Oekraïne Magazine - Wereldberoemd uit Oekraïne

Bijgewerkt t/m voorjaar 2004 Leonard Nimoy - ©Oz Almog, Joods Historisch Museum, Amsterdam

Sinds het voorjaar van 2003 loopt in Oekraïne Magazine de serie "Wereldberoemd uit Oekraïne". Daarmee willen we de aandacht vestigen op Oekraïners die zich hebben onderscheiden door een belangrijke bijdrage te leveren aan kunst, wetenschap, politiek, literatuur, enz. Het begrip "Oekraïner" hebben we daarbij ruim opgevat: het gaat om eenieder die rechtstreeks of via voorouders afkomstig is uit het huidige grondgebied van Oekraïne. Naast Oekraïners kan het ook gaan om Russen, of etnische Duitsers, Polen, Joden, Krim-Tataren, en vele anderen. Zij allen maken immers deel uit van het historische en culturele erfgoed van Oekraïne. In de komende nummers van Oekraïne Magazine zullen telkens een aantal beroemde Oekraïners in een bepaalde discipline worden gepresenteerd. Enkele van deze portretjes worden ook in deze internetrubriek geplaatst.

 

"Nobele" Oekraïners

Prijzen voor schrijvers, wetenschappers en economen

Uit: Oekraïne Magazine Voorjaar 2004.

Een van de beste manieren om wereldberoemd te worden is natuurlijk om een Nobelprijs te winnen. Deze eer is te beurt gevallen aan verscheidene Oekraïners – of in ieder geval personen die afkomstig zijn uit Oekraïne. Een overzicht:

Ilja Metsjnikov, Nobelprijs fysiologie en medicijnen 1908
Metsjnikov (1845-1916), geboren in Charkiv, werd op zijn 25e hoogleraar zoölogie aan de universiteit van Odessa, waar hij zich wijdde aan onderzoek naar zeedieren. Toen acht van zijn studenten in 1881 werden weggestuurd wegens politieke activiteiten, nam hij meteen ontslag. Hij emigreerde naar Italië, waar hij het fenomeen van de phagocytose ontdekte.
Terug in Odessa in 1886 stichtte hij het Bacteriologisch Instituut. Maar zijn slechte verstandhouding met de autoriteiten bracht hem wederom in het buitenland: ditmaal in Parijs, waar de beroemde onderzoeker Louis Pasteur hem vroeg een nieuw laboratorium te leiden. Hier zou hij 28 jaar werken en baanbrekend onderzoek doen naar immuunsystemen, waarvoor hij de Nobelprijs kreeg.

Abraham Selman Waksman (1888-1973), Nobelprijs medicijnen 1952 voor zijn uitvinding van antibiotica.

Shmuel Yosef Agnon, Nobelprijs literatuur 1966
Agnon (1888-1970), pseudoniem van Galevi Chachkes, is geboren als zoon van een joods-chassidische bonthandelaar in het Oost-Galicische Buczacz. Op zijn 18e was hij al een gevestigde auteur met meer dan zeventig verhalen, gedichten en essays op zijn naam, in het Yiddish en het Hebreeuws. Hij werkte korte tijd als redacteur bij een krant in Lviv, leefde vervolgens van 1913 tot 1924 in Duitsland, en emigreerde toen naar Jeruzalem.
Zijn oeuvre weerspiegelt de spanning tussen het traditionele joodse leven in de sjtetl en de moderne tijd. De apocalyptische roman Een gast voor de nacht uit 1939 is gebaseerd op een bezoek dat hij in 1931 aan zijn geboortestad bracht en beschrijft de geestelijke teloorgang van het oude joodse leven en cultuur in Oost-Europa.

Simon Smith Kuznets (1901-1985), Nobelprijs economie 1971

Milton Friedman, Nobelprijs economie 1976
De vader van de economische monetaristen werd in 1912 in Brooklyn geboren als zoon van joodse immigranten uit het dorp Beregszasz in het Habsburgse Karpato-Oekraïne (thans Berehovo in West-Oekraïne). Friedman wordt gezien als de bentleider van de zogeheten "Chicago School", die de nadruk legt op de geldhoeveelheid als een instrument van regeringsbeleid, en als een beslissende factor van zakencycli en inflatie.
Friedman was adviseur voor verscheidene Republikeinse leiders, met name presidenten Nixon en Reagan. In Nederland werd hij begin jaren tachtig bekend door de tv-documentaire serie Free to Choose, naar zijn gelijknamige boek.

Herbert Charles Brown (1912), Nobelprijs scheikunde 1979 voor zijn onderzoek naar organische synthese.

