Oekraïne Magazine - Artikelen
Oekraïne Magazine najaar 2004
Oekraïne Magazine zomer 2004
Oekraïne Magazine voorjaar 2004
Oekraïne Magazine winter 2003
Oekraïne Magazine najaar 2003
Oekraïne Magazine zomer 2003
Oekraïne Magazine voorjaar 2003
De Sovjet-Oekraïense film: poëzie en verzetUit: Oekraïne Magazine Najaar 2004.Sergej Paradzjanov en de vuurpaardenHoe Paradzjanov in 1964 de poëtische cinema in Oekraïne vestigde - en hoe het Sovjetgezag hem daarop kapotmaakte. Joeri Iljenko en de verfilmde filmkunstParadzjanovs cameraman Iljenko zette de lijn van de nationaal-poëtische film voort. Daarin verweefde hij de Oekraïense cultuur en geschiedenis, tot ongenoegen van de communistische autoriteiten. Vuil spel met de kiezersUit: Oekraïne Magazine Najaar 2004.Grand tour OekraïneUit: Oekraïne Magazine Najaar 2004.Oekraïne als studie-object voor geschiedenisstudenten van de Universiteit van Amsterdam. Aids-problematiek vraagt om verantwoordelijkheidUit: Oekraïne Magazine Najaar 2004.In een open brief vraagt Piet Spijkers om meer aandacht voor de aidscrisis in Oekraïne - ook van de lokale autoriteiten. Een toekomst voor Oekraïense hoogbouwflats?Uit: Oekraïne Magazine Zomer 2004.Oekraïne kampt nog steeds met enorme huisvestingsproblemen. Uit de Sovjet-tijd erfde het een grote voorraad slecht gebouwde woningen, vooral hoogbouwflats, terwijl de overheid na de val van het communisme geen geld heeft voor renovatie of nieuwbouw. Onstuimige groei economieUit: Oekraïne Magazine Zomer 2004.De Oekraïense economie groeit voor het vierde achtereenvolgende jaar, maar de Oost-Europabank zet kritische kanttekeningen. Polen-Oekraïne: De dertigjarige oorlog, 1918-1948Uit: Oekraïne Magazine Zomer 2004.Deel 3 (slot): Het verleden slaat terug. Begraafplaatsen en herdenkingen, 1919-2004
Terugkeer van de Koenigs-collectieUit: Oekraïne Magazine Zomer 2004.Hoe Nederland 139 teruggevonden tekeningen uit de omstreden Koenigs-collectie terugkreeg van Oekraïne. Het overleg over restitutie verliep met Kiev een stuk soepeler dan met Moskou, dat nog steeds stukken uit de verzameling vasthoudt. Doopsgezinden aan de DnjeprUit: Oekraïne Magazine Voorjaar 2004.Het vergeten verleden van Nederland in OekraïneTot 1945 woonden er duizenden Nederlanders in Oekraïne in het zuidoostelijke Zaporizjia. Zij kwamen er vanaf het eind
van de 18e eeuw met hun huifkarren en vee en brachten het land in snel tempo tot bloei met grote boerderijen en
fabrieken. Mede dankzij hen kreeg Oekraïne in de 19e eeuw de bijnaam "de graanschuur van Rusland". Het verhaal begint in 1525 in Zwitserland en Zuid-Duitsland met de opkomst van het anabaptisme, een religieuze stroming die
zich zeer kritisch opstelde tegenover het gezag van Kerk en Staat en die het gebruik van wapens ten strengste verbood. Het
anabaptisme vond snel veel aanhangers, ook in Oostenrijk en de Zuidelijke Nederlanden. In de Noordelijke Nederlanden werden ze
aanvankelijk wederdopers genoemd en vanaf 1535 vooral doopsgezinden - in Polen en Noord-Amerika heeft men het meestal over
mennonieten, naar de Friese leider Menno Simonsz. uit Witmarsum. Hoe vredelievend ze ook waren, de lokale en landelijke gezagsdragers zagen een groot gevaar in dit geloof. Mede daarom voerde keizer Karel V ook in de Nederlanden de Inquisitie in, en in 1525 werd de eerste 'ketter' in het centrum van Den Haag verbrand. Honderden anderen werden levend verdronken of opgehangen. Dat was het sein voor een massale uittocht. Vanuit de Zuiderzeehavens vluchtten bijna 50.000 gelovigen richting Koningsbergen
(nu het Russische Kaliningrad aan de Oostzee) en de havenstad Dantzig (Gdansk) in het toen zeer verdraagzame Poolse koninkrijk. Na een relatief rustige en voorspoedige periode van tweeëneenhalve eeuw in het Poolse koninkrijk werd het leven van de doopsgezinden moeilijker toen de koning van Pruisen in 1772 Noord-Polen inlijfde. De koning riep de doopsgezinde jongemannen op voor de dienstplicht, hetgeen in strijd was met hun geloofsvoorschriften. Ook verbood hij de verdere verkoop van land aan deze gelovigen. GrenslandIn dezelfde tijd had de Russische keizerin Catharina de Grote de Tataren en Turken naar de Krim weten terug te dringen en het zuiden van Oekraïne veroverd. De ontvolkte steppegebieden van het 'grensland' ("U-krajna", ofwel Oekraïne) wilde zij herbevolken met niet-katholieke, hardwerkende en capabele boeren van Nederlandse afkomst. Zij herinnerde zich de bewondering van haar voorganger Peter de Grote voor alles wat Nederlands was. Zo kwam haar speciale afgezant op 7 augustus 1786 bij de doopsgezinden in Dantzig op bezoek met het voorstel om zich in de Zuid-Oekraïense steppen te vestigen, waarbij hun gemeenschappen zelfbestuur zouden krijgen. Nog geen twee jaar later, in 1788, trokken de eerste 152 families met hun huifkarren en vee naar Zuid-Oekraïne, waar zij zich op het eiland Chortietza in de Dnjepr en in het naburige gebied Zaporizjia vestigden. Deze groep was inmiddels niet meer 100% Nederlands, want in de loop der eeuwen waren zij af en toe ook met Poolse en Duitse doopsgezinden getrouwd. Bovendien waren de Nederlandse namen nogal eens verduitst onder invloed van de Duits-lutherse kerken en scholen in Noord-Polen. Zo werd in 1780 het tot dan toe Nederlandse Doopsgezinde Gezangenboek in Dantzig vervangen door een Hoogduits. Na hun aankomst in Oekraïne leefden de Nederlandse families aanvankelijk in hutten en holen langs de steile oevers van de rivier. Maar al snel konden zij die vervangen door stenen huizen die in een van te voren ontworpen dorpsplattegrond moesten passen. Daar zij zeer gedisciplineerd en ijverig waren, hadden de doopsgezinden spoedig succes. Ze begonnen met het telen van schapen, spinnen, weven, en het produceren en verven van zijde. In snel tempo hadden ze er fraaie boerderijen neergezet, met boomgaarden, bloementuinen en weiden vol gezond vee. Door de systematische aanplant van miljoenen bomen kregen de of te warme of te koude steppenwinden minder kans de oogsten te beschadigen. Door het werk van de doopsgezinde boeren kreeg Oekraïne de bijnaam van "graanschuur van Rusland". Ook brachten ze vele industrieën tot ontwikkeling, ondermeer van landbouwmachines en papier. Zij bouwden scholen, weeshuizen en ziekenhuizen, legden moerassen droog, bouwden dijken en sluizen en zetten water- en korenmolens neer. In 1803 en 1804 kwamen kort na elkaar nog eens 400 families uit Pruisisch Polen naar Oekraïne. Ze vestigden zich langs de rivier de Molotsjnaja, waar ze achttien dorpen bouwden. Onderweg vanuit Polen streken sommige families neer in Volhynië in West-Oekraïne, waar zich al eerder doopsgezinden en andere vervolgde protestanten uit Zwitserland en de Palts hadden gevestigd. De eerste donkere wolken doemden op in 1874. In dat jaar werd in Rusland de algemene dienstplicht ingesteld, en men wilde geen uitzondering maken voor de doopsgezinden. Het Keizerlijke Privilege van 1800, dat de doopsgezinden vrijstelde van belastingen en van militaire dienst, werd ingetrokken. Met veel moeite kon tenslotte de dienstplicht worden vervangen door bos-arbeidsdienst. Toch zagen 15.000 doopsgezinden de toekomst somber in en emigreerden naar de Verenigde Staten en Canada. De toekomst zou hen gelijk geven. Anderen kochten grond in het Samara-gebied aan de Wolga, vestigden dorpen op de Krim of trokken naar de rivier de Koeban ten noorden van de Kaukasus, of naar Oefa en Omsk of nog verder weg in Siberië en Kazachstan. ArgwaanToen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, meldden doopsgezinden zich massaal als vrijwilliger bij het Rode Kruis. Hoewel zij hun Russische en Oekraïense buren hielpen zoveel zij konden, groeide bij de lokale bewoners - daartoe aangezet door de bolsjewieken - de