Oekraïnedag in het Sparta Kasteel

Op zaterdag 16 oktober 2010 vond in het Sparta Stadion in Rotterdam de Oekraïnedag plaats. Wij waren te gast in de mooie ruime ontvangsthal van het Sparta Kasteel. Het thema van de dag was ‘Nieuwe Wegen’. Nieuwe wegen in de humanitaire hulp aan Oekraïne. Het idee erachter was het volgende. Hulp is niet meer: goederen inzamelen, ze transporteren naar Oekraïne en ze afleveren, klaar. Bij nieuwe wegen gaat het erom dat je ondersteuning biedt bij plaatselijke projecten in Oekraïne, bij de bouw, of bij de oprichting van een instelling – het kan zijn en kindertehuis of onderkomst voor bejaarden, of een daklozenproject – of begeleiding bij plaatselijke zelforganisatie, omgang met autoriteiten en andere manieren van geld bij elkaar brengen, ook in Oekraïne zelf.

Op de Oekraïnedag hebben we voordrachten gehoord van mensen van stichtingen in Nederland die ervaring hebben opgedaan met de nieuwe manier van werken. Hierna een korte presentatie van wat zij gezegd hebben.

 

Geen vis, maar een hengel

Piet Spijkers is van de Stichting Humanitaire Hulp aan Kinderen Oekraïne uit Tilburg. Piet heeft lange ervaring in Oekraïne, met vele projecten. Zijn motto daarbij: Als je mensen echt wil helpen, breng je ze geen vis, maar geef je ze een hengel. En je leert ze hoe ze zelf moeten vissen. Daar is Piet mee bezig. Dat is niet eenvoudig. Je moet capaciteit opbouwen. Dat is een langdurig proces, waar je bovenop moet zitten. De juiste mensen vinden voor de plaatselijke organisatie.

De stichting heeft een Oekraïense tegenhanger opgericht. Deze Oekraïense organisatie heeft nu negen mensen in dienst en drie vrijwilligers. Zij maken zelf het programma, en zij worden vanuit Nederland ‘budgettair aangestuurd’. Onder andere met geld van het NCDO.

Materiële steun en kennis worden ook geleverd vanuit Nederland. Piet heeft in Noord-Brabant contacten gelegd met ziekenhuizen en met het doveninstituut in Sint Michielsgestel. En heeft een verbinding gemaakt met partijen in Lviv. Er lopen zo inmiddels vele lijntjes.

Alles loopt, maar het gaat langzaam. Piet zei: De Oekraïense cultuur en de mensen zijn fantastisch. Maar, het oude – de oude mentaliteit – is nog erg sterk. Daar tegenover staat: de assertiviteit bij de mensen groeit. Zij vragen zich nu zelf af: kan het niet anders, beter?

Piet is met de transporten gestopt en is overgestapt naar: kennis, expertise en methoden brengen en ondersteunen met geld.

 

Vluchtelingenkampen in Moekatsjevo

Charles Geerts van het Oost-Europa Centrum (OEC) in Tilburg is de volgende spreker. Thema: gelijkwaardigheid in het samenwerken tussen West- en Oost-Europa. Het werk waar het OEC bij betrokken is is het masterplan voor de steden Nyirmeggyes (Hongarije) en Moekatsjevo (Oekraïne). De steden liggen in dezelfde (grens)streek en werken samen aan economische ontwikkeling. Het project waar het OEC met name sterk in mee werkt is in de plaats Moekatsjevo. Aan de Oekraïense kant van de grens zijn opvangkampen voor asielzoekers die op weg zijn naar de EU. Maar zij komen de grens niet over en stromen samen aan de westgrens van Oekraïne.

In februari 208 is de aftrap gegeven voor het project. Een nieuw ziekenhuis voor Moekatsjevo en een structurele basis voor de opvang van de vluchtelingen. De hulp die vanuit Nederland geboden wordt, is: geld bijeenbrengen, medische apparatuur en kennisoverdracht. Ook juridische kennis, in verband met grensformaliteiten. De genoemde onderdelen vormen maar een deel van de totale activiteiten. Die zijn gericht op de economische en maatschappelijke ontwikkeling van de regio – aan beide zijden van de grens: gezondheidszorg, landbouw en voedselvoorziening, business park. Subsidiebronnen worden aangeboord, kennisinstituten ingeschakeld voor kennisvergroting (‘entrepreneurship’) bij het midden- en kleinbedrijf in de regio. Ook gaat er speciale aandacht uit naar het milieu. Afvalmanagement, recycling, energie uit biomassa.

