechts 8 in het bezit van een mobieltje is, ziet de EVD hier ruimte voor groei. "In Centraal- en Midden-Europa is dat al 30", aldus de EVD. De komende twee jaar groeit deze markt met 60 tot 80 procent, zo is de verwachting. Over acht jaar is de geografische dekking volledig.

Klaas Hoeneveld

Wereldberoemd uit oekraïne: Dans

(uit: Oekraïne Magazine, zomer 2003)

Hopak en pas de deux

Oekraïne kent twee rijke danstradities. Aan de ene kant de traditionele volksdansen, die vooral door de wilde passen van de kozakken tot de verbeelding spreken. En anderszijds door de klassieke ballettraditie die het met Rusland deelt. Beide stijlen komen aan bod in deze aflevering van wereldberoemde Oekraïners, over personen afkomstig uit Oekraïne die bekend zijn geworden door hun bijdragen aan de dans.

Vaslav Nijinsky

Nijinsky als faun - www.history.uiuc

Kiev kan zich erop beroemen de geboorteplaats te zijn van de meest roemruchte balletdanser van de 20e eeuw, Vaslav Nijinsky (1888-1950). Hij werd er geboren als zoon van twee Poolse dansers, Thomas Nijinsky en Eleonora Bereda.
Na een opleiding aan de Keizerlijke Balletschool in Sint Petersburg trad hij in 1909 toe tot de beroemde Ballets russes van Serge Diagilev. Zijn dans in de "Prélude à l'après-midi d'un faune" (op muziek van Debussy) veroorzaakte in 1912 een enorm schandaal in Parijs. Het jaar erop luidde hij met "Le sacre du printemps" van Stravinski het modernisme in de dans in. Het leverde hem de eretitel "God van de dans" op. In 1917 brak hij zijn carrière af, gebroken door zijn verslechterende geestesgezondheid die hem uiteindelijk tot waanzin zou drijven.

Serge Lifar

(1905-1986), danser en choreograaf

Natalja Doedinskaja

(1912-2003), boegbeeld van de Sovjet-ballettraditie

Vasil Avramenko

In Noord-Amerika wordt Vasil Avramenko (1895-1981) geëerd als de vader van de Oekraïense volksdans. Avramenko, afkomstig uit de Vasil Avramenko - www.zoloto.mb.ca Oekraïense plaats Stebliv, moest zijn studies aan dans- en toneelscholen afbreken toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Hij was eerst ingelijfd in het tsaristische leger, vervolgens vocht hij met de eenheden van de kortstondige Oekraïense Nationale Republiek in 1918-1920, om vervolgens in Russische gevangenschap te geraken.
Het verhaal gaat dat Avramenko in het kamp in Rusland zijn mede-gevangenen de hopak leerde dansen, de oude Oekraïense kozakkendans - met veel succes, maar tot groot ongenoegen van de bewakers : de gevangenen zaten daar immers niet om plezier te hebben. Avramenko werd overgeplaatst van kamp naar kamp, maar overal verspreidde hij de hopak en andere traditionele dansen. Uiteindelijk werd hij maar uit gevangenschap ontslagen.
Avramenko trok naar Noord-Amerika, waar hij feitelijk dezelfde werkwijze bleef volgen. Hij kwam naar een plaats, bracht mensen de Oekraïense dansen bij, richtte een dansgroep op, stelde een dansleider aan en trok verder. Later opende hij zijn eigen dansstudio in New York en trad hij op als impresario om Oekraïenstalige films in New Jersy te produceren. Op het hoogtepunt van zijn carrière in 1933 trad hij op in het Witte Huis. Zijn choreografieën worden nog steeds uitgevoerd in danscompetities in de VS en Canada.

Roman Pijndus

(1926), oprichter in Nederland van de volksdansgroep Roesalka. (Zie ook Oekraïne Magazine zomer 1999)

Piet Spijkers: kritische prijswinnaar

(uit: Oekraïne Magazine, zomer 2003)

"Buitenlander van het Jaar" windt er geen doekjes om

Op zondag 9 maart werd Tilburger Piet Spijkers (62) als eerste buitenlander in Kiev uitgeroepen tot Persoon van het Jaar. Was hij er blij mee? Dat ligt genuanceerder dan je van een prijswinnaar verwacht.