Roald Hoffmann (1937), Nobelprijs scheikunde 1981 voor zijn werk op het gebied van de organische scheikunde.

Georges Charpak (1924), Nobelprijs natuurkunde 1992

Diederik Kramers

Bron: o.a. www.nobel.se

Buitenlandse heersers in Oekraïne

uit: Oekraïne Magazine Winter 2003

(NB: het onderstaande is een volledige versie van het verhaal dat in OM verscheen.)

Vreemde heersers lieten hun sporen na
Over Vikingen, tsaren, stedenbouwers en bolsjevieken

Nadat we in de vorige Oekraïne Magazine "wereldberoemde Oekraïners" hebben gepresenteerd die over andere landen heersten, doe we nu het omgekeerde: buitenlanders die over Oekraïne regeerden. Strikt genomen gaat het ditmaal niet om Oekraïners, maar wel om personen die – ieder op zijn eigen manier – hun stempel op het land hebben gedrukt.
Keuze te over, aangezien Oekraïne voor het grootste deel van zijn geschiedenis onder vreemde heerschappij stond: Litouwse groothertogen gevolgd door Poolse koningen, Russische tsaren, Sovjet-leiders, Habsburgse keizers, met tussendoor nog Mongoolse en nazi-invasies... genoeg om een heel boek over de geschiedenis van Oost-Europa te vullen.

De eerste heersers van het middeleeuwse rijk van Kiev-Roes waren al buitenlanders. Volgens een van de oudste Oost-Slavische kronieken hadden de Slavische en Finse stammen van het huidige Oekraïne en Noord-Rusland de Varangiërs – bij ons bekend als Noormannen of Vikingen – uitgenodigd. "Ons land is groot en rijk, maar er is geen orde. Kom om over ons te heersen."
De Varangiërs kwamen en gaven hun naam aan het land: "Roes" komt van "Ruotsi", het Finse woord voor Zweden. Sommige historici stellen echter dat de Roes niet uit Scandinavië kwamen, maar een Slavische stam waren.

Van de vele Russische vorsten die over Oekraïne hebben geheerst, had Catherina de Grote (1729-1796) wel de grootste impact. Deze van huis uit prinses van het Duitse vorstendommetje Anhalt-Zerbst zette de centralisatie en modernisering van de Russische staat voort die Peter de Grote eerder had ingezet. "Om deze gebieden (Oekraïne en de Baltische landen) buitenlands te noemen is niet alleen een vergissing, het is gewoon dom. Deze provincies moeten zo snel mogelijk gerussificeerd worden, zodat ze niet langer als wolven in het bos zijn", zo beval ze in 1764.
De Oekraïense kozakken vielen sinds het verdrag van Perejaslav van 1654 weliswaar onder het gezag van de tsaar, maar ze hadden wel een soort autonoom staatsbestuur behouden. Tegen 1775 waren de drie kozakkenstaten – het Hetmanaat, Sloboda-Oekraïne en de Sitsj van de Zaporizja-kozakken – opgedoekt en als provincies van het Russische rijk opgenomen. De kozakken-elite ging hierin mee omdat ze in de Russische adel werden gecoöpteerd, maar de lagere standen betaalden het gelag – vooral doordat het lijfeigenschap werd ingevoerd.
Het verlies van hun autonomie was ook mogelijk doordat de kozakkenstaten hun oorspronkelijke functie van "wachters" tegen de Turken waren kwijtgeraakt. Rusland versloeg in 1774 het Ottomaanse rijk en annexeerde de Zuid-Oekraïense steppen en de Krim. Verdere gebiedsuitbreiding volgde met de Poolse delingen van 1772, 1793 en 1795, waarbij Rusland ook Oekraïne ten westen van de Dnjepr inpalmde De overige Oekraïense gebieden van Polen, Galicië en Transkarpatië, gingen naar het Habsburgse Oostenrijk.
In de Zuid-Oekraïense gewesten van haar rijk liet Catharina tal van nieuwe steden verrijzen, zoals Sevastopol en Simferopol op de Krim, Mikolajiv, Cherson, Jelizavethrad (tegenwoordig Kirovohrad) en Odessa aan de Zwarte Zee. Ook trok ze tal van nieuwkomers aan: Russische boeren en militairen, Servische, Bulgaarse en Roemeense kolonisten, Duitse mennonieten en katholieken, enz. Door deze toevloed en de opgelegde russificatie is het zuiden en oosten van Oekraïne tot de dag van vandaag overwegend Russisch en russischtalig.