 

Geen huis maar een thuis

Nico de Borst van Stichting Breath uit Capelle aan de IJssel sprak daarna. Hij beschreef een kinderproject dat Breath heeft in de regio Donetsk. Het motto: Geen huis maar een thuis. Het gaat over een nieuw kindertehuis dat onder auspiciën van de Stichting Breath wordt opgezet. Het wordt nu opgezet. De belangrijke elementen zijn daarbij: *De Oekraïense pendant van Stichting Breath is eigenaar van het tehuis. *Het bestuur van de Oekraïense stichting bestaat uit Oekraïners en Nederlanders. *ER is in het tehuis een ouderpaar voor de kinderen. *Er is medewerking van de plaatselijke overheid. *Pedagogisch uitgangspunt is: kinderen zich bewust maken van de eigen capaciteiten en mogelijkheden.

Nico haalt ter vergelijking aan het voorbeeld van een Breath-project in Georgië. Dat is al verder in ontwikkeling en daar gebeuren wonderbaarlijke dingen met kinderen. Hij wil in Oekraïne dezelfde ontwikkeling in gang zetten.

Terzijde: De steun van de overheid is ook financieel: 1600 hryvnja per kind per maand.

 

Als interacts zijn er optredens van het muziekensemble Musica Nostalgia en van Dolf de Vries.

 

De muziek. Het ensemble Musica Nostalgia trad op. Het emsemble bestaat uit twee Oekraïense dames. De zangeres wordt begeleid door piano. Het repertoire is klassiek. Oekraïens en Russisch. Zij hadden veel succes bij het publiek.

 

Dolf de Vries – acteur (Zwartboek) en schrijver – presenteert zijn boek Georgië en Oekraïne. Het beschrijft reizen naar de beide landen uit de titel. Routes en belevenissen van de schrijver die samen met zijn vrouw met de camper onderweg is. Hij las twee fragmenten voor: De Oekraïense grens waar een boer met paard en wagen zijn werk doet. En een episode op de Krim waar tweemaal vlak na elkaar een band van de camper lek is en helse toeren moeten worden uitgehaald om dat weer in orde te krijgen.

 

Oekraïnevereniging in Genk

Na de pauze luisteren we naar de lezing van Jos Koniuszenko die nauw betrokken is bij het Oekraïnewerk in Genk in Belgisch Limburg. De Oekraïnevereniging in Genk komt voort uit de gemeenschap van Oekraïners die na de Tweede Wereldoorlog naar België kwamen om in de kolenmijnen te werken. In eerste instantie was de vereniging een steunorganisatie voor de Oekraïners in België zelf. Later, in de jaren 60 en 70, evolueerde de activiteiten naar hulp aan families in Polen en Oekraïne. Er woonden veel Oekraïners in het oosten van Polen. De Poolse regering werkte mee aan die hulpactiviteiten.

Kentering kwam er na de ramp in Tsjernobyl in 1986. De vereniging begon jaarlijks groepen kinderen naar België te halen, telkens voor een verblijf van drie weken. Na een aantal jaren werd deze activiteit stopgezet. Ze leidde tot teveel frustratie bij de Oekraïense kinderen en hun ouders, die zich afvroegen: Waarom hebben zij daar in België het zo goed? De kindervakanties hielden niet op, maar ze werden nu ter plaatse georganiseerd, in de Karpaten.

Ook organisatorisch zijn er veranderingen in Genk. De oude vereniging ging op in twee nieuwe.

Iskra (Vonk) die aan 450 kinderen een bedrag per maand ter beschikking stelt voor ‘brood’. Dat wil zeggen voor eten, verwarming en een onkostenvergoeding. De Belgische staat en de provincie Limburg helpen mee: 2 euro per kind per maand. Ook doet Iskra aan gezinsadoptie, 25 euro per gezin per maand. Zij steunen 250 gezinnen.

 

UkraBel gingen humanitaire transporten doen. Daar zijn ze nu mee opgehouden, want er waren altijd problemen aan de grens. Nu hebben ze andere manieren voor het inzamelen van geld voor projecten in Oekraïne. Ook heeft UkraBel een spiegelorganisatie opgericht in Oekraïne, waar vertegenwoordigers van de plaatselijke overheid in zitten. Dit mede met het oog op de grensformaliteiten. Want ook bij de lopende projecten komt toch weer transport te pas. Van ziekenhuisapparatuur en bedden, bijvoorbeeld. Een van de UkraBel-projecten is een weeshuis in Ivano-Frankiivsk met kinderen van 1 tot 16 jaar. En nog een ander: de oprichting van een polikliniek op het platteland. Medische hulp op het platteland is soms meer dan 100 kilometer ver weg. Ook de meest elementaire hulp!