Tien jaar geleden verkocht Piet Spijkers zijn witgoedketen (wasmachines, magnetrons, etcetera) en gebruikte de opbrengst om hulpprojecten voor Oekraïnse kinderen in nood op te zetten. Dat werk heeft allereerst geleid tot steun aan drie ziekenhuizen in Oekraïne. Een ziekenhuis voor kankerpatiëntjes en een kraamcentrum in Lviv, en nog een ziekenhuis voor kankerpatiëntjes in Tsjerkassi. De genezingsgraad van zieke kinderen is in beide ziekenhuizen door betere medicatie en verzorging toegenomen van ruim dertig procent tot rond zeventig procent.
Maar Spijkers wil hetzelfde niveau bereiken als in Nederland: ruim negentig procent. Daarom zijn er opleidingstages voor Oekraïnse artsen in Tilburg (Tweelandenziekenhuis), Utrecht (AZU), Nijmegen (Radboud) en Rotterdam (Sophia). Verder worden in het kader van het MATRA-project twee blindeninstituten in Lviv en Sonitsa ondersteund. Het eerste wordt rechtstreeks door Spijkers geleid.
Onder de andere projecten valt in Lviv nog een opvangcentrum voor dakloze kinderen.
Alle hulp valt onder de door Spijkers opgerichte Stichting Humanitaire Hulp Kinderen. Het nodige geld komt deels uit de pot van Spijkers zelf en komt deels binnen via Lions- en Rotaryclubs, kerken, kloosters en vrouwenclubs. Jaarlijks gaat het om een bedrag van ongeveer 250.000 Euro.

Spijkers haalt uit

Reden genoeg dus voor de Oekraïense autoriteiten hem uit te roepen tot Persoon van het Jaar in de categorie humanitaire hulp. Miljoenen Oekraïense kijkers konden op 9 maart jl. die huldiging op het scherm zien. In een groots opgezette tv-show, met veel artisten en muziek, kreeg Spijkers een gestyleerde trofee uit handen van onderminister van buitenlandse zaken Igor Baran.
Toch zat er een 'maar' aan dat feestje. In een kort voor zijn vertrek gehouden vraaggesprek met het Algemeen Dagblad had Spijkers fors uitgehaald naar de Oekraïense bovenlaag. De teneur: wie veel geld heeft, spendeert geen hrivna aan (eigen) mensen in nood. Een paar weken later, terug in Tilburg en op het punt met nieuwe medicijnen naar Lviv te vertrekken, is die mening onveranderd.

Toen hij ruim tien jaar geleden voor het eerst naar Oekraïne reisde, was dit om naar de renovatie van een klooster te kijken. Maar op een dag nam een priester hem mee naar een kinderziekenhuis. Daar ging - zoals Spijkers het zelf noemt - 'de knop helemaal om'. "In het begin wist ik niet precies wat ze nodig hadden. Ik stuurde te hooi en te gras wat ik tegenkwam. Maar al snel leerde ik vraag en noodzaak op elkaar af te stemmen. Soms willen ze nu wel eens echte high tech. Maar dan zeg ik: daar heb je niks aan. Daar zit een traject aan vast en dat traject is er niet."

Vijf jaar na die start was duidelijk dat de nood nog te groot was om er mee te stoppen. Er moesten in ieder geval nog tien jaar bij. Spijkers: "Nu zijn we tien jaar verder en dan mag je toch vooruitgang verwachten. Zowel landelijk als regionaal als bij mijn directe partners. Maar overal zie ik het blijven steken in flegmatisch gedrag. Niemand bekommert zich om planning. Het gaat altijd om de korte termijn."

Hij verwijst naar een geplande renovatie van de intensive care-afdeling in een van 'zijn' ziekenhuizen in Lviv. Een project waar veel geld voor is uitgetrokken. Alleen al rond de aanneming zijn de problemen zo groot dat de kans bestaat dat de bouw, als die al begint, halverwege stilvalt. Spijkers: "Ik heb een vierfasenplan opgesteld, maar wat kom ik tegen? Geen structuur, geen ruimtelijk inzicht, geen vooruitziende blik, geen communicatie.

Ik heb, zegt Spijkers, in Oekraïne veel kennissen en veel mensen met wie ik het geweldig kan vinden. "Toch laat niemand het achterste van zijn tong zien." Misschien wantrouwen tegenover buitenstaanders? Dat is het volgens Spijkers niet. "Ik krijg de sleutel van hun huis, ik krijg hun portemonnee en mag desnoods ook nog met hun vrouw op stap. Maar de reflexen van het oude systeem verdwijnen niet zomaar. Niemand wil zich op iets vastleggen dat later als 'bewijs' gebruikt kan worden." En wat ook een rol speelt: er is geen echt middenkader.