Odessa

De stad Odessa neemt in dit verband een bijzondere plaats in omdat zij voornamelijk door buitenlanders is opgezet. Odessa werd in 1794 gesticht door José de Ribas, beter bekend als Osip Deribas, een Catalaans-Ierse avonturier uit Napels in Russische dienst. Admiraal Deribas had in 1789 nog het Turkse fort Chadzji-Bej veroverd, waarop vijf jaar later de stad Odessa zou verrijzen. De hoofdstraat van de stad, Deribaskaja boelvar, draagt nog steeds zijn naam.

Na Deribas kreeg Odessa in 1803 een echte burgemeester: de Fransman hertog Armand-Emmanuel du Plessis de Richelieu (1766-1822) - inderdaad, de kleinzoon van de roemruchte kardinaal de Richelieu, bekend uit De Drie Musketiers. Richelieu was voor de Franse Revolutie naar Rusland gevlucht en had met Deribas in Chadzji-Bej gevochten.
Richelieu trof in Odessa een puinhoop aan: een corrupt bestuur dat de fondsen voor de bouw van kerken en barakken in eigen zak stak, misdaad, watergebrek, enz. De nieuwe burgemeester maakte een eind aan deze praktijken, zette de belasting en douane op poten en bevorderde de bouw van banken, kerken, scholen en een universiteit. Hij maakte van Odessa een vrijhaven waar buitenlanders allerlei vrijheden genoten: van belasting, godsdienst, vestiging, en het recht om op te straat te roken, fluiten en zingen – hetgeen overal elders in het Russische rijk verboden was!
Onder Richelieu groeide Odessa uit tot een multiculturele stad van 35.000 zielen, onder wie veel Grieken, Italianen, Duitsers en andere buitenlanders. Men hoorde er al talen van Europa: Italiaans was er aanvankelijk zelfs de voertaal.
In 1814 keerde Richelieu met het herstel van de Bourbon-monarchie terug naar Frankrijk, waar hij eerste minister werd. Na zijn dood richtten de Odessieten een standbeeld op van hun geliefde burgemeester in een toga, en aan de sokkel de beroemde trap die tot de Oktoberrevolutie zijn naam droeg.

Richelieu werd opgevolgd door zijn landgenoot Alexandre de Langeron (1763-1831), eveneens een vluchteling voor de Franse revolutie. In Russische dienst was hij onafgebroken op het slagveld: tegen de Turken, tegen de Zweden, met de Oostenrijkers in de Bataafse republiek in 1793, en tegen de Fransen bij de slag van Austerlitz in 1805, met de Russische troepen in Frankrijk in 1814, en een jaar later in Waterloo. Vervolgens zwaaide hij de scepter over Odessa tot 1823. Daarna ging hij weer oorlog voeren, ditmaal tegen de Turken in Wallachije (Roemenië). Hij overleed aan cholera in Odessa.

Verscheidene Nederlanders hebben hun stempel op Odessa gedrukt. Allereerst ingenieur-generaal Frans Wollant, in Oekraïne beter bekend als Frans Devolan (1752-1818). Deze medewerker van Deribas had erop aangedrongen dat de nieuwe stad op de plaats van het fort Chadzjibej zou worden gebouwd, omdat het een diepe en ijsvrije haven was. Devolan stelde het stadsplan van Odessa op en zag toe op de bouw (zie ook Oekraïne Magazine 2002/3).

Maar de meest beruchte Nederlander in Odessa was wel Jan Witt, zoon van een Hollander en een Griekse schoonheid. Luitenant-generaal Witt had als hoofd van de geheime politie tot taak om vijanden van de tsaar in de gaten te houden: jonge Polen die met een opstand hun vaderland wilden bevrijden, en intellectuelen die de tsaar wilden afzetten en een liberale grondwet doorvoeren.
Witt had daarvoor verscheidene wapens: zijn charme, waarmee hij zelfs zijn vijanden voor zich innam, en vooral zijn maîtresse, de Poolse Karolina Sobanska. Witt koppelde haar aan de Poolse dichter en vrijheidsstrijder Adam Mickiewicz om meer te weten te komen over de Poolse samenzweerders in de stad, en met succes. Na de Poolse opstand van 1830 werd hij militair gouverneur van Warschau.