argwaan tegen de rijke vreemdelingen met hun onbegrijpelijke taal. Waarom hoefden die eigenlijk niet in dienst? Hoe kwamen ze aan zoveel geld? Waren het soms spionnen? Na de Februari-revolutie van 1917 werden de doopsgezinden aangeduid als "parasieten", "buitenlandse vijanden" of "Duitse kolonisten". Er kwam een verordening die bepaalde dat ze hun moedertaal, het Platdietsch, niet meer mochten spreken. En vlak voor zijn gedwongen troonsafstand ondertekende de tsaar de zogenoemde Liquidatiewetten, waarbij het grondbezit van buitenlanders werd onteigend. In november 1917 grepen de bolsjewieken de macht in het Russische rijk. Oekraïne werd in april 1918 door de Duitsers bezet, en velen ervoeren dat als een opluchting. De Nederduits-Platdietsch sprekende doopsgezinden werden door het bezettingsleger correct behandeld en vele niet-communisten waardeerden de rust en orde die eindelijk weer terugkeerden. Maar met het einde van de Eerste Wereldoorlog in november 1918 trokken de bezetters zich terug, en meteen brak een periode aan van onbeschrijflijk lijden. Losgeslagen benden onder leiding van de ex-crimineel Nestor Machno trokken rovend, vernielend en verkrachtend langs de ooit zo goed verzorgde en welvarende boerderijen in het Chortietza- en Molotsjnaja-gebied. De anarchistische "Machnovtsi" zagen alle doopsgezinden, maar ook de lutherse en roomse vreemdelingen, als "vrienden van de Duitsers'. Ze werden massaal op vaak gruwelijke wijze afgeslacht. In maart 1919 probeerden honderden mensen met volgeladen huifkarren naar de Krim te vluchten, waar het nog relatief rustig was door de aanwezigheid van ex-tsaristische troepen. Naast honger, ziekte en dood traden ook nog epidemieën van vlektyfus en pokken op en het kan een wonder genoemd worden dat er nog mensen overleefden. Na de komst van de reguliere Sovjet-troepen in januari 1920 trokken de Machno-benden zich terug. Maar herstel van de economie bleef uit en honger en ziekten duurden voort. Overlevende doopsgezinden heropenden ziekenhuizen en probeerden hulp van elders te organiseren. Amerikaanse geloofsgenoten openden een hulpcentrum in Constantinopel. Ook in Nederland kwamen de doopsgezinden in actie: ze vormden een Commissie voor Buitenlandse Noden en ontvingen een delegatie uit Oekraïne die hen vertelde van de verschrikkingen die ze te verduren hadden. De doopsgezinde theoloog T.O. Hylkema uit Giethoorn was diep geschokt door alles wat hij hoorde en legde hun ervaringen in 1920 vast in een boekje, waarmee hij steun voor de Russische geloofsgenoten poogde te werven. "De Machnowzen hadden het laatste masker afgeworpen. Openlijk zeiden zij, dat het hun doel was de kolonisten uit te roeien. Alle ruwheid en barbaarschheid, die een mensch maar doen kan, deden zij. Ieder sidderde onder hun zwart schrikbewind. Als wilde dieren traden zij in de huizen en roofden niet alleen paarden en wagens, maar ook al het andere, wat maar mogelijk
was: kleeren, pelzen, ondergoed, bedden, kussens, eten, mantels. Het werd alle betrokkenen duidelijk dat de doopsgezinden weg moesten uit Oekraïne, maar hoe? De communisten wilden alleen uitreisvisa verstrekken aan mensen die hun Nederlandse (en niet-Duitse) afkomst konden bewijzen. De cruciale vraag vanaf die tijd, die de hele 20e eeuw zou blijven opspelen, was: Zijn de doopsgezinden in Oekraïne en Rusland van Nederlandse of van Duitse origine? Vele Nederlandse en Duitse specialisten hebben zich in verhitte debatten gestort over deze vraag en andere, soortgelijke discussies. Is de taal van de mennonieten - het Platdietsch - een Nederlands/Fries of een Duits dialect? Hebben de doopsgezinden zich na 1918 uit pure overlevingsdrang "Nederlanders" genoemd of zijn ze inderdaad Nederlanders? In 1920 besloot men het in Nederland gepubliceerde proefschrift van de Poolse Felicia Szper uit 1913 als uitgangspunt te nemen, en met name de daarin vermelde Nederlandse mennonietennamen. Twintigduizend mensen mochten zo naar Canada overkomen waar hun geloofsgenoten hen gastvrij ontvingen. Omstreeks 1929 leefden er nog ongeveer 80.000 doopsgezinden in de Sovjet-Unie. In dat jaar verbood Stalin verdere emigratie. Spoedig volgde de gedwongen collectivisatie van de landbouw die een dramatische hongersnood en de dood van miljoenen mensen veroorzaakte (zie Oekraïne Magazine 2002/4). Vervolgens zijn nog vele duizenden gedeporteerd of geëxecuteerd onder de Stalin-terreur van de late jaren '30. "Het afgelopen jaar zijn ze uit hun huizen verjaagd, opgesloten en in elkaar geslagen. Toen werden ze naakt naar het kerkhof gebracht. Vandaar moesten ze naar de kerk kruipen met twee mannen die op hun rug zaten. Op de trappen van de kerk moesten ze knielen en bidden. Men zegt dat ze het lijk van de oude Eisenbeis aan een boom hebben opgehangen nadat ze hem hadden gedood. Zo heeft hij dit leven moeten verlaten... We zijn al blij als we iets te eten hebben. Er is geen graan, geen zonnebloemzaden, geen maïs, niets - we hebben het
allemaal moeten afgeven, en nog steeds moeten we voor 120 poed graan aan belasting leveren." Toen in 1941 de Duitsers de Sovjet-Unie binnenvielen, werden zij door velen, onder wie doopsgezinden, islamitische Tataren en Oekraïners, als bevrijders binnengehaald. Deze bevolkingsgroepen kregen even rust en konden hun kerken, moskeeën en scholen weer openen. Maar die rust duurde niet lang. De doopsgezinden werden wegens hun "Germaanse" afkomst voorgetrokken door de Duitse bezetters, die hen erkenden als "Volksdeutsche". Nederlandse NSB'ers zagen hen als hun eigen volksstamgenoten. Zo bezocht een delegatie van de Nederlandsche Oost-Compagnie, die het land met Nederlandse boeren wilde koloniseren, tijdens een werkbezoek aan de bezette gebieden een mennonitische boerderij. De eigenaar, boer Klaassen, kende zelfs nog een paar woorden Nederlands. "In de buurt van het dorp troffen wij overal blonde, Germaansch uitziende kinderen, die evenzoo goed van een Nederlandsche hofstede konden zijn weggelopen!", aldus NSB-leider Rost van Tonningen. (zie Oekraïne Magazine 2001/1) Toen het Rode Leger oprukte, vluchtten vele doopsgezinden met de terugtrekkende Duitsers mee naar het westen. Na de oorlog in 1945 eiste Stalin de terugkeer van alle "bevrijde Sovjetburgers", onder wie ook de etnische Duitsers uit Sovjetgebied. Dat leidde in de westelijke bezettingszones van Duitsland, waar vele verdrevenen hun toevlucht hadden gevonden, tot dramatische taferelen, want de meeste van deze 'Sovjetburgers' wilden absoluut niet terug. Zij wisten of vermoedden wat een ieder die met de Westerse democratie had kennisgemaakt bij terugkeer te wachten stond: executie of Siberië. In doopsgezinde kringen rees wederom de vraag wie er van Nederlandse en wie er van Duitse origine was. Iedereen wilde naar de Verenigde Staten emigreren - de Geallieerden registreerden 20600 namen - maar de Amerikanen wilden geen ex-nazi's toelaten. De uit Polen afkomstige Duitssprekende mennonieten werden als zodanig beschouwd, omdat zij in 1772 niet naar Oekraïne waren gevlucht en zich - tegen hun geloofsregels in - aan de Pruisische regels hadden aangepast. Zij bleven jarenlang in vluchtelingenkampen in Denemarken, totdat zij tenslotte naar Zuid-Amerika, Canada en West-Duitsland mochten vertrekken. De Geallieerden besloten in 1945 voorrang te verlenen aan het vertrek van de Sovjet-mennonieten naar de Verenigde Staten als die konden aantonen van Nederlandse afkomst te zijn. ToeristenThans, anno 2004, woont er zowel in Polen als Oekraïne nog slechts een enkele doopsgezinde, meestal hoogbejaard. Wel zijn in die landen nog vele gebouwen te zien waar ooit mennonieten hebben gewoond en gewerkt. Meestal hebben deze panden in het Sovjet-tijdperk een geheel andere bestemming