De alom genoemde corruptie is volgens Spijkers mede te wijten aan het feit dat problemen vaak worden teruggespeeld naar degene die het heeft aangekaart. Een arts die met een probleem naar een ziekenhuisdirecteur gaat, kan te horen krijgen dat hij het zelf moet oplossen. Met als gevolg dat er op een kinderafdeling volwassenen liggen, want dat brengt geld op.
Iets anders wat Spijkers verbaast: autoriteiten blijken vaak niet geïnteresseerd in hulpprojecten in hun omgeving. Zo heeft hij nog nooit de burgemeester van Lviv ontmoet. Toch ligt het volgens voor de hand liggen dat zo'n burgemeester toch iets zou willen weten over behaalde resultaten. Die interesse is er volgens Spijkers doodeenvoudig niet.

Tien jaar, aldus Piet Spijkers, heb ik nu de kar getrokken. "Nu ga ik 'm douwen en moeten ze het 'm zelf trekken. Op het moment dat ze niet willen trekken, douw ik ook niet meer. Dan valt alles stil."
Maar er zijn ook veel mensen die hun hart op de juiste plaats hebben. In de eerste plaats, aldus Spijkers, de vroegere ambassadeur in de Benelux, Boris Tarasioek, later minister van buitenlandse zaken, maar vervolgens vervangen door iemand die in de ogen van Moskou meer gratie vond. Ook veel jonge mensen tussen de twintig en midden dertig weten precies wat er aan schort. Maar het is nu eenmaal niet anders, zeggen ze.
Piet Spijkers: "Ik wil me nu alleen nog maar met kinderen bezighouden. Die staan nog aan het begin van het leven, die moeten straks verder. Met volwassenen heb ik het wel gezien." Waar moet de omslag tenslotte vandaan komen? Volgens Spijkers van de komende generatie. "Met een behoorlijke scholing en juiste mentaliteit moeten zij de zaken veranderen."

Renso van Bergen

Wormen Tsjernobyl paren om te overleven

(uit: Oekraïne Magazine, zomer 2003)

De natuur van Tsjernobyl, waar 17 jaar geleden de grootste kernramp uit de geschiedenis plaatsvond, blijft de wetenschap verbazen. Eerst bleek dat melkkoeien in het radioactief besmette gebied door genetische wijzigingen te veranderen in vleesvee (zie Oekraïne Magazine zomer 2001) - nu hebben Oekraïense onderzoekers van het Biologische Instituut van Sevastopol ontdekt dat wormen in het rampgebied hun voortplantingsgedrag hebben gewijzigd.
Normaal vermenigvuldigen deze wormen zich door "aseksuele reproduktie" uit zichzelf, zonder gemeenschap met een soortgenoot. Maar in het getroffen gebied zijn ze overgegaan tot paring met een partner.
Op deze manier hopen de wormen van Tsjernobyl door een betere selectie de overlevingskansen van de eigen soort te vergroten, aldus de onderzoekers. Door seksuele reproduktie worden de genen doorgegeven die het beste tegen straling bestand zijn. "Dat geeft hen een betere kans om te overleven", aldus bioloog Gennadi Polikarpov.

D.K.

Minder inwoners, meer Oekraïners

(uit : Oekraïne Magazine voorjaar 2003)

Opmerkelijke uitkomst van volkstelling

De volkstelling van december 2001 bevestigt de al eerder gesignaleerde tendens: de bevolking van Oekraïne neemt in snel tempo af. Tegelijkertijd stijgt het aantal Oekraïners. Maar waar zijn de Russen gebleven?

Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid is in december 2001 in Oekraïne een volkstelling gehouden, waarvan de definitieve resultaten een jaar later bekend waren. De uitkomst onderstreept de dramatische demografische neergang van het afgelopen decennium: Oekraïne telt nu 48.457.100 inwoners, ruim drie miljoen minder dan bij de laatste Sovjet-telling in 1989 (51.706.700), ofwel een daling van meer dan 6%.
Een VN-studie van februari 2001 voorziet een verdere neergang in de toekomst: tegen 2050 zou Oekraïne nog meer een kleine 30 miljoen inwoners tellen, een afname van maar liefst 39,9%.
De oorzaken zijn in grote lijnen dezelfde als elders in de ex-Sovjet-Unie: de economische crisis leidt tot slechtere leefomstandigheden en meer gezondheidsproblemen. Men drinkt meer, rookt meer, eet slechter, gaat minder vaak naar de dokter. Mannen sterven steeds vroeger, gemiddeld op hun 62e, terwijl vrouwen 73 worden. Daarbovenop komt nog de aids-pandemie, die in de komende jaren haar tol zal eisen. Mogelijk 400.000 mensen, oftewel 1% van de bevolking, is hiv-positief - het hoogste aantal in het vroegere Oostblok.
Het mag dan ook geen verbazing wekken dat de emigratie toeneemt, vooral vanuit West-Oekraïne naar de buurlanden Polen, Slowakije, Tsjechië - tot aan Portugal toe, waar de laatste jaren meer dan 100.000 Oekraïners aan het werk zijn. Deze emigranten zijn wel meegeteld in de volkstelling omdat ze slechts "tijdelijk afwezig" zouden zijn. Anders zou het aantal inwoners van Oekraïne nóg lager zijn, krap boven de 48 miljoen.
Daarnaast werken veel Oekraïense vrouwen buiten hun land in de seksindustrie, al dan niet vrijwillig. Schattingen over het aantal slachtoffers van vrouwenhandel lopen uiteen van 500.000 tot een miljoen over de laatste tien jaar.

Russen

De meest verrassende uitkomst van de telling betreft echter de etnische samenstelling van Oekraïne. Het aantal mensen dat zich als etnische Oekraïners afficheert, is omhooggeschoten van 72,7 naar 77,8%, terwijl het aandeel Russen van 22,1 naar 17,3% zakte. En dat zonder conflicten, massale emigratie naar Rusland of etnische zuiveringen!
De verklaring is dat veel mensen van (half-)Oekraïense afkomst en gerussificeerde Oekraïners zich destijds bij de Sovjettelling als Rus omschreven - ofwel omdat ze als kind in het Sovjetpaspoort waren aangemeld als "nationaliteit "Rus", of omdat ze hadden gekozen voor de heersende Sovjetcultuur, die Russischtalig is. Sinds de onafhankelijkheid hebben velen de switch terug gemaakt. Klaarblijkelijk hebben ze nu meer zelfvertrouwen om zich als Oekraïens te omschrijven. Zoals Oekraïne's eerste minister van defensie, generaal Konstantin Morozov, geboren als "Rus" in de Donbas, die later besloot dat hij en zijn ouders eigenlijk Oekraïners waren.
Daar komt nog bij dat de bovengenoemde sociale en economische problemen vooral de steden treffen, waar de meeste Russen wonen. In de Krim, waar tweederde van de bevolking Russisch was in 1989, is hun relatieve aandeel afgenomen tot 58% door de terugkeer van ruim een kwart miljoen inheemse Krim-Tataren uit Centraal-Azië.
Opmerkelijk is dat het aandeel van alle andere minderheden (Wit-Russen, Moldaviërs, Roemenen, Polen, Hongaren) ook afneemt. Bij joden speelt de emigratie naar Israel mee, maar over het algemeen is er toch sprake van een natuurlijk proces van sluipende Oekraïnisatie. Dit is het sterkst in het meer nationalistische West-Oekraïne, vanwaar veel Russen zijn vertrokken. Maar ook elders in het land neemt het gebruik van de Oekraïense taal toe, op school, op tv, in de kerk en in het openbare leven.

Taal

Dat betekent nog niet dat al deze "nieuwe" Oekraïners ook allemaal Oekraïens spreken. Het aantal mensen dat Oekraïens als hun moedertaal noemt is sinds 1989 slechts met 2,8% toegenomen, minder dan de toename van het aantal Oekraïners.
Dat is niet per se een tegenstelling, als men een onderscheid maakt tussen de moedertaal en de gebruikstaal. Men kan zich verbonden voelen met de eigen Oekraïense taal, ook al spreekt men in het dagelijkse leven alleen maar Russisch.
Neem bijvoorbeeld president Koetsjma: hij trad in 1990 tot het parlement in Kiev toe als Oekraïner, maar het gerucht gaat dat hij tot die tijd als Rus te boek stond. Wellicht was dat een carrièrezet om zijn Sovjetloopbaan in de zwaar gerussificeerde Donbas vooruit te helpen? In ieder geval heeft hij nog de grootste moeite met de Oekraïense taal.