Sovjet-tijd

De allereerste president van Sovjet-Oekraïne had niks Oekraïens in zich. Christian Rakovski (1873-1941) was juist een echte internationalist: een Roemeense staatsburger geboren in Bulgarije, opgeleid in Zwitserland en Frankrijk, en geheel aan de marxistisch wereldrevolutie gewijd. Hij steunde in Rusland de Oktober-revolutie van 1917 en trok dat jaar als partij-organisator naar Odessa. Toen de communisten in 1918 de Oekraïense Socialistische Sovjet-republiek uitriepen, werd hij president. De Oekraïense SSR, die geheel aan Moskou was onderworpen, stond vijandig tegen al wat Oekraïens was. "Het gebruik van het Oekraïens als staats- en bestuurstaal zou een overbodige en reactionaire stap zijn", verklaarde Rakovski hij kort nadat hij aan de macht kwam.
Toch probeerde Rakovski later toch enige ruimte voor zijn staat te creëren, omdat hij geloofde in een federatieve unie van Sovjetstaten. Sovjet-Oekraïne sloot internationale verdragen en werd door negen staten erkend, waaronder Duitsland en Turkije. Maar in 1922 ging Oekraïne geheel op in de Sovjet-Unie. Rakovski werd Sovjet-gezant in Londen, en zou uiteindelijk het slachtoffer van de Stalin-terreur worden.

Stalin, geboren in Georgië als Jozef Dzjoegasjvili (1879-1953), was de gesel van Oekraïne. Deze meedogenloze en paranoïde bolsjeviek gaf vorm aan een Sovjet-dictatuur die stoelde op een sterke centrale staat en een alles doordringende controle door de veiligheidsorganen.
Al in 1922 stelde hij als Volkscommissaris voor nationaliteiten voor dat Sovjet-Oekraïne en de overige Sovjetrepublieken gewoon deelgebieden van de Russische Federatie zouden worden, maar Lenin verwierp dit als "groot-Russisch chauvinisme". Aan het eind van de jaren twintig maakte Stalin een eind de Oekraïense eigenheid, die in de jaren twintig juist tot bloei was gekomen door een beleid van "Oekraïnisatie". Om het land te breken vernietigde hij de boerenstand, de ruggengraat van de Oekraiense natie. Boeren werden vervolgd als "koelakken" (rijke uitbuiters), naar de collectieve boerderijen gedreven, en uitgehongerd in een bewust georganiseerde hongersnood in 1932-1933 (zie hierover Oekraïne Magazine 2002/4).

De ene gesel zou de andere afwisselen. Met de Duitse invasie van 1941 hoopten sommige Oekraïners dat er onder Adolf Hitler (1889-1945) een eind aan de terreur zou komen, en misschien zelfs een onafhankelijk Oekraïne. IJdele hoop: "De Oekraïners zijn net zo lui, ongeorganiseerd en nihilistisch-aziatisch als de Groot-Russen", stelde Hitler in september 1941 vast. Hen paste enkel de knoet, zodat ze het Duitse "Herrenvolk" zouden dienen, voor Duitsland werken en alle goederen leveren die het Reich ontbeerde. De Oekraïense "Untermenschen" mochten daarom niet meer dan vier jaar later onderwijs genieten. Een miljoen Oekraïners werden als Ostarbeiter gedwongen in Duitsland te werken. De nazi-bezetting kostte naar schatting aan vier miljoen mensen het leven – onder wie circa 900.000 Oekraïense joden, die nagenoeg volledig werden uitgeroeid.
Temidden van deze verschrikkingen heeft Hitler zelf Oekraïne nog bezocht. In Vinnitsa ten westen van Kiev was de "Wehrwolf" aangelegd door 14.000 dwangarbeiders (die meteen na de bouw allen zijn vermoord), een complex van boven- en ondergrondse bunkers van waaruit hij de militaire operaties tegen het Rode Leger kon leiden.
De Führer was opgetogen over de fraaie omgeving en verbleef er in de zomer en herfst van 1942. Maar uiteindelijk werd de Wehrwolf zijn dood, zeggen sommige Oekraïense onderzoekers. Onder de grond werd hij blootgesteld aan radon, een radioactief gas dat vrijkomt uit graniet en in besloten ruimtes dodelijk kan zijn. Tegen het eind van de zomer had Hitler een hartaanval en voortdurend hoofdpijn. Geleidelijk werd hij apathisch en irrationeel. Zijn gezondheid ging hard achteruit en hij kreeg last van allerlei kwalen. De Oekraïense aarde had wraak genomen.