 

Informatiecentrum Nederlands-Oekraïense Samenwerking

Raymond Ronkes presenteert het Informatiecentrum Nederlands-Oekraïense Samenwerking (INOS). Een initiatief van een aantal humanitaire Oekraïnestichtingen in Nederland om op een gestructureerde manier te komen tot informatieuitwisseling en ondersteuning van elkaar bij de problemen die voorkomen bij het werk in en voor Oekraïne. Dat kan zijn, vanaf het begin opgesomd, bij de inzameling van goederen, de organisatie van het transport, de grensformaliteiten, de aflevering van de goederen, het vinden van goede en betrouwbare contacten in Oekraïne, leggen van contacten met de plaatselijke overheid. En als het gaat om activiteiten van andere soort, het leggen van contacten die je kunnen helpen bij jouw activiteiten, zoeken van financieringsbronnen, aanschaf van onroerende zaken in Oekraïne, enzovoort. De reeks is eindeloos.

Al enige tijd wordt er gewerkt aan een plan van aanpak. Dat gaat nu in de fase van de realisering komen. De vorm zal zijn digitaal – een website met een openbaar en een besloten deel. De basisinformatie in de database zal zijn de informatie over de organisaties zelf. In Nederland en in Oekraïne. Verder wordt toegang geboden tot Oekraïense databanken en tot netwerken die faciliteren. De terreinen waarop onder andere informatie beschikbaar zal zijn: wet- en regelgeving (belasting, invoerrechten, BTW, onroerende zaken), educatie. Er zal een rubriek vaak gestelde vragen (FAQ) zijn.

 

Dienst Terugkeer en Vertrek

Enigszins buiten het bestek van het thema van de dag is het volgende onderwerp. Een bijdrage van het ministerie van Binnenlandse Zaken, onderdeel van de IND, de Dienst Terugkeer en Vertrek.

 

De heren Jan Pallandt en Ruben Laurijssens geven in kort bestek zicht op de activiteit van de Dienst die speciaal op Oekraïners is gericht.

Jan Pallandt: De Dienst organiseert de terugkeer naar het land van herkomst van mensen van buiten de EU die naar Nederland zijn gekomen, maar geen recht op verblijf hebben verkregen. Ook Oekraïners in Nederland kunnen tot deze categorie behoren.

De Dienst organiseert het feitelijk vertrek – met of tegen de zin van betrokkenen – maar ook staan ze de mensen persoonlijk bij. Wat houdt hen tegen om terug te willen? De Dienst probeert te vermijden dat zij na terugkeer gezien worden als ‘losers’ in hun land.

Met de staat Oekraïne is een speciale samenwerkingsvorm overeengekomen. In 2010 zijn er 111 Oekraïners met begeleiding teruggebracht naar hun land.

 

Ruben Laurijssens vertelde over het ‘post-arrival assistance’-project voor Oekraïne. Oekraïners die hierheen zijn gekomen en inmiddels zonder perspectief (en illegaal) in Nederland verblijven, mede door de kredietcrisis, worden terugbegeleid. Velen hadden in Oekraïne alle schepen achter zich verbrand, en hebben nu in Nederland ook niets.

Zij worden door Nederland (en door Oekraïne!) na terugkeer geholpen met onderdak, bij studie of het zoeken naar werk of het opzetten van een eigen bedrijf. Iemand die vrijwillig terugkeert krijgt een ruimere steun dan bij gedwongen vertrek.

De samenwerking met de Oekraïense ministeries van Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken verloopt goed. Het project is een pilot. Nederland is het enige land dat dit doet in Oekraïne.

 

Hierna volgde een optreden van het muziekensemble Otrada, dat succes had met de volksliederen die zij bracht.

 

 

Oekraïens-Nederlandse wijnproeverij na afloop

Ter afsluiting van het programma vindt er een proeverij plaats van Oekraïense wijnen. Het wijnhuis Massandra uit Amsterdam is de vertegenwoordiger in Nederland van het huis Massandra op de Krim. Massandra heeft een keur aan Krimse dessertwijnen uitgestald.

De plaats Massandra ligt op de Krim dichtbij Jalta. Het is een oud huis – 1894 – dat na de Russsiche revolutie vooral bekend werd omdat zij het beheer kreeg over de wijnkelder van de Russische tsarenfamilie.

Dessertwijnen zijn de specialiteit van het huis. De verkoop vindt vooral plaats in Oekraïne en Rusland. De productie beloopt jaarlijks 25 miljoen flessen. Thuis op de Krim wordt er hard gewerkt aan de ontwikkeling van droge wijnen. Die worden immers wereldwijd veel en veel meer gedronken! Maar “de kwaliteit is nog volop aan het evolueren”.

De proeverij was succesvol. Er was behoorlijk belangstelling voor de wijnen.

 

Er is ook een Nederlandse pendant bij de proeverij. Het Limburgse wijnhuis van der Avert is aanwezig met wijnen uit Limburg. Droge wijnen. Voor wie dessertwijn maar niks vindt. Ook van der Avert’s wijnen krijgen volop belangstelling.

 

 

Afsluitend

Al met al een interessante dag. Er was voldoende belangstelling. Ruim 90 mensen waren afgekomen op het thema ‘Nieuwe wegen’.

 

[Terug]