Diederik Kramers

Bronnen, o.a.:

Onthoofding van een journalist

(uit : oekraïne Magazine Voorjaar 2003)

Nieuw boek brengt moord op Gongadze in beeld

Het leven van Georgi Gongadze begon op 21 mei 1969 met een tragische verdwijning : zijn tweelingbroer werd gestolen uit een ziekenhuis in de Georgische hoofdstad Tbilisi waar ze geboren werden. Hij is nooit teruggevonden.
Ruim 31 jaar later verdween Georgi Gongadze, inmiddels een gevestigde en kritische journalist in Kiev, op zijn beurt. Alleen werd hij na enkele weken wel teruggevonden - zonder hoofd.

De moord op Gongadze houdt Oekraïne na tweeëneenhalf jaar nog altijd in zijn greep. De affaire heeft de president in het internationale verdomhoekje gedrukt, maar hij klampt zich nog altijd vast aan zijn zetel.
Daarom is een boek dat het verhaal tot dusver optekent meer dan welkom. "Beheaded" van J.V. Koshiw, adjunct-redacteur van Kyiv Post, biedt geen nieuwe feiten, maar zet wat tot dusverre bekend is over de zaak nog eens op een rij.
Gongadze viel op als journalist én als kritikaster toen hij opriep om tijdens de presidentsverkiezingen van november 1999 níet op Koetsjma te stemmen - een stap die velen toen al als zelfmoord zagen. De president had zich inmiddels al laten kennen als een vijand van de vrije pers (een titel die de internationale organisatie Journalistes sans Frontières hem dat jaar toegekende) door de doodsbedreigingen, rechtzaken en belastingaanslagen tegen onafhankelijke media. Op die manier waren de tv-zender STB en Radio Kontinent, waar Gongadze werkte, uitgeschakeld.
In het voorjaar van 2000 zette Gongadze zijn eigen internetkrant op, Ukrayinska Pravda. Opmerkelijk voor de schimmige toestand in de Oekraïense media is dat het nog altijd onduidelijk is wie achter de financiering van de krant zat. Hoe dan ook, verscheidene berichten in de UP wekten de toorn van Koetsjma en zijn omgeving.
Op 3 juli had de president er genoeg van: "Hij is te ver gegaan... dat tuig, die klootzak, die Georgiër...", tierde hij op een gesprek dat heimelijk door zijn lijfwacht Mikola Melnitsjenko was opgenomen. "De Tsjetsjenen moeten hem ontvoeren en naar Tsjetsjenië halen en losgeld eisen".
Een week later vroeg Koetsjma aan minister Kravtsjenko van binnenlandse zaken hoe het stond met Gongadze. "Ik zeg het je, gooi hem eruit, geef hem aan de Tsjetsjenen, kleed hem uit, die klootzak, laat hem zonder broek achter." "Ik laat Gongadze niet los", beloofde Kravtsjenko op 11 september aan een ongeduldige Koetsjma.
Op zaterdagavond 16 september werd de journalist in Kiev ontvoerd toen hij het appartement van zijn vriendin en collega Olena Pritoela verliet. Anderhalve maand later werd zijn onthoofde lijk gevonden in een bos in Tarasjtsja, 30 kilometer ten zuiden van Kiev - toevallig het kiesdistrict van oppositieleider Oleksandr Moroz van de Socialistische Partij. Een arm van het lijk stak uit de grond.
Een lugubere parallel is dat daags tevoren ook de kritische journalist Oleh Jeltsov was bedreigd, waarop hij tijdelijk naar Rusland vertrok. "Ze (Kravtsjenko's mannen) hebben hem wegejaagd", zo meldde het hoofd van de geheime dienst, Leonid Derkatsj, aan de president. "Ze hebben hem gebeld en gewaarschuwd dat ze zijn hoofd eraf zullen hakken." (Jeltsov zelf zei later dat de dreigementen niet over onthoofding ging.)