Dooi

Pas na de oorlog en de dood van Stalin trad de dooi in onder Sovjetbaas Nikita Chroesjtsjov (1894-1971). Hij is wellicht de meest "Oekraïense" van alle buitenlandse heersers die Oekraïne heeft gekend. Tot in het Kremlin toonde hij zich vaak in de typische witte boerenkiel die de Oekraïense boeren dragen. Deze Russische boerenzoon trok op zijn 15e naar het Oost-Oekraïense Joezovka (later Stalino, nu Donetsk) waar zijn vader in de mijn werkte.
Nikita werd arbeider en klom snel op in de partijrangen. In 1937 werd hij lid van het Politburo, en een jaar later Eerste secretaris van het Oekraïense Centraal Comité. In die functie beloofde hij alles te doen om "alle fascistische agenten, trotskisten, boecharinisten en verwerpelijke bourgeois-nationalisten in onze vrije Oekraïense land te vernietigen". In 1939 zag hij toe op de bezetting en sovjetisering van het Poolse West-Oekraïne.
Na de dood van Stalin in 1953 gebruikte Chroesjtsjov Oekraïne als zijn machtsbasis. Hij beklemtoonde de band tussen Oekraïne en Rusland, ondermeer door de Krim aan Oekraïne af te staan. Maar hij zag de Oekraïners vooral als "Klein-Russen". De russificatie, het economisch dirigisme vanuit het Kremlin en de onderdrukking van de kerk (met name van de uniaten in West-Oekraïne) gingen gewoon door. Brezjnev en zijn metgezellen dwongen hem in 1964 af te treden.

Met een beetje slechte wil zou je kunnen zeggen dat Oekraïne nu nog steeds door een "buitenlander" wordt geleid. De huidige president Leonid Koetsjma (1938) is weliswaar van Oekraïense ouders geboren in het dorp Tsjajkine bij Tsjernihiv, maar toen hij in maart 1990 in het Sovjet-Oekraïense parlement werd gekozen gaf hij als nationaliteit "Russisch" op. Dat was in de Sovjet-tijd niet ongebruikelijk, zeker niet voor Russischtaligen of kinderen van gemengde huwelijken: "Russisch" werd vereenzelvigd met het heersende Sovjetsysteem en bood daardoor betere carrièrekansen. Toen Koetsjma twee later premier werd moest hij Oekraïner worden. Maar hij heeft nog steeds moeite met de Oekraïense taal, en uit zich bij voorkeur in het "Soerzjik", een mengelmoes van Russisch en Oekraïens.

Diederik Kramers
Oekraïne Magazine

Oekraïense leiders in het buitenland

Heersers buiten eigen land

Oekraïners zaten op veel tronen en regeringszetels

Oekraïne mag in zijn geschiedenis dan amper als onafhankelijke straat hebben bestaan, verscheidene Oekraïners hebben een machtige, zelfs heersende positie in andere landen gehad. Een overzicht in onze serie over "wereldberoemde Oekraïners", bekende personen die afkomstig zijn uit Oekraïne binnen zijn huidige grenzen.

(De voltallige portretten zijn te lezen in Oekraïne Magazine najaar 2003.)

De dochters van Jaroslav de Wijze, vorst van Kiev-Roes (978-1054)

Elisabeth, koningin van Noorwegen
Anastasia, koningin van Hongarije
Anna, koningin en regentes van Frankrijk

Roksolana, favoriete van de Turkse sultan (1505-1558)
Het lijkt wel een sprookje uit Duizend en een Nacht. Nastja Lisovska was een boerin uit Rohatin bij Ivano-Frankivsk toen ze in 1520 door Krim-Tataren werd ontvoerd en als slavin naar Konstantinopel meegevoerd. Ze werd verkocht aan de harem van sultan Suleiman de Tweede. Die raakte zo onder de charme van haar geest en schoonheid, dat hij haar als favoriete nam.
Roksolana – zoals Nastja zich voortaan noemde – slaagde erin Suleimans zoon uit een eerder huwelijk uit de weg te ruimen en haar eigen zoon met de sultan, Selim, als troonopvolger naar voren te schuiven. Na de dood van Suleiman was Selim acht jaar sultan.

Katerina Vesnitskaja, een schoonheid uit Kiev die begin 20e eeuw met prins Chakrabonk van Siam trouwde.

Anatoli Loenatsjarski, de eerste volkscommissaris voor onderwijs, voorlichting en cultuur (1917-1929) van de Sovjet-Unie.

Sovjetleider Leonid Brezjnev, secretaris-generaal van de Sovjet-communistische partij (CPSU) van 1964 tot zijn dood in 1982, geboren in het Oost-Oekraïense Kamenskoje (nu Dniprodzerzjinsk) in een Russisch gezin uit Koersk.

Nikolaj Podgorny, Sovjetpresident van 1964 tot 1977, geboren als Mikola Pidhirni in Karlovka in de regio Poltava.

Twee opvolgers van Brezjnev kunnen zich eveneens beroepen op Oekraïense wortels, of in ieder geval op Oekraïense namen. Allereerst Konstantin Tsjernenko, secretaris-generaal in 1984-1985, die geboren en getogen was in Siberië. Waren zijn voorouders soms vanuit Oekraïne daarheen verbannen door de tsaar?
En tenslotte de laatste Sovjet-leider, Michail Gorbatsjov uit Zuid-Rusland, die zou afstammen van de Koeban-kozakken waaronder zich ook veel Oekraïners bevonden. De naam "Gorbatsjov" is de Russische versie van de veelkomende Oekraïense naam "Horbatsj" – wat "bultenaar" betekent.