gekregen. Zo wordt een fabrieksgebouw van het machinebedrijf Lepp-Wallman in Zaporizjia tegenwoordig benut om Koreaanse Daewoo-auto's te bouwen. Verscheidene kerken en gebouwen zijn weer hersteld met steun van geloofsgenoten uit Duitsland, Nederland en Noord-Amerika, die nu in groten getale terugkeren als toerist of voor geestelijk werk en hulpverlening. Geschat wordt dat er vandaag de dag nog maar een kleine 5000 mennonieten in de voormalige Sovjet-Unie zijn, voornamelijk in het Aziatische deel. De meesten zijn na de val van het communisme naar Duitsland getrokken - in 1992 waren dat er al 90.000. Volgens Duitse krantenberichten verloopt de aanpassing aan het leven in Duitsland uiterst moeizaam en spreekt de jeugd nog slechts Russisch. Nadat eerder in de eeuw de Nederlandse afkomst als 'laissez-passer' fungeerde, was het nu profijtelijker zich als Duitser te profileren. Voor zover de auteur bekend, heeft de Nederlandse regering zich nooit bekommerd om de oud-landgenoten in de Sovjet-Unie. Zo ongeveer de enige overlevende doopsgezinde in Polen is vandaag de dag de drieënnegentigjarige Irma Martens in Warschau. Zij is geboren in het Koeban-gebied bij de Zee van Azov en studeerde Duits en Russisch in Odessa. Na de oorlog kwam zij met haar dochtertje Anna German vanuit Tasjkent naar Wroclaw in Polen, waar Anna zich ontwikkelde tot een van de populairste zangeressen in de voormalige Sovjet-Unie. (zie Oekraïne Magazine 2002/4). Het door Irma gesproken oud-Nederlands, dat zij van haar moeder Anna Friesen leerde, kon de auteur van dit artikel zonder veel moeite begrijpen. Lucia Thijssen Lucia Thijssen is kunsthistorica en auteur van het boek Duizend jaar Polen en Nederland (1992) en Polska i Niderlandy: 1000 lat kontaktów (vertaling, 2003). Polen-Oekraïne : de dertigjarige oorlog, 1918-1948Uit: Oekraïne Magazine Voorjaar 2004.Deel 2: Etnische zuiveringen en massa-deportaties, 1943-1947Oekraïners en Polen waren van de ene wereldoorlog naar de volgende gestruikeld in een klimaat van vijandschap. Al in
1918 raakten de twee partijen slaags in Galicië toen ze allebei na de val van het Habsburgse rijk een onafhankelijke staat
wilden vestigen. De Polen kregen de overhand en rolden na zware gevechten in de zomer van 1919 de West-Oekraïense Nationale
Republiek (ZUNR) op.
5. Bloedbad in Volhynië, 1943-1944Paradoxaal genoeg hadden de verschrikkingen van de Sovjet- en de nazi-bezettingen Polen en Oekraïners niet nader tot
elkaar gebracht. Integendeel zelfs. Bloedbaden In het voorjaar van 1943 beheerste de UPA het platteland, en begonnen de bloedbaden. De Oekraïense partizanen vielen
Poolse dorpen en vestigingen van Poolse kolonisten aan, in gemengde dorpen werden de Polen eruit gepikt en op gruwelijke wijze
vermoord : doodgeschoten, opgehangen, levend verbrand in hun huizen en kerken, met zeisen en ander landbouwtuig omgebracht.
Bij een gemengd huwelijk van een Pool met een Oekraïense werden de vader en de zonen vermoord, en de moeder en dochters
gespaard. In een dorp in het district Doebniv werd zelfs een oud-kolonel van de Oekraïense Nationale Republiek met zijn
zonen doodgeschoten, enkel omdat hij van Poolse afkomst was. Op 11 juli 1943 vielen UPA-strijders op één enkele dag
167 dorpen en vestigingen aan, waarbij naar schatting 10.000 Polen werden omgebracht. De Poolse strijders, woedend over de Oekraïense misdaden, betaalden met gelijke munt terug, aldus de Poolse partizaan Waldemar Lotnik. "Wanner we een Oekraïens dorp innamen, pikten we de mannen van militaire leeftijd eruit om ze neer te schieten. We lieten ze veertig passen rennen en schoten ze dan in de rug neer. Dat vonden we de meest humane methode. Anderen van ons namen echter op verschrikkelijke wijze wraak, en niemand hield ze tegen. Ik heb weliswaar nooit gezien hoe de onzen een kind of baby met hun bajonet oppikten en in het vuur wierpen, maar ik zag wel de verkoolde lijken van Poolse baby's die zo zijn omgebracht. Dat is wellicht de enige gruweldaad die wijzelf niet hebben verricht." De Duitse bezetters lieten de Poolse en Oekraïners begaan, en deden hun best om de onderlinge haat aan te wakkeren.
"We willen dat een Pool een Oekraïner wil vermoorden zodra hij er een tegenkomt, en ook dat een Oekraïner een Pool wil
vermoorden", aldus Erich Koch, de nazi-Gauleiter in het gebied. De Duitsers zetten met opzet Poolse politievrijwilligers in tegen
de UPA - dit bevestigde voor de Oekraïners het beeld dat alle Polen nazi-collaborateurs waren. Volgens sommige Oekraïense
partizanen hebben de Duitsers zelfs verkleed als UPA-strijders Poolse dorpen aangevallen. Diederik Kramers Overzicht : Polen-Oekraïne - de dertigjarige oorlog, 1918-1948
Deel 2 (Oekraïne Magazine 2004/1)
Polen-Oekraïne: De dertigjarige oorlog, 1918-19481. Polen-Oekraïne door de eeuwen heenDe band tussen Polen en Oekraïne gaat eeuwen ver terug. Het begon nadat de Tataren het middeleeuwse rijk van Kiev-Roes, de bakermat van het huidige Oekraïne, ten val hadden gebracht. In de loop van de 14e eeuw werd het grondgebied van Kiev-Roes ingelijfd door het koninkrijk Polen en vooral het groothertogdom Litouwen. Geleidelijk smolten deze twee landen samen tot één staat, en kwam heel het vroegere Kiev-Roes uiteindelijk onder het gezag van het Pools-Litouwse Gemenebest. De Roetheense (Oekraïense) elite was erop gebrand toe te treden tot de machtige Poolse adel, en velen namen de Poolse taal en cultuur en het rooms-katholieke geloof aan. Een stuk moeizamer was de relatie met de kozakken, wilde vrijbuiters in de Zuid-Oekraïense steppen. Formeel waren zij onderdanen van de Poolse koning, die hen vaak inhuurde om oorlog te voeren. Maar de kozakken eisten grotere zelfstandigheid en vrijheid voor het orthodoxe geloof. Dit leidde geregeld tot opstanden tegen het Poolse gezag. De bloedigste revolte was in 1647, toen kozakkenhetman Bohdan Chmelnitski het Poolse rijk in vlam en as zette. Chmelnitski koos in 1654 met het verdrag van Perejaslav voor Moskou door trouw te zweren aan de tsaar. Enkele Oekraïense edelen stuurden nog aan op een Oekraïens hertogdom dat een unie met Polen-Litouwen zou vormen, maar het mocht niet baten. De kozakken kwamen onder Russisch gezag, maar Polen behield het Oekraïense land ten westen van de Dnjepr. De Polen kregen daar nog geregeld te maken met opstanden van de Hajdamaken, een mengeling van sociaal protest en banditisme door kozakken en verarmde boeren. Toen Polen eind 18e eeuw werd opgedeeld door Rusland, Pruisen en Oostenrijk, kwam het West-Oekraïense Galicië onder Habsburgs gezag. In de loop van de 19e eeuw wonnen de Oekraïners hier meer vrijheden en ontstond vanaf de jaren 1860 een nationale beweging voor zelfstandigheid. Zij stuitten echter op de Poolse magnaten, die in het gebied de lakens uitdeelden. Aan het begin van de 20e eeuw leidde dit tot toenemende spanningen tussen de twee bevolkingsgroepen, hetgeen uitmondde in studentenprotesten en boerenopstanden tegen de Poolse machthebbers. Ondanks deze geschiedenis van conflicten waren er ook nauwe banden ontstaan. Veel Poolse edelen waren van Oekraïense afkomst, en Poolse romantici in de 19e eeuw zagen in het geïdealiseerde wilde Oekraïne de wederopstanding gloren van het Poolse rijk. Maar ook de Oekraïners, met name in Galicië, maakten zich sterk voor een eigen staat. Een botsing tussen deze twee rivaliserende nationalismen kon niet uitblijven. 