Desinformatie

Na de moord heeft het presidentiële kamp alles heeft gedaan om de zaak in de doofpot te stoppen. Daarbij is de Oekraïense overheid niet in haar eerste leugen gestikt, zo blijkt uit Koshiws verhaal. Al meteen na Gongadze's verdwijning zaaiden onderzoekers van het ministerie van binnenlandse zaken verwarring en desinformatie. Gongadze zou in Kiev zijn gezien, in Lviv, in de trein naar Moskou, in Praag.
Het boek gaat verder in op de verwikkelingen rond Gongadze's lijk, dat door de politie uit Tarasjtsja is "ontvoerd"; de mislukte parlementaire enquête naar de moord en de Koetsjma-tapes; het protestkamp van de oppositie dat in mei 2001 met geweld is ontruimd (ondermeer door onbekende "anarchisten", compleet met identieke hoofd- en armbanden met het etiket "anarchist", die de politie kwamen helpen); het gesakker over de echtheid van Melnitsjenko's banden, en het DNA-onderzoek op Gongadze's lijk. Koetsjma's openbaar aanklager bestond het te beweren dat Gongadze nog leefde, omdat er nog "veel onzekerheid" over de DNA-test was: die had bepaald dat het lijk voor 99,6 procent zeker van Gongadze was!
Koshiw brengt dit allemaal in een chronologische kroniek van een affaire die steeds verder uitwaaiert, met de val van de regering-Joesjtsjenko, de parlementsverkiezingen van maart 2002, tot en met Koetsjma's schrobbering op de NAVO-top in Praag afgelopen november, de arrestatie van wapenhandelaar Minin in Rome, de levering van Koltsjoega-radarsystemen aan Bagdad... Tegen het eind vliegt "Beheaded" een beetje alle kanten uit.
Hier wreekt zich het feit dat de auteur niet echt de diepte in gaat met een grondige analyse of een eigen onderzoek, maar vooral commentaar levert op de krantenberichten van de afgelopen drie jaar. Zo zou het interessant zijn geweest om te kijken hoe het komt dat in het onafhankelijke Oekraïne zo'n klimaat van moord en intimidatie kan gedijen.
Voor Koshiw is het hedendaagse Oekraïne in één woord samen te vatten: corruptie. Dat verklaart de slechte economische toestand én - ietwat simplistisch - de onafhankelijkheid: "De partij-élite wilde een eigen staat om rijk te worden".

"Smoking gun"

Dat maakt het makkelijk om de slechteriken van het verhaal aan te wijzen: Koetsjma en zijn trawanten. Volgens Koshiw is er op de geluidsbanden genoeg "circumstantial evidence" tegen de president te horen, maar is er ook een "smoking gun"? De bewijsvoering is soms wat mager: Koetsjma moet achter de verdwijning van Gongadze's lijk uit het mortuarium van Tarasjtsja hebben gezeten, omdat "niemand anders zo'n omstreden beslissing had kunnen nemen."
Hardere bewijzen zijn wellicht te vinden op de geluidsbanden die Melnitsjenko van Koetsjma heeft opgenomen. Maar die roepen op hun beurt ook weer vragen op. Koshiw vraagt zich af hoe Melnitsjenko ruim een jaar lang honderden uren gesprekken in het presidentiële kantoor heeft kunnen opnemen. Had hij hulp van anderen? En waarom geeft hij de opnamen slechts druppelsgewijs vrij?
De bandopnamen, die vaak worden geciteerd in « Beheaded », bieden een onthutsende blik op de president en zijn naaste omgeving. Als tijdens een gesprek met een ondergeschikte de naam valt van de directeur van tv-zender 1+1, barst Koetsjma spontaan uit in de grofste schuttingtaal : "Jood, klootzak, tuig, jood!»
Koshiws boek is noodgedwongen onaf, omdat het een momentopname is van een nog lopende affaire. Toch is "Beheaded" een aanwinst die kan helpen om waarheid en desinformatie uit elkaar te houden.
Wordt vervolgd - maar zal dat ook voor de moordenaars gelden?

J.V. Koshiw, Beheaded. The killing of a journalist. Artemia Press Ltd., Reading, Engeland, 2003.

Diederik Kramers

Radarlessen voor Odessa

(uit: Oekraïne Magazine voorjaar 2003)

Zeevarende Hollanders trainen havenpersoneel Zwarte Zee

Sinds tsaar Peter de Grote begin achttiende eeuw naar Nederland kwam om alles van zeilschepen te leren, staat ons land bij de Russen bekend als een zeevarende natie. Die naam heeft ertoe bijgedragen dat het ministerie van transport in Oekraïne naar Rotterdam is gereisd om kennis te nemen van de laatste technische snufjes van radarsystemen voor het scheepvaartverkeer.