Grigori Javlinski, voorman van de Russische liberale oppositiepartij Jabloko, geboren in Lviv als zoon van een Russische legerofficier.

Jevgeni Primakov, Russisch premier in 1998-1999, in 1929 in Kiev geboren met de familienaam Finkelstein.

Valentina Matvijenko (1949), geboren in het stadje Sjepetovka in de regio Chmelnitski, thans afgezant van president Poetin in Sint Petersburg en Noordwest-Rusland.

Yitzhak Ben-Tsvi (1884-1963), tweede president van Israël, geboren in Poltava.

Moshe Sharett (1894-1965), Israëls eerste minister van buitenlandse zaken en premier in 1954-1956, afkomstig uit Cherson.

Levi Eshkol (1895-1969), eerste minister van 1963 tot zijn dood in 1969, geboren in Oratovo nabij Kiev.

Golda Meir (1898-1978), premier in 1969-1974, geboren in Kiev.

De grote Oekraïense gemeenschap in Canada heeft het land ook een staatshoofd geleverd: Ray Hnatyshyn (1934-2002), kleinzoon van ongeletterde immigranten uit Boekovina, was van 1990 tot 1995 Gouverneur-Generaal van Canada namens koningin Elisabeth. Hnatyshyn begon zijn politieke loopbaan in het parlement van de deelstaat Saskatchewan voor de Progressieve Conservatieven. In 1979 trad hij toe tot de federale regering.
Hnatyshyn heeft zijn Oekraïense afkomst nooit verheeld. Bij zijn aantreden liet hij een gouverneurswapen tekenen waarin Oekraïense symbolen waren verwerkt: de drietand, het blauw-geel van de Oekraïense vlag, en de stier van Boekovina. Onder zijn bestuur was Canada in 1992 het eerste westerse land dat het onafhankelijke Oekraïne erkende.

Joseph Lieberman, Democratisch senator voor Connecticut, Amerikaans presidentskandidaat voor 2004, stamt uit een joods-Oekraïense familie uit Tsjernivtsi.

Onderminister voor Globale Zaken Paula Dobriansky, thans de hoogstgeplaatste Oekraïens-Amerikaanse in de Republikeinse regering-Bush.

Na Anna van Kiev duurde het bijna een millennium voordat er in Frankrijk weer een Oekraïner op de "troon" kwam: Pierre Bérégovoy (1925-1993), wiens vader in Oekraïne in 1918-1921 met de Witten van generaal Wrangel had gevochten en na de zege van de bolsjevieken naar het Franse Nevers was gevlucht. Zoon Pierre werd in 1983 socialistisch burgemeester van Nevers en vervulde verscheidene ministersposten onder president Mitterrand.
In 1992 werd "Béré" premier, maar hij pleegde een jaar later zelfmoord, zwaar aangeslagen door geruchten dat hij bij een corruptiezaak zou zijn betrokken. Verscheidene straten, bruggen en scholen in Nevers en andere steden zijn naar hem genoemd.
Vσσr zijn tragische dood heeft Bérégovoy nog eenmaal Izioem bezocht, het geboortedorp van zijn vader. Het was het eerste contact met zijn Oekraïense familie sinds 1934.

De Poolse koning Stanislaw I (Leszczynski) (1677-1766) uit Lviv.

Leszek Miller, sinds 2001 premier van Polen. Voor zover ons bekend heeft hij geen Oekraïense voorouders, maar hij is wel verzekerd van Oekraïens nageslacht: zijn zoon Leszek junior trouwde met Nadia Tesarenko uit het West-Oekraïense Kamjanets-Podilski en kreeg een dochter, de kleine Monika-Aleksandra. Volgens welingelichte familiekringen mag de peuter in huiselijke kring graag de Poolse premier rondcommanderen.

Diederik Kramers

Hollywood

Onderstaande portrettenreeks is een klein gedeelte uit de verzameling uit Oekraïne Magazine voorjaar 2003.

Lewis J. Selznick (1870-1933)

Filmproducent en -distributeur. Zie voor meer details over zijn loopbaan op IMDb: Lewis J. Selznick, de pagina over hem op de Internet Movie Database, deacute; site voor filmliefhebbers.