2. Polen vs. West-Oekraïne, november 1918-juni 1919Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog zagen Oekraïense politici in het Habsburgse rijk de onzekere toekomst met enig optimisme tegemoet. In het buurland Rusland was na de val van de tsaar in februari 1917 een autonoom Oekraïne ontstaan. Wellicht zou hetzelfde in Oostenrijk-Hongarije mogelijk zijn? De Galicische Oekraïners voelden zich gesterkt door het 14-puntenprogramma van de Amerikaanse president Wilson, dat zelfstandigheid voor alle volkeren in het Habsburgse rijk voorzag. In de laatste weken van de oorlog was de ineenstorting van het Habsburgse rijk niet meer te vermijden. De Galicische Oekraïners riepen in Lviv de "West-Oekraïense Nationale Republiek" uit (Oekraïense afkorting: ZUNR), die op 1 november het gezag van de Habsburgse onderkoning in het gebied overnam. De republiek had een eigen troepenmacht die opgebouwd was rond de ervaren Sitsj-fuseliers, een Oekraïens regiment van het Oostenrijks-Hongaarse leger. Helaas voor de Oekraïners waren zij niet de enigen die hun zinnen op het gebied hadden gezet. Na 125 jaar vreemde overheersing waren de Polen erop gebrand een onafhankelijke staat te herstellen. De geallieerden hadden ingestemd met een Poolse republiek, en daar werden Lviv en omstreken bijgerekend. Hoewel de omgeving overwegend Oekraïens was, vormden de Polen in Lviv een kleine meerderheid, met de joden als grootste minderheid. Nog in november wisten de Polen de ZUNR en haar president Jevhen Petroesjevitsj uit Lviv te verdrijven. Er woedden felle gevechten: het leger van de ZUNR bracht de Poolse troepen in januari enkele zware slagen toe en wist zelfs Lviv te belegeren, maar het had een schrijnend gebrek aan officieren, wapens en voorraden. Toen in april 1919 de ervaren Poolse troepen van generaal Józef Haller uit Frankrijk terugkeerden om zich in de strijd te werpen, was het snel bekeken. Begin juni joeg een tegenoffensief van 8000 West-Oekraïense troepen bij Tsjertkiv de Polen nog op de vlucht, maar dat kon de Poolse overwinning niet tegenhouden. In juli 1919 waren de West-Oekraïners naar het voorheen Russische Dnjepr-Oekraïne verdreven, waar de toestand al even hopeloos was. De "Oekraïense Nationale Republiek" (UNR) in Kiev werd in het noorden bedreigd door de bolsjewieken, en in het zuiden door de tsaristische "Witten" die een Russisch rijk mét Oekraïne wilden herstellen. Theoretisch hadden de twee Oekraïense republieken, de ZUNR en de UNR, zich tot één staat verenigd met de "Verklaring van Oekraïense Eenheid" van januari 1919. Maar in de praktijk waren ze tot op het bot verdeeld. UNR-leider Simon Petljoera rekende op Poolse hulp tegen de bolsjevieken, maar Petroesjevitsj wilde daar niets van weten. De West-Oekraïense troepenmacht sloot zich juist aan bij de Witten van de Russische generaal Denikin, en na diens nederlaag liepen sommige ZUNR-soldaten over naar de bolsjewieken - allebei doodsvijanden van de UNR! Eind 1919 was Petljoera voor het Rode Leger naar Polen gevlucht. Hij sloot in april 1920 een verbond met Warschau waarbij hij de Poolse heerschappij over Galicië erkende. Daarmee was de breuk tussen Oost- en West-Oekraïners definitief. Een verbitterde Petroesjevitsj zette een anti-Poolse ZUNR-regering in ballingschap op in Praag, terwijl Petljoera zich bij de Poolse maarschalk Pilsudski voegde voor een offensief tegen de Sovjets. Pilsudski droomde ervan het oude Pools-Litouwse Gemenebest nieuw leven in te blazen, in de vorm van een confederatie met Oekraïne, Litouwen en Wit-Rusland onder Poolse leiding. De gezamenlijke Pools-Oekraïense troepenmacht nam Kiev in, maar werd al snel teruggedreven tot aan de poorten van Warschau (zie hierover in Oekraïne Magazine Najaar 2003 de recensies van Isaak Babel en van De Vergeten Oorlog. Polen-Rusland 1920). Polen sloeg de aanval af en sloot snel de vrede van Riga met het Kremlin, waarbij het Galicië behield en ook nog Volhynië kreeg, een gebied dat voorheen tot het Russische rijk behoorde. De Polen lieten hun Oekraïense bondgenoten als een oude schoen vallen. Op het diplomatieke front hadden de Oekraïners evenmin succes. Op de vredesconferentie van Versailles vonden ze bij de Geallieerden absoluut geen gehoor voor een onafhankelijke staat. Met name de Fransen waren erop gebrand een dam op te werpen tegen het bolsjevisme door ruimschoots steun te verlenen aan Polen en de Russische Witten. De ondergang van de ZUNR zou bepalend zijn voor de verstandhouding van de West-Oekraïners tegenover Polen. De West-Oekraïense leiders wilden in 1918 een liberale republiek stichten die vrijheden aan de Poolse, joodse en Duitse minderheden in het vooruitzicht stelde. Maar hun aanhangers raakten verbitterd door de nederlaag en werden allengs radicaler. In hun ogen was Polen de voornaamste vijand van het Oekraïense onafhankelijkheidsstreven. Diederik Kramers, Touwtrekken om een pijplijnuit Oekraïne Magazine winter 2003Hoe zal de olie tussen Odessa en Brodi vloeien?Zowel voor zijn gas- en olievoorziening als voor de doorvoer van olie naar het Westen is Oekraïne nog altijd met handen en voeten aan Rusland gebonden. Een nieuwe pijplijn moet dit doorbreken en heeft zelfs de volmondige steun van de EU en de VS. Maar het Kremlin doet er alles aan om het project tegen te houden. Energie is de Oekraïense achilleshiel. Kiev is bijna geheel afhankelijk van Russische olie en gas, en Moskou acht het
essentieel om de doorvoer van zijn olie naar het Westen door Oekraïne te verzekeren, zonder concurrentie.
(zie ook Oekraïne Magazine 2000/4). UkrTransNafta, het Oekraïense staatsbedrijf voor de oliedoorvoer, voltooide de pijpleiding naar Brodi op eigen houtje in
2001, maar slaagde er in eerste instantie niet in om olie-aanbieders en afnemers te vinden. Pas begin 2003 kwam er iets door
de pijplijn: geen Kaspische olie naar Brodi, maar... Russische olie naar Odessa. Om de lijn niet helemaal onbenut te laten,
pompte UkrTransNafta over een lengte van 52 kilometer een kleine hoeveelheid olie van de Russische oliefirma TNK naar een tanker
in de terminal van Odessa. De doorbraak kwam in mei 2003 op een conferentie in Brussel over het Odessa-Brodi-Plotsk project, waar de Europese Commissie
zich volledig achter de EAOTC schaarde en het project zelfs "van Europees belang" verklaarde. De EU ziet haar olieconsumptie
toenemen, terwijl het steeds huiveriger wordt voor vervoer per tanker sinds de ramp met het schip de Prestige vorig jaar voor
de Spaanse kust. "Omkering" Moskou is fel tegen het hele Oekraïense plan gekant. Het vreest de concurrentie van de lichte Kaspische olie, die tot
dusver enkel over Rusland naar de afnemers kan. Maar bovenal wil het niet dat Oekraïne een te onafhankelijke koers - lees
: naar Europa en weg van Moskou - gaat voeren. Het wil een onafhankelijke olietoevoer door Oekraïne in de kiem smoren en
het pijpleidingennetwerk nog sterker aan dat van Rusland vastketenen. Hoewel de betrokken Oekraïense ministers zich verbonden hebben aan de Odessa-Brodi pijplijn, heeft de regering formeel nog geen definitief besluit genomen: dat gebeurt pas in januari. Het wordt een cruciale beslissing voor Oekraïne. Als het vóór Rusland en tegen opening naar het Westen kiest, dan heeft Kiev zich voorgoed geblameerd in de ogen van zijn partners bij de EU, NAVO en bevriende Westerse staten. D.K. Pantomime tegen vrouwenhandelUit: Oekraïne Magazine Winter 2003School waarschuwt jongeren voor gevaren van migratieVerslonden worden ze, de personeelsadvertenties in de diverse bladen in Kiev. Vooral een baan in het buitenland trekt de aandacht, met name van jongeren. Maar eenmaal ver van huis, verzeilen sommigen diep in de problemen. Eén school in Kiev wil de jeugd waarschuwen en vooral zelfvertrouwen schenken voor een toekomst thuis. "De verleiding om te reizen en de wereld te zien is groot. Geen wonder dat zij ieder aanbod om in het buitenland aan de slag
te gaan met beide handen aangrijpen." Maria Jakibovskaja kan zich de dromen van de Oekraïense jongeren goed voorstellen.
Maar als docente in Kiev hamert ze op de gevaren die daaraan kleven.