Verkeersleiders van de haven van Odessa hebben in de Maasstad met eigen ogen kunnen zien hoe in Nederland het verkeer op de waterwegen in goede banen wordt geleid. Ook hebben zij de afhandeling van schepen aan de wal bekeken. Daarnaast zijn managers van de scheepvaartbegeleiding op hun thuisbasis bijgeschoold. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft in de vroegere metropool aan de zuidkust van Oekraïne een simulator neergezet van het moderne Vessel Traffic Management System (VTMS). Met dit systeem kan de veiligheid en de efficiëntie in de havens worden verhoogd.
Leider van het trainingsprogramma, dat deze zomer is afgerond, is ingenieur Ivo Holz van het bedrijf Holland Institute of Traffic Technologie (HITT), voortgekomen uit Hollandse Signaal. De onderneming in Apeldoorn ontwikkelt software voor zowel de lucht- als de scheepvaart. Holz van HITT is een paar maal in Oekraïne geweest. "Veel radarsystemen die ze daar hebben, zijn sterk verouderd." Door daar een VTMS-simulator te plaatsen, hoopt HITT dat Oekraïne straks een dergelijk systeem gaat aanschaffen. Vervolgorders vormen immers een van de belangrijkste elementen van het PSO-project (Programma Samenwerking Oost-Europa, zie OM zomer 2002) waarvoor HITT en zijn partners subsidie hebben gekregen van het Nederlandse ministerie van economische zaken.

Sovjet-tijd

De projectleider rekent evenwel niet op een snelle bestelling uit Odessa. Het jonge, zelfstandige land kampt met fikse financiële problemen. Momenteel volgen de oekraïners, ook in de havens van Illitsjovsk en Mikolajiv, de schepen dan ook nog steeds op de radars uit de Sovjet-tijd. Die systemen worden vermoedelijk pas vervangen als daarvoor vanuit Kiev de opdracht komt.
Een rol daarbij speelt tevens de wetgeving, die in Oekraïne nog in ontwikkeling is. De regelgeving voor de scheepvaart wereldwijd is in handen van de International Maritime Organisation (IMO) een onderdeel van de Verenigde Naties. Die stelt de regels voor open wateren vast. De landen kunnen die vervolgens in hun nationale wetten overnemen, zodat overal ter wereld op het water dezelfde regels gelden.
"Dit idee gaat uit van de soevereiniteit van de staten. Het ministerie van transport in Kiev is verantwoordelijk voor het overnemen van de IMO-regels, maar Oekraïne is nog niet zo ver", legt Holz uit. "Daarom hebben wij ze geholpen met het opstellen van een concept-structuur en het schrijven van de concept-teksten gebaseerd op de wetgeving in Nederland."
Voorts heeft HITT in dezelfde regio meer ijzers in het vuur. Van de landen rond de Zwarte Zee is het bedrijf ook actief in Roemenië en Bulgarije. De verwachting is dat de Rijn en de Donau veel meer scheepvaart te verwerken krijgen als deze staten over vier of vijf jaar toetreden tot de Europese Unie.
Met Odessa heeft HITT een veelbelovende locatie benaderd. De haven is immers de plaats waar een van de multi-modale corridoren (VII) uit het Trans European Network eindigt. Bovendien kan Odessa een toonaangevende rol vervullen in de doorvoer van goederen verder naar Azië.

Traceca

De Zwarte Zee speelt een centrale rol in de multi-modale transportroutes tussen Europa en Azië. Maar liefst vier van dergelijke verbindingen kruisen dit water. Tien jaar geleden kwam daar ook de transportcorridor van Europa naar Centraal-Azië (TRACECA) bij. Dit initiatief moest de economische ontwikkeling stimuleren in de nieuwe staten die kort na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie waren ontstaan, zo luidde de gedachte destijds. De lijnen lopen van de Zwarte Zee via de Kaukasus en de Kaspische Zee naar Centraal-Azië. Vanuit die landen kan het Verre Oosten worden bereikt. Het Traceca-programma ontvangt subsidie vanuit Brussel.

Klaas Hoeneveld

Oekraïense tacktiek is effectief

(uit: Oekraïne Magazine voorjaar 2003)