Anna Sten

Anna Sten (1908-1993)

Hollywoods eerste echte Oekraïense filmster was Anna Sten, in Kiev geboren als Anjoesjka Stenskaja Soedakevitsj, dochter van balletmeester Petro Fesak en een Zweedse actrice. Ze speelde in verscheidene films in de Sovjet-Unie en vervolgens in Duitsland.
De Amerikaanse filmbons Samuel Goldwyn zag haar in een Duitse film en haalde haar in 1933 naar de VS. Goldwyn spaarde kosten noch moeite om Sten om te vormen tot de nieuwe Greta Garbo. Maar het publiek zag niets in "Goldwyn's folly". Stens verwoede pogingen om de Engelse taal te beheersen zijn vereeuwigd in Cole Porters lied Anything goes ("If Sam Goldwyn can with great conviction / Instruct Anna Sten in diction / Then Anna shows / Anything goes").
Ondanks een massale publiciteitscampagne werd haar Hollywood-première Nana (1935) een flop, en de volgende twee films ook. Sten was daarna nog sporadisch in films en toneelstukken te zien.
Zie ook IMDb: Anna Sten.

Jack Palance (1919)

Jack Palance De bekendste "Oekraïner" in Hollywood is momenteel acteur Jack Palance, geboren als Volodymyr Palahnuik in een arm Oekraïens immigrantengezin in het mijnwerkersplaatsje Lattimer Mines in Pennsylvania. Hij werkte aanvankelijk in de kolenmijnen, net als zijn vader, daarna was hij profbokser. De resulterende boksersneus, de slavische jukbeenderen en de verwondingen die hij aan zijn gezicht opliep toen zijn vliegtuig tijdens de oorlog neerstortte, gaven hem een bedreigend, gekweld gelaat. Dat werd zijn handelsmerk in Hollywood.
In veel films - detectives, thrillers, westerns en historische actiefilms - is Jack Palance te zien als een gestoorde slechterik. Hij debuteerde in Panic in the Streets (1950) als een gangster die met de builenpest is besmet. In 1953 werd hij voor een Oscar genomineerd voor zijn rol van psychopathische desperado in de western Shane. Later kroop hij in de huid van andere engerds, zoals Attila de Hun, Dracula, Dzjengis Khan en Fidel Castro.
Vaak waren dat goedkope Europese B-films waar hij gedurende de jaren '60 en '70, hetgeen zijn carrière niet ten goede kwam. Eind jaren '80 kreeg hij weer erkenning in Hollywood, met als bekroning een Oscar in 1991 voor zijn bijrol in de western-komedie City Slickers.
Palance is nog altijd zeer actief in de Amerikaans-Oekraïense gemeenschap. Samen met zijn broer, filmproducent John Palance, zit hij in het Trident Hollywood Network dat zich sterk maakt voor het Oekraïense erfgoed in de film.
Zie ook IMDb: Jack Palanc.

Anatole Litvak (1902-1974)

Regisseur in Groot-Brittannië, Frankrijk en Hollywood. Zie ook Zie ook IMDb: Anatole Litvak.

Edward Dmytryk (1908-1999)

Regisseur Edward Dmytryk was een kind van Oekraïense immigranten in British Columbia (Canada) en groeide op in San Francisco. Als tiener werd hij koerier bij de filmstudio Paramount, waar hij zich eind jaren '40 had opgewerkt tot een van de meest veelbelovende filmmakers van Hollywood.
De linkse Dmytryk, die enige tijd lid van de communistische partij was, sneed vaak controversiële thema's aan zijn films, zoals het anti-semitisme in Crossfire (1947). Tijdens de anti-communistische heksenjacht in Hollywood weigerde hij te getuigen en kwam hij op de zwarte lijst. Na enkele maanden in de gevangenis besloot hij in 1951 alsnog namen te noemen. Hij bleef een succesvolle regisseur, o.a. van The Caine Mutiny (1954), maar zijn verraad is hem altijd nagedragen.
Zie ook IMDb: Edward Dmytryk.

Danny Kaye (1913-1987)

Filmkomiek. Zie ook IMDb: Danny Kaye.

Lee Strasberg (1901-1982)

Acteerleraar van ondermeer Marlon Brando en Marilyn Monroe. Zie ook IMDb: Lee Strasberg.

Walter Matthau

Walter Matthau (1920-2000)

Wereldberoemd acteur, noemde zichzelf "de Oekraïense Cary Grant". Zie ook IMDb: Walter Matthau.

Dimitri Tiomkin (1899-1979)

Componist van Westerns en andere Amerikaanse films. Zie ook IMDb: Dimitri Tiomkin.

Leonard Nimoy (1931)

Alias Mister Spock in de jaren zestig science-fiction tv-serie Star Trek. Zie ook IMDb: Leonard Nimoy.

Tom Selleck (1945)

Over de Oekraïense afkomst van Tom Selleck, beter bekend als de Hawaiiaanse detective Magnum in de gelijknamige jaren tachtig tv-serie, bestaat nog de nodige twijfel. Zijn vader zou een Roetheen zijn, afkomstig uit Volynië in Karpato-Oekraïne, en gedoopt in de Russisch-orthodoxe kerk in Detroit. Maar zelf zegt Selleck van Schots-Ierse afkomst te zijn, hetgeen hij ooit benadrukte door in de tv-talkshow van Jay Leno in een Schotse kilt te verschijnen.
Zie ook IMDb: Tom Selleck.

Sylvester Stallone (1946)

Alias Rocky en Rambo: voorouders uit Odessa. Moeder Stallone was in september 2001 op bezoek in Odessa, wat zelfs voor een item in het nationale Oekraïense tv-nieuws zorgde..
Zie ook IMDb: Sylvester Stallone.

Milla Jovovich (1975)

Actrice in onder andere de science-fictionfilm The Fifth Element (1997) en Joan of Arc (1999). Ook aktief als fotomodel.
Zie ook IMDb: Milla Jovovich.

Beeldende kunst

Kazimir Malevitsj

Suprematistische schilder

Ilja Repin

Schilder. Zie ook het verhaal in Oekraïne Magazine winter 2001.

Musici

Sviatoslav Richter

Pianist.

Vladimir Horowitz

Pianist.

Leonid Oetsoesov

Sovjet-jazzman uit Odessa.

Wally Tax

Zanger van de Nederlandse sixties-band The Outsiders.

Benny Goodman

Amerikaanse jazz big-bandleider.

Componisten

Dmitro Bortnjanski

Oekraïense koorcomponist uit de 18e eeuw.

Sergei Prokofjev

Russische componist, geboren in Oekraïne.

Pjotr Tsjaikovski

Russische componist van Oekraïense voorouders.

Mykola Lysenko

Oekraïne's beroemdste Oekraïense componist van de 19e eeuw.

Schrijvers

Mykola Hohol

Beter bekend als Nikolaj GOGOL, Russische 19e eeuwse schrijver.

Michail Boelgakov

Russische schrijver uit Kiev.

Ilf & Petrov

Sovjet-joodse satiristen, auteurs van De Twaalf Stoelen.

Joseph Conrad

Britse schrijver van Poolse afkomst, geboren in Oekraïne.

Isaak Babel

Sovjet-joods auteur uit Odessa.

Sjolom Aleichem

Jiddische schrijver van Anatevka (Fiddler on the roof).

Taras Sjevstjenko

19e eeuwse dichter, vader van de Oekraïense letteren

Cineasten

Sergei Paradzjanov

Dissident en Sovjetfilmer.

Oleksandr Dovzjenko

Pionier van de vroege Sovjetfilm.

Dans

Vatslav Nijinski

Balletdanser.

Serge Lifar

Balletdanser en choreograaf.

Buitenlandse leiders van Oekraïnse afkomst

De dochters van Jaroslav de Wijze :

Koningin Anne van Frankrijk, Elisabeth van Noorwegen en Anastasia van Hongarije.

Katerina Vesnitska uit Kiev

Prinses van Siam

Roksolana

Slavin en vervolgens vrouw van sultan Suleiman II in de 17e eeuw.

Leonid Brezjnev

Sovjetleider 1964-1982, geboren in Dneprodzerzjinsk. Eigenlijk geen buitenlandse leider omdat gedurende heel zijn regeringsperiode Oekraïne deel uitmaakte van de Sovjet Unie. Desondanks een wetenswaardigheid die hier op zijn plaats is.

Nikolaj Podgorny (Mykola Pidhirny)

Sovjetpresident 1965-1977, net als Brezjnev formeel ook dus niet een buitenlands leider.

Golda Meir

Premier van Israël 1969-1974, geboren in Kiev als Golda Mabovitsj.

Pierre Béregovoy

Premier van Frankrijk 1992-1993.

Jevgeni Primakov

Russisch premier 1998-1999, geboren in Kiev

Sport

Oleg Blochin

Legendarische aanvaller van Dynamo Kiev in de jaren zeventig.

Sergej Boebka

Veelvoudig Wereld- en Olympisch kampioen polsstokspringer, en nog steeds de huidige wereldrecordhouder.

Oksana Bajoel

Olympisch kampioen kunstschaatsen.

Wetenschappers

Trofim Lysenko

Theoreticus van de stalinistische genetica-leer.

Jevhen Paton

Ingenieur en bruggenbouwer.

Ivan Poeloedzj

Miskende uitvinder van de röntgenstralen

Ilja Metsjnikov

Nobelprijs medicijnen 1908