Pantomime Deze boodschap probeert zij samen met haar collega's over te brengen op de Kiev School for Equal Opportunities (KSEO), die
les geeft in het weekeinde. Als vorm hebben ze gekozen voor theater, vooral pantomime-voorstellingen. Dat blijkt voortreffelijk
te werken, aldus Jakibovskaja, projectmanager Vrouwenhandel. Inmiddels zijn de pantomime-voorstellen van het stuk Instead of
Paradise buiten Kiev in zeker nog tien steden overgenomen. Toekomst Waarschuwen is één, de jongeren over hun leven in Oekraïne aan het denken zetten is twee. "Veel meisjes denken
dat ze hier geen mogelijkheden hebben. Onzin! Wij willen hen ervan overtuigen dat ze in hun eigen land ook een toekomst hebben.
Weliswaar een heel andere dan die zij zelf in gedachte hadden, maar ze gaan erover nadenken. Wij moedigen hen aan in hun eigen
woonplaats zelf initiatieven te ondernemen." Klaas Hoeneveld De staat van het milieu(uit: Oekraïne Magazine najaar 2003)In 1992, kort na de onafhankelijkheid, stelde de Verchovna Rada (parlement) in een unaniem aangenomen verklaring vast dat heel Oekraïne eigenlijk een ecologisch rampgebied is. Elf jaar later kampt het land nog altijd met enorme milieuproblemen. TsjernobylDe zwaarste milieuramp die Oekraïne in zijn moderne geschiedenis te verduren had is wel de ontploffing van de kerncentrale
van Tsjernobyl. De grootste nucleaire catastrofe aller tijden vond in 1986 op Oekraïens grondgebied plaats, maar tastte ook de
buurlanden Wit-Rusland en Rusland aan. De gezondheid van mensen die in en om het besmette gebied (thans nog steeds een
"verboden zone") wonen of hebben gewoond, is zeer slecht: leukemie, schildklierkanker en geboorte-afwijkingen komen ongewoon
vaak voor.
VervuilingHoewel de industriële productie als gevolg van de economische crisis sinds de val van de Sovjet-Unie aanzienlijk is
verminderd, brengen de verouderde Sovjet-installaties nog veel schade aan lucht, water en grond toe. Grondvervuiling,
ondermeer door zware metalen als lood en cadmium, wordt vooral veroorzaakt door industriële processen. Door de petrochemische
bedrijven en de oliepijpleidingen raakt de grond doordrenkt met olie. De vervuiling brengt ook de voorziening van drinkwater in gevaar, dat voor 80% van oppervlaktewaterbronnen komt (rivieren, meren en reservoirs). Deze bronnen zijn haast allemaal vervuild - vooral in het Donetsk-bassin en in de Dnjepr-rivier, die het gros van al het drinkwater levert. De rest van het drinkwater komt van het grondwater, dat ook is aangetast door vervuiling. De slechte waterkwaliteit kan allerlei kwalen veroorzaken, zoals cholera, geelzucht en huidziektes. De luchtvervuiling veroorzaakt door de uitstoot van kooldioxide is fors gedaald sinds de onafhankelijkheid, doordat de fabrieken minder hard draaien en dus minder kolen verbruiken. Maar het land blijft sterk afhankelijk van kolen voor zijn energievoorziening, en de stroomcentrales - die doorgaans in de buurt van bewoonde centra gelegen zijn - zorgen nog altijd voor veel luchtvervuiling. Een andere oorzaak van luchtverontreiniging is het toenemend aantal auto's, waarvan de meeste niet op katalysators of loodvrije benzine rijden. EnergieHet energieverbruik mag dan gedurende de jaren negentig zijn afgenomen, de « energie-intensiteit » (de verhouding
tussen de energieconsumptie en het bruto nationaal produkt) is in Oekraïne nog altijd torenhoog - zelfs hoger dan in alle
andere ex-Sovjetrepublieken. Oekraïne is een van de minst energie-efficiënte landen ter wereld. De energie-intensiteit is
de laatste jaren zelfs aan het groeien, hetgeen weer tot een hogere uitstoot van kooldioxide zal leiden. AfvalVoor het industriële en huishoudelijke afval ontbreekt het aan beleid en aan opslag- en verwerkingscapaciteit. De bestaande
stortplaatsen zijn nagenoeg vol en hebben amper voorzieningen om het afval te behandelen. Slechts tien procent van het afval
wordt gerecycled. Oekraïne brengt nog steeds een enorme hoeveelheid gevaarlijk en giftig afval voort: 77,5 miljoen ton in 2001, dat is per
capita zeven maal meer dan de koploper binnen de EU (België). Ook hier is de opslag ontoereikend en gevaarlijk - soms wordt het
afval gewoon gedumpt op een lap grond of in een mijnschacht. Als men verschillende soorten giftige stoffen op één hoop gooit,
kan dit ongecontroleerde chemische reacties veroorzaken. Een andere bron van giftig afval vormen de militaire opslagplaatsen voor wapens en raketten. Sommige Sovjet-legerplaatsen
zijn gewoon achtergelaten zonder grondige schoonmaak. Defensie heeft geen geld om al deze plaatsen ecologisch veilig te maken. Nog een vergiftigde erfenis uit de Sovjettijd is de intensieve landbouw, waarvoor veel pesticiden gebruikt werden. Er zijn
circa 4000 opslagplaatsen met nog zo'n 15.000 ton verdelgingsmiddelen en kunstmest: produkten die inmiddels verboden, verlopen
of zelfs onbekend zijn. NatuurbeheerOekraïne kent een zeer rijke flora en fauna, vooral in het Karpatengebergte en op de Krim. In de loop der jaren is veel
gedaan om de natuur te beschermen, ondermeer door de instelling van nationale parken en reservaten. Deze bijzondere ecosystemen
worden echter aangetast door de vervuiling. De ontbossing - vooral in de Karpaten, de groene long van het dichtbevolkte
West-Oekraïne - neemt toe als gevolg van industriële luchtvervuiling, erosie, bosbranden en boomziektes. BeleidHet politieke vermogen om iets aan deze problemen te doen wordt gehinderd door een aantal factoren, aldus het Deense
DANCEE-rapport. Hoewel er verscheidene nationale wetten zijn aangenomen en internationale overeenkomsten zijn onderschreven,
ontbreekt het de Oekraïense milieu-instanties aan bestuurlijke en financiële middelen om de nodige beleidsinstrumenten in
werking te stellen. Bovendien hebben ze moeite om om prioriteiten te stellen, en neigen ze ertoe alle ecologische problemen
even belangrijk te vinden. bronnen: Danish Cooperation for Environment in Eastern Europe, Ministry of the Environment (DANCEE): United Nations Economic Commission for Europe, Committe on Environmental Policy: United States Energy Information Administration: Een veertigtal Oekraïnse NGO's hebben voor de "Kyiv 2003"-milieuconferentie het rapport "Public Evaluation of Environmental Policy in Ukraine" opgesteld. Dit verslag met veel feiten en praktijkvoorbeelden is binnenkort beschikbaar op de website van Milieukontakt: http://www.milieukontakt.nl Acties NGO's overtuigen bevolking en overheidMilieu-organisaties in Oekraïne vormen zelf de basis voor de successen van hun campagnes in de Oekraïense samenleving. Met dat uitgangspunt voor ogen heeft Milieukontakt Oost-Europa actiegroepen de laatste jaren geholpen om uiteenlopende projecten op te zetten: over volksgezondheid, milieujournalistiek, bosbeleid, handhaving van milieuwetgeving, milieu-educatie, enz. Drie voorbeelden uit de Oekraïense praktijk vanuit de basis. EcotoerismeTien jaar geleden begon een groep jongeren in Tsjernivtsi, aan de voet van het Karpaten-gebergte in West-Oekraïne, zich in
te zetten voor ecotoerisme. De kern van de groep bestaat uit vijftig actieve leden die kunnen rekenen op hand- en spandiensten
van nog eens ruim vierhonderd vrijwilligers. KwikmijnIn de zomer van 2001 konden de inwoners van het stadje Gorlivka in de Donbas-regio hun ogen niet geloven. Op de bodem van de
lokale kwikmijn vond een heus circusoptreden plaats, georganiseerd door vrijwilligers uit Oekraïne, Moldavië, Zweden en de VS.
