Oekraïense Mennonieten in Nederland


Vlak na de tweede wereldoorlog kwamen enige honderden Mennonieten vanuit het gebied ten zuiden van Zaporizja in Oekraïne naar Nederland. Zij waren op de vlucht voor het Sovjetleger. Zij liepen voor de Duitse legers uit die ook bezig waren Rusland te ontvluchten. Of zij volgden de Duitsers op de voet.

Een aantal van deze Mennonieten kwam in Friesland terecht en zijn later doorgereisd naar Zuid-Amerika, Paraguay.

 

Aan deze Mennonieten wordt een tentoonstelling gewijd in het Oorlogsmuseum van Oekraïne in Kiev. Hij zal van start gaan eind maart 2011 (de precieze datum is nog niet bekend) en duren tot 1 augustus.



Mennonieten die leefden in Pruisen in de regio rond Danzig gingen in de achttiende eeuw in op een uitnodiging van Tsarina Katarina de Grote om een nieuw leven op te bouwen in Nieuw Rusland. Dat was het gebied dat zij veroverd had op de Tataren en de Turken, die enige eeuwen lang heer en meester waren geweest in dat gebied.

 

We spreken over een enorm gebied, bestaande uit de gehele voormalige Oekraïense steppe die loopt vanaf Kiev naar het zuiden tot aan de Zwarte Zee; plus het aangrenzende gebied naar het oosten tot aan de Russische rivier de Wolga.

 

De Pruisische Mennonieten konden zich vestigen bij Zaporizja en ten zuiden van deze stad. Zij kregen van de tsarina een aantal voorrechten, zoals belastingvrijdom, vrijstelling van militaire dienst, een grote autonomie voor hun gemeenschappen en voor de wijze waarop zij hun godsdienst uitoefenden. Zij bouwden welvarende gemeenschappen op in een hun in wezen vreemde omgeving: orthodoxe gelovige dorpen waarvan de bewoners vaak lijfeigenen waren van hun landsheer, landbouw bedrijven op zeer droge grond. Toen zij kwamen brachten zij mee: grote gedrevenheid om een succes van het leven te maken, sterke gemeenschapszin, praktisch bedrevenheid van velerlei aard: uiteenlopend van ambachten tot leiderschap. De Mennonietengemeenschappen waren daardoor erg succesvol.

 

Dat ontging de tsarenoverheid niet, die de belastingvrijdom betreurde en er in de loop van de 19e eeuw dan ook toe overging deze steeds meer op te heffen. Dat maakte het bestaan voor een flink aantal van de gemeenten al precair.
Ook de vrijstelling van militaire dienst werd niet meer geaccepteerd. In eerste instantie konden jonge mannen nog een soort vervangende dienst doen, zoals met werk in bosbouw en ziekenhuizen. Maar na 1870 werd de vrijstelling helemaal niet meer geaccepteerd door de Russische overheid. Dit bracht de eerste grote emigratiegolf op gang.

 

Met de Russische revolutie en de komst van de communistische Sovjets was het met de rustige nijverheid van de Mennonieten voorgoed gedaan. Over het geheel genomen waren zij veel welvarender dan de doorsnee Oekraïense dorpsbewoners, en zij werden dan ook aangemerkt als 'koelakken'. Hun bezittingen werden onteigend en de mensen zelf stonden bloot aan vervolging.

 

Uiteindelijk grepen velen de gelegenheid aan die zich voordeed in de chaos van het einde van de oorlog, om weg te vluchten uit Oekraïne. Zij vluchtten alle kanten op, naar het oosten, Kazachstan of verder, maar ook naar West-Europa. Deze laatsten vaak niet met de bedoeling om hier te blijven, maar juist om door te reizen naar Amerika, Noord of Zuid. De groep die in Friesland terecht kwam is naar Paraguay gegaan.

 


Uitgebreider over de lotgevallen van de Mennonieten in Oekraïne is te lezen in een artikel van Lucia Thijssen in het Voorjaarsnummer 2004 van het Oekraïne Magazine.
Zie hier.


 

Het verhaal over de Mennonieten uit Oekraïne na de oorlog is het onderwerp van de tentoonstelling in Kiev. Het wordt min of meer opgehangen aan de opvang van de Mennonieten in Friesland.

 

Nadere informatie over de tentoonstelling in Kiev, vind je hier.

En ook in deze blogspot: Passing on the Comfort.

Aan de tentoonstelling is het persoonlijke verhaal verbonden van de Doopsgezinde An Keuning-Tichelaar die woonde (en woont) in het Friese Irnsum. Zij heeft mede de Mennonieten uit Oekraïne onderdak gebracht in 1945. (De gelovigen die elders in de wereld Mennonieten worden genoemd heten in Nederland Doopsgezinden.)

 

Het hele oorlogsverhaal van An Keuning wordt verteld in het boek "De verbindende kracht van Quilts", uitgegeven in 2008 door Stichting Internationaal Menno Simons Centrum in Witmarsum.

Zie over het boek meer op de website van het Menno Simons Centrum: www.mennosimonscentrum.nl/quilts.

 

Deel op LinkedIn