Jeugdige handbalploeg schiet nog te kort voor top

Breedgeschouderde en zwaargebouwde vrouwen die hard spel niet schuwen, en een coach die als een beest tekeer kan gaan. De Nederlandse dames waren tijdens het Europees Kampioenschap handbal niet opgewassen tegen het fysieke geweld uit Oekraïne. Een reconstructie van de ontmoeting in december in de Deense stad Aarhus.
In Nederland wonen de langste vrouwen ter wereld, maar het nationale handbalteam heeft ze nog niet gevonden. Oekraïne wel. Bij die ploeg staan enorme lange lijzen in de basis. Anastasia Borodina, Marina Verheljoek, Halina Markoesjevska en Tetjana Nikitenko zijn allemaal dik boven de 1,90 meter. Ze springen bijna altijd hoger dan de tegenstander en kunnen snoeihard gooien. Probeer die maar eens af te stoppen.
Rond deze luchtmacht lopen kleine speelsters rond, die met hun snelheid de tegenstander moeten verrassen. Zij laten zich niet zomaar wegdrukken. De vrouwen zijn zo te zien flink in het krachthonk bezig geweest of torsen zoals in het geval van Olena Reznir 100 kilogram aan gewicht mee. Valt ook niet mee om die betonblokken tegen te houden.
De tactiek van Oekraïne is simpel, maar effectief: hard verdedigen en bij het veroveren van de bal razendsnel counteren. En als de ploeg zelf een aanval opbouwt, het schot overlaten aan de langste handbalsters. Dit spelsysteem is succesvol. Handbal is in de voormalige Sovjetrepubliek dan ook een vooraanstaande sport. Oekraïne was vroeger hofleverancier voor de grote ploegen van de Sovjet-Unie. Kinderen krijgen de werptechniek met de paplepel ingegoten. Ze zijn het gewend vanaf jonge leeftijd veel trainingsuren te maken.

Zilver

Twee jaar geleden bij het EK in Hongarije pakte Oekraïne het grootste succes in zijn nog jonge bestaan: de zilveren medaille. Alleen het gastland was sterker. Oekraïne hield echter wel de grote naties als Rusland, Noorwegen en Denemarken achter zich.
Nederland kan van zulke prestaties alleen dromen. Handbal is hier niet meer dan een C-sport. Bondscoach Bert Bouwer probeert het tij te keren. Hij introduceerde in 1997 het Oranje-plan. Met een jonge groep meiden sloot hij zich op een in een sporthal om heel hard te gaan trainen. Die aanpak hadden ze afgekeken van de Nederlandse volleybalmannen, die in 1996 Olympisch goud haalden.
Zo ver is het nog lang niet voor de "meiden met een missie", zoals de Nederlandse handbalsters zichzelf noemen. Ze hebben inmiddels ondervonden dat de weg naar de top lang is. Op een groot toernooi winnen van een gerenommeerd land als Oekraïne lukt niet zomaar.

Evenwicht

Bij hun eerste ontmoeting in 1998 kreeg Nederland een afstraffing met 23-16. Vorig jaar waren de krachtsverhoudingen al wat gewijzigd. Op het WK hielden beide ploegen elkaar in evenwicht (28-28). Bij Oekraïne ontbraken toen wel een paar topspeelsters. Die waren er in Denemarken wel bij. De voorbereiding op het kampioenschap verliep ook dit keer bepaald niet vlekkeloos. De ploeg arriveerde pas de dag voor de eerste wedstrijd in Aarhus, omdat de bond de tickets te laat had geboekt. De helft van de selectie raakte ook nog de koffers kwijt.
De nieuwe coach Leonid Ratner was daar niet blij mee. Het humeur van de 65-jarige werd er niet beter op toen zijn ploeg het openingsduel van gastland Denemarken verloor. Omdat ook Nederland de eerste wedstrijd verloor, was het volgende onderlinge treffen meteen cruciaal geworden. Beide ploegen moesten winnen om door te stoten naar de tweede ronde.

Schuin

De spanning was voelbaar toen Nederland en Oekraïne die decemberavond de speelvloer op kwamen. De Deense fans waren meer gecharmeerd van het Oranje-spel, ook omdat de bekendste Nederlandse speelsters Olga Assink, Natasja Burgers en Monique Feijen in de Deense competitie uitkomen. Maar het was Oekraïne dat het beste begon en de voorsprong de gehele wedstrijd niet meer uit handen gaf.
Het verschil maakten vooral de hoekspeelsters Oksana Raichel en Olena Jatsenko. In het handbal is het moeilijk te scoren als je schuin voor het doel staat. Bij de meeste ploegen is dat de zwakke plek. Niet bij Oekraïne, waar Jatsenko (4 goals) en Raichel (7) op dreef waren. Ook Verheljoek (5), Sakada (4) en Nikitenko (4) deden het goed. Daarentegen was Nederland te veel afhankelijk van cirkelloopster Olga Assink. Zij maakte elf doelpunten. Jatsenko besliste pal voor tijd het duel definitief: 28-26. Oekraïne mocht door, Nederland kon naar huis.
Dat de jonge ploeg van de Oekraïne voor de top nog tekortschiet, bleek in de resterende wedstrijden. In de tweede ronde leed het team uitsluitend nederlagen: tegen Oostenrijk (32-19), Joegoslavië (39-24) en Roemenië (19-17).

Guido van Riet