Zij wilden hiermee de inwoners wijzen op de schade die de kwikfabriek aan hun gezondheid toebrengt. Schoon drinkwaterDe mijnstreek rond de Zuid-Oekraïense stad Krivi Rih kampt al tijden met watervervuiling: een probleem dat alle inwoners
treft, of ze nu op het waterleidingnet zijn aangesloten of hun drinkwater uit natuurlijke waterbronnen halen. Een structurele
oplossing vergt grote investeringen in waterleidingen en purificatiesystemen. Daarom is steun én druk vanuit de bevolking
noodzakelijk. Suzanne Bakker, Project Coördinator Oekraïne, Milieukontakt Oost-Europa Wie volgt Koetsjma op?Regels presidentsverkiezingen 2004 staan nog niet vast (uit: Oekraïne Magazine najaar 2003) In oktober 2004 moet Oekraïne een nieuwe president kiezen - of niet? De huidige president, die geen derde ambtstermijn
mag vervullen, probeert nog gauw de regels van het spel te wijzigen. De oppositie vreest dat de opvolger van Koetsjma wel eens Koetsjma zelf zou kunnen worden, ook al mag hij krachtens de
grondwet niet meer dan twee ambtstermijnen van vijf jaar uitzitten. De president wil een grondwetsherziening erdoor drukken
om het politieke systeem te "rationaliseren", bijvoorbeeld door de presidents- en parlementsverkiezingen te laten samenvallen.
Maar wannéér die verkiezingen dan zullen plaatsvinden is nog onduidelijk: wellicht in 2006, wanneer een nieuw parlement moet
worden gekozen. In dat geval blijft Koetsjma, president sinds 1994, nog twee jaar langer zitten. En daarna zal hij zich misschien
alsnog verkiesbaar stellen, met het argument dat hij onder de huidige grondwet van 1996 nog maar één volledige ambtstermijn
heeft uitgezeten, namelijk toen hij in 1999 voor vijf jaar werd herkozen... De koning van de Oekraïense tango"Pierre Lechtchenko": Oekraïner, Roemeen, Rus of kosmopoliet? (uit: Oekraïne Magazine najaar 2003)In mijn Leidse jaren (1958-'68) gaf een vriendin me een grammofoonplaat cadeau die ze zojuist in Parijs had gekocht: "Russische Zigeunerliederen", gezongen door Pierre Lechtchenko. Vanaf het eerste moment was ik in de ban van de meeslepende muziek en de warme baritonstem. "Wie is die man?", vroeg ik mij af. "Waar komt hij vandaan? Waar woont hij?" Op die vragen kreeg ik echter nooit antwoord en ik ontmoette niemand die deze zanger had gehoord. De grammofoonplaat bleef een trouw metgezel en staat nog altijd in mijn kast. Een jaar geleden liep ik in de Haagse Javastraat weer eens het gezellige nostalgische winkeltje binnen van vooroorlogse en jaren vijftig-zestig muziek, op zoek naar oud-Hollandse kinderliedjes voor een Poolse vriend. Al bladerend door de cd-hoezen stuitte ik plotseling op "Pjotr Leshchenko, 1931; Gipsy songs & other Passions". "Dit moet hem zijn, de lang gezochte!", schoot het door me heen. En ja, bij thuiskomst herkende ik meteen de romantische muziek en de prachtige stem. Sindsdien heb ik al drie cd's van hem en bijna dagelijks begeleidt de meeslepende tangomuziek mijn huiselijke werkzaamheden. Wie was deze Pierre Lechtchenko, zoals zijn Franse naam luidt? Hij werd op 2 juni 1898 als Pjotr Lesjtsjenko van een onbekende
vader geboren in het dorpje Isavaja bij Odessa. Met zijn moeder en haar nieuwe vriend verhuisde hij naar Kisjinjov in het
Russische Bessarabië (tegenwoordig Moldavië). Al op de lagere school vielen zijn muzikale talenten op, vooral zijn gitaarspel
dat hij zichzelf had aangeleerd. Wat de oorlogsjaren betekenden voor Pjotr en zijn restaurant, vermelden de hoesteksten van de cd's helaas niet. Wel dat hij
in 1942 "gewoon" voor volle zalen optrad in zijn geliefde Odessa,dat inmiddels was bezet door het Roemeense leger, die aan
de kant van de nazi's tegen de Sovjet-Unie vochten. Daar ontmoette hij zijn tweede echtgenote Vera. Waar Zinaïde en hun kind
gebleven waren, vermeldt de geschiedenis niet. Na zijn arrestatie werd het stil rond Lesjtsjenko. Zijn muziek was in de Sovjet-Unie taboe. In het geheim circuleerden zijn oude grammofoonplaten en af en toe verschenen nieuwe versies van oude opnamen in kringen van emigranten in het Westen. Pas na 1989 zond Radio Moskou zijn stem weer eens de ether in en verschenen er enkele nieuwe opnamen van oude platen. In Oekraïne kwam zijn eerste biografie uit. Begin jaren negentig kwam een armoedige student uit Oost-Europa een winkel in tweedehands grammofoonplaten in Berlijn binnen.
"Is dit iets voor u?", vroeg hij, en hij legde een stapeltje beduimelde oude platen op de toonbank. De eigenaar van de zaak
legde er onverschillig een op de draaitafel. "Wat, Carlos Cardel?", dacht hij, "maar die zong toch niet in het Russisch?"
De Berlijner was enthousiast en kocht meteen de hele stapel. Toen hij zijn aanwinsten aan zijn vrienden liet horen, besloten
enkelen de muziek op cd te zetten. Zo kwam Pjotr Lesjtsjenko terug in West-Europa. Was Pjotr Lesjtsjenko nu een Oekraïner, een Rus, een Moldaviër, een Roemeen of misschien een zigeuner? Geboren in het toen nog niet officieel bestaande Oekraïne met een duidelijk Oekraïense naam, moeten we hem maar beschouwen als een kosmopolitische Europeaan uit het tijdperk tussen de twee wereldoorlogen. Lucia Thijssen, slaviste De cd s zijn te bestellen via email: orient@bln.de
De psychiatrie is dood(uit: Oekraïne Magazine, zomer 2003)Beslissende veranderingen blijven uitVolgens de niet zeer betrouwbare statistieken van de Oekraïense overheid leven 1,2 miljoen burgers met een meer of minder
ernstig psychiatrisch of psychologisch probleem. In 2002 deden 125.000 van hen een beroep op hulp. De 89 Oekraïense psychiatrische ziekenhuizen blijken bepaald geen state of the art instellingen noch beschikt het personeel
over uitgebreide kwalificaties, integendeel. Bovendien geldt het bezoek aan psychiater of psycholoog, net als in Nederland,
als zwaar stigmatiserend. Niemand zal daarom vlug uit eigen beweging een psychiater opzoeken. De Oekraïner grijpt eerder naar
de fles, want traditioneel is onmatig drankgebruik zijn beproefde therapie om levensproblemen te boven te komen. Naar de inrichtingDe vele kritieken ten spijt is er de laatste jaren toch wel iets bereikt. De goedkeuring van de wet op de psychiatrische zorg
in 2000 vormde een mijlpaal. Dwangverpleging blijft idealiter beperkt tot die gevallen, waarin een patiënt niet langer voor
zichzelf kan zorgen, een gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen, en wanneer er mogelijk ernstige gevolgen voor de gezondheid
ontstaan. Vrijwillige behandeling is natuurlijk ook mogelijk, maar weinig in trek. Traditionele behandelschema'sOok rond de behandeling van patiënten vond enig omdenken plaats. De Oekraïense psychiaters 'herinnerden' zich dat zij een
klinisch specialisme beoefenen en dat afwijkende, rare of antisociale mensen niet in een inrichting thuishoren. De patiënten
van nu zijn meestal echt ziek en de 'sovjetzieke' zwervers moeten zich voortaan op straat zien te redden. OpleidingsvacuümHet isolement van de wetenschappelijke ontwikkelingen in het Westen had een zeer negatieve uitwerking op de sovjetpsychiatrie.
In 1989 kwam daaraan een virtueel einde, maar feitelijk veranderde er weinig. De deelname aan dubbelblind medicijnonderzoek voor
farmaceutische bedrijven, waarbij arts en patiënt niet weten wie een placebo krijgt, geldt dan al vlug als een belangwekkende
wetenschappelijke prestatie. Oekraïense publicaties in leidende internationale tijdschriften ontbreken. Het belangrijkste, tragische probleem blijkt de personele continuïteit met de Sovjettijd. Dezelfde leidende figuren bepaalden en bepalen de smaak van de psychiatrische wetenschap in Oekraïne: het hoofd psychiatrie van het Ministerie van Volksgezondheid, een uroloog, en de leidende psychiatrisch expert van de Academie van Wetenschappen, een neuroloog. "Psychiatrie als wetenschap is dood", meent Semjon Gloezman. HervormingspotentieelFarmaceutische bedrijven willen nogal eens conferenties organiseren over geestelijke gezondheid en modernisering van de
gezondheidszorg, maar feitelijk staat het uitventen van het een of andere medicijn centraal. De wetenschappelijke kwaliteit
van de presentaties is beroerd en de begeleidende publicaties van Oekraïense psychiaters zijn ronduit zwak. Vooral jonge
psychiaters lijken het doelwit van deze reclamebijeenkomsten. Frans Hoppenbrouwers Deze tekst is gebaseerd op een e-mail interview met dr. Semjon Goezman en zijn assistent dr. Stanislav Kostjoetsjenko van de Oekraïense Psychiatrische Vereniging. Volop kansen voor het bedrijfsleven(uit: Oekraïne Magazine, zomer 2003)Hollandse uitvoer naar Oekraïne met kwart gegroeidDe economie van Oekraïne lijkt zich verder te stabiliseren. De bruto binnenlandse productie is vorig jaar opnieuw gegroeid.
Bovendien is het besteedbaar inkomen van de bevolking licht toegenomen. De uitvoer van Nederland naar Oekraïne nam met ruim een
kwart toe. Dat is de boodschap van de Economische Voorlichtingsdienst (EVD). Samenwerking met mensen in Oekraïne is voor de meeste zakenlieden een vereiste. "De lokale ondernemers heb je nodig. Zij kunnen dingen regelen die wij als buitenlanders niet voor elkaar krijgen", stelt meubelmaker Guido van Engelen. Nederlanders moeten tijd inruimen om hun partners te leren kennen, is het advies van Marco Raben van het gelijknamige transportbedrijf uit Winterswijk. "Creëer een vertrouwensbasis. Als je daar als vrienden bij de mensen thuis wordt uitgenodigd, gaan de zaken makkelijker." Van de ambassaderaad Marie Florence van Es krijgen de ondernemers de tip: "Wederzijds respect en vertrouwen is de basis voor een goede zakelijke samenwerking. Dit is eigenlijk nog belangrijker dan een contract." Zakendoen in Oekraïne begint met een zorgvuldige voorbereiding. Daarbij is het vinden van een juiste, betrouwbare partner
van eminent belang. Inlichtingen inwinnen bij de EVD en de ambassade, luidt dan ook het devies. "Gebruik veel privé-contacten,
je eigen netwerk en bezoek bijeenkomsten, zoals de borrels van de ambassades. Probeer ook met elkaar mee te liften", stelt
Michiel van Erkel, hoofd afdeling Midden- en Oost-Europa van de EVD. Voor het bedrijfsleven liggen de kansen volgens de EVD in de landbouw, een traditionele sector waarin zowel Oekraïne als
Nederland vanoudsher een naam hebben hoog te houden. In de tijden van de Sovjet-Unie zorgde Oekraïne voor een kwart van de
landbouwproducten. Na het uiteenvallen van de USSR klapte de agrarische productie met de helft in. Verder is transport een van de belangrijkste sectoren. Daarin zal voorlopig echt geen verandering komen, stelt de EVD. Oekraïne ligt immers zeer strategisch: binnenkort aan de buitengrens van het Europa. Daarmee wordt de jonge staat zonder meer een doorvoerland tussen twee continenten. Het wegennet is 1.169.000 km lang, maar de kwaliteit varieert van middelmatig tot slecht. Een andere sector waar de EVD het Nederlandse bedrijfsleven warm voor wil maken is de machine-industrie. Die tak is sinds 1860 de grootste binnen de totale industrie. De laatste jaren beleefde de machine-industrie een groei van 17 procent. Herstructurering, innovatie en productontwikkeling zijn de sleutelwoorden. Momenteel zijn 2500 ondernemingen actief met ruim anderhalf miljoen Oekraïners. Zij leveren onder meer aan de landbouw, scheepsbouw en lucht- en ruimtevaart. Zeer fors expandeert de mobiele telefonie in Oekraïne. De explosieve groei van drie jaar geleden is inmiddels voorbij, maar
het tempo ligt toch nog op 80 procent per jaar. Vorig jaar telde Oekraïne 4 miljoen mobiele bellers op een totaal aantal
inwoners van ruim 48 miljoen. De sterke vraag naar mobieltjes is deels terug te voeren op de wachtlijst voor een vaste
telefoonverbinding. Daar staan nog twee miljoen namen op. Die moeten nog minimaal vijf jaar geduld hebben. Klaas Hoeneveld Wereldberoemd uit oekraïne: Dans(uit: Oekraïne Magazine, zomer 2003)Hopak en pas de deuxOekraïne kent twee rijke danstradities. Aan de ene kant de traditionele volksdansen, die vooral door de wilde passen van de kozakken tot de verbeelding spreken. En anderszijds door de klassieke ballettraditie die het met Rusland deelt. Beide stijlen komen aan bod in deze aflevering van wereldberoemde Oekraïners, over personen afkomstig uit Oekraïne die bekend zijn geworden door hun bijdragen aan de dans. Vaslav Nijinsky
Kiev kan zich erop beroemen de geboorteplaats te zijn van de meest roemruchte balletdanser van de 20e eeuw,
Vaslav Nijinsky (1888-1950). Hij werd er geboren als zoon van twee Poolse dansers, Thomas Nijinsky en Eleonora Bereda. Serge Lifar(1905-1986), danser en choreograaf Natalja Doedinskaja(1912-2003), boegbeeld van de Sovjet-ballettraditie Vasil AvramenkoIn Noord-Amerika wordt Vasil Avramenko (1895-1981) geëerd als de vader van de Oekraïense volksdans. Avramenko, afkomstig uit de
Roman Pijndus(1926), oprichter in Nederland van de volksdansgroep Roesalka. (Zie ook Oekraïne Magazine zomer 1999) Piet Spijkers: kritische prijswinnaar(uit: Oekraïne Magazine, zomer 2003)"Buitenlander van het Jaar" windt er geen doekjes omOp zondag 9 maart werd Tilburger Piet Spijkers (62) als eerste buitenlander in Kiev uitgeroepen tot Persoon van het Jaar. Was hij er blij mee? Dat ligt genuanceerder dan je van een prijswinnaar verwacht. Tien jaar geleden verkocht Piet Spijkers zijn witgoedketen (wasmachines, magnetrons, etcetera) en gebruikte de opbrengst om
hulpprojecten voor Oekraïnse kinderen in nood op te zetten. Dat werk heeft allereerst geleid tot steun aan drie ziekenhuizen in
Oekraïne. Een ziekenhuis voor kankerpatiëntjes en een kraamcentrum in Lviv, en nog een ziekenhuis voor kankerpatiëntjes in
Tsjerkassi. De genezingsgraad van zieke kinderen is in beide ziekenhuizen door betere medicatie en verzorging toegenomen van
ruim dertig procent tot rond zeventig procent. Spijkers haalt uitReden genoeg dus voor de Oekraïense autoriteiten hem uit te roepen tot Persoon van het Jaar in de categorie humanitaire hulp.
Miljoenen Oekraïense kijkers konden op 9 maart jl. die huldiging op het scherm zien. In een groots opgezette tv-show, met veel
artisten en muziek, kreeg Spijkers een gestyleerde trofee uit handen van onderminister van buitenlandse zaken Igor Baran. Toen hij ruim tien jaar geleden voor het eerst naar Oekraïne reisde, was dit om naar de renovatie van een klooster te kijken. Maar op een dag nam een priester hem mee naar een kinderziekenhuis. Daar ging - zoals Spijkers het zelf noemt - 'de knop helemaal om'. "In het begin wist ik niet precies wat ze nodig hadden. Ik stuurde te hooi en te gras wat ik tegenkwam. Maar al snel leerde ik vraag en noodzaak op elkaar af te stemmen. Soms willen ze nu wel eens echte high tech. Maar dan zeg ik: daar heb je niks aan. Daar zit een traject aan vast en dat traject is er niet." Vijf jaar na die start was duidelijk dat de nood nog te groot was om er mee te stoppen. Er moesten in ieder geval nog tien jaar bij. Spijkers: "Nu zijn we tien jaar verder en dan mag je toch vooruitgang verwachten. Zowel landelijk als regionaal als bij mijn directe partners. Maar overal zie ik het blijven steken in flegmatisch gedrag. Niemand bekommert zich om planning. Het gaat altijd om de korte termijn." Hij verwijst naar een geplande renovatie van de intensive care-afdeling in een van 'zijn' ziekenhuizen in Lviv. Een project waar veel geld voor is uitgetrokken. Alleen al rond de aanneming zijn de problemen zo groot dat de kans bestaat dat de bouw, als die al begint, halverwege stilvalt. Spijkers: "Ik heb een vierfasenplan opgesteld, maar wat kom ik tegen? Geen structuur, geen ruimtelijk inzicht, geen vooruitziende blik, geen communicatie. Ik heb, zegt Spijkers, in Oekraïne veel kennissen en veel mensen met wie ik het geweldig kan vinden. "Toch laat niemand het achterste van zijn tong zien." Misschien wantrouwen tegenover buitenstaanders? Dat is het volgens Spijkers niet. "Ik krijg de sleutel van hun huis, ik krijg hun portemonnee en mag desnoods ook nog met hun vrouw op stap. Maar de reflexen van het oude systeem verdwijnen niet zomaar. Niemand wil zich op iets vastleggen dat later als 'bewijs' gebruikt kan worden." En wat ook een rol speelt: er is geen echt middenkader. De alom genoemde corruptie is volgens Spijkers mede te wijten aan het feit dat problemen vaak worden teruggespeeld naar degene
die het heeft aangekaart. Een arts die met een probleem naar een ziekenhuisdirecteur gaat, kan te horen krijgen dat hij het
zelf moet oplossen. Met als gevolg dat er op een kinderafdeling volwassenen liggen, want dat brengt geld op. Tien jaar, aldus Piet Spijkers, heb ik nu de kar getrokken. "Nu ga ik 'm douwen en moeten ze het 'm zelf trekken. Op het moment
dat ze niet willen trekken, douw ik ook niet meer. Dan valt alles stil." Renso van Bergen Wormen Tsjernobyl paren om te overleven(uit: Oekraïne Magazine, zomer 2003)De natuur van Tsjernobyl, waar 17 jaar geleden de grootste kernramp uit de geschiedenis plaatsvond, blijft de wetenschap
verbazen. Eerst bleek dat melkkoeien in het radioactief besmette gebied door genetische wijzigingen te veranderen in vleesvee
(zie Oekraïne Magazine zomer 2001) - nu hebben Oekraïense onderzoekers van het Biologische Instituut van Sevastopol ontdekt dat
wormen in het rampgebied hun voortplantingsgedrag hebben gewijzigd. D.K. Minder inwoners, meer Oekraïners(uit : Oekraïne Magazine voorjaar 2003)Opmerkelijke uitkomst van volkstellingDe volkstelling van december 2001 bevestigt de al eerder gesignaleerde tendens: de bevolking van Oekraïne neemt in snel tempo af. Tegelijkertijd stijgt het aantal Oekraïners. Maar waar zijn de Russen gebleven? Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid is in december 2001 in Oekraïne een volkstelling gehouden, waarvan de definitieve
resultaten een jaar later bekend waren. De uitkomst onderstreept de dramatische demografische neergang van het afgelopen decennium:
Oekraïne telt nu 48.457.100 inwoners, ruim drie miljoen minder dan bij de laatste Sovjet-telling in 1989 (51.706.700), ofwel een
daling van meer dan 6%. RussenDe meest verrassende uitkomst van de telling betreft echter de etnische samenstelling van Oekraïne. Het aantal mensen dat zich als
etnische Oekraïners afficheert, is omhooggeschoten van 72,7 naar 77,8%, terwijl het aandeel Russen van 22,1 naar 17,3% zakte. En dat
zonder conflicten, massale emigratie naar Rusland of etnische zuiveringen! TaalDat betekent nog niet dat al deze "nieuwe" Oekraïners ook allemaal Oekraïens spreken. Het aantal mensen dat Oekraïens als hun
moedertaal noemt is sinds 1989 slechts met 2,8% toegenomen, minder dan de toename van het aantal Oekraïners. Diederik Kramers Bronnen, o.a.:
Onthoofding van een journalist(uit : oekraïne Magazine Voorjaar 2003)Nieuw boek brengt moord op Gongadze in beeldHet leven van Georgi Gongadze begon op 21 mei 1969 met een tragische verdwijning : zijn tweelingbroer werd gestolen uit een
ziekenhuis in de Georgische hoofdstad Tbilisi waar ze geboren werden. Hij is nooit teruggevonden. De moord op Gongadze houdt Oekraïne na tweeëneenhalf jaar nog altijd in zijn greep. De affaire heeft de president in het
internationale verdomhoekje gedrukt, maar hij klampt zich nog altijd vast aan zijn zetel. DesinformatieNa de moord heeft het presidentiële kamp alles heeft gedaan om de zaak in de doofpot te stoppen. Daarbij is de Oekraïense overheid
niet in haar eerste leugen gestikt, zo blijkt uit Koshiws verhaal. Al meteen na Gongadze's verdwijning zaaiden onderzoekers van het
ministerie van binnenlandse zaken verwarring en desinformatie. Gongadze zou in Kiev zijn gezien, in Lviv, in de trein naar Moskou, in
Praag. "Smoking gun"Dat maakt het makkelijk om de slechteriken van het verhaal aan te wijzen: Koetsjma en zijn trawanten. Volgens Koshiw is er op de
geluidsbanden genoeg "circumstantial evidence" tegen de president te horen, maar is er ook een "smoking gun"? De bewijsvoering is
soms wat mager: Koetsjma moet achter de verdwijning van Gongadze's lijk uit het mortuarium van Tarasjtsja hebben gezeten, omdat
"niemand anders zo'n omstreden beslissing had kunnen nemen." J.V. Koshiw, Beheaded. The killing of a journalist. Artemia Press Ltd., Reading, Engeland, 2003. Diederik Kramers Radarlessen voor Odessa(uit: Oekraïne Magazine voorjaar 2003)Zeevarende Hollanders trainen havenpersoneel Zwarte ZeeSinds tsaar Peter de Grote begin achttiende eeuw naar Nederland kwam om alles van zeilschepen te leren, staat ons land bij de Russen bekend als een zeevarende natie. Die naam heeft ertoe bijgedragen dat het ministerie van transport in Oekraïne naar Rotterdam is gereisd om kennis te nemen van de laatste technische snufjes van radarsystemen voor het scheepvaartverkeer. Verkeersleiders van de haven van Odessa hebben in de Maasstad met eigen ogen kunnen zien hoe in Nederland het verkeer op de
waterwegen in goede banen wordt geleid. Ook hebben zij de afhandeling van schepen aan de wal bekeken. Daarnaast zijn managers
van de scheepvaartbegeleiding op hun thuisbasis bijgeschoold. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft in de vroegere metropool aan
de zuidkust van Oekraïne een simulator neergezet van het moderne Vessel Traffic Management System (VTMS). Met dit systeem kan
de veiligheid en de efficiëntie in de havens worden verhoogd. Sovjet-tijdDe projectleider rekent evenwel niet op een snelle bestelling uit Odessa. Het jonge, zelfstandige land kampt met fikse
financiële problemen. Momenteel volgen de oekraïners, ook in de havens van Illitsjovsk en Mikolajiv, de schepen dan ook nog
steeds op de radars uit de Sovjet-tijd. Die systemen worden vermoedelijk pas vervangen als daarvoor vanuit Kiev de opdracht komt. TracecaDe Zwarte Zee speelt een centrale rol in de multi-modale transportroutes tussen Europa en Azië. Maar liefst vier van dergelijke verbindingen kruisen dit water. Tien jaar geleden kwam daar ook de transportcorridor van Europa naar Centraal-Azië (TRACECA) bij. Dit initiatief moest de economische ontwikkeling stimuleren in de nieuwe staten die kort na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie waren ontstaan, zo luidde de gedachte destijds. De lijnen lopen van de Zwarte Zee via de Kaukasus en de Kaspische Zee naar Centraal-Azië. Vanuit die landen kan het Verre Oosten worden bereikt. Het Traceca-programma ontvangt subsidie vanuit Brussel. Klaas Hoeneveld Oekraïense tacktiek is effectief(uit: Oekraïne Magazine voorjaar 2003)Jeugdige handbalploeg schiet nog te kort voor topBreedgeschouderde en zwaargebouwde vrouwen die hard spel niet schuwen, en een coach die als een beest tekeer kan gaan. De
Nederlandse dames waren tijdens het Europees Kampioenschap handbal niet opgewassen tegen het fysieke geweld uit Oekraïne. Een
reconstructie van de ontmoeting in december in de Deense stad Aarhus. ZilverTwee jaar geleden bij het EK in Hongarije pakte Oekraïne het grootste succes in zijn nog jonge bestaan: de zilveren medaille.
Alleen het gastland was sterker. Oekraïne hield echter wel de grote naties als Rusland, Noorwegen en Denemarken achter zich. EvenwichtBij hun eerste ontmoeting in 1998 kreeg Nederland een afstraffing met 23-16. Vorig jaar waren de krachtsverhoudingen al wat
gewijzigd. Op het WK hielden beide ploegen elkaar in evenwicht (28-28). Bij Oekraïne ontbraken toen wel een paar topspeelsters.
Die waren er in Denemarken wel bij. De voorbereiding op het kampioenschap verliep ook dit keer bepaald niet vlekkeloos. De ploeg
arriveerde pas de dag voor de eerste wedstrijd in Aarhus, omdat de bond de tickets te laat had geboekt. De helft van de selectie
raakte ook nog de koffers kwijt. SchuinDe spanning was voelbaar toen Nederland en Oekraïne die decemberavond de speelvloer op kwamen. De Deense fans waren meer
gecharmeerd van het Oranje-spel, ook omdat de bekendste Nederlandse speelsters Olga Assink, Natasja Burgers en Monique Feijen
in de Deense competitie uitkomen. Maar het was Oekraïne dat het beste begon en de voorsprong de gehele wedstrijd niet meer uit
handen gaf. Guido van Riet